Egmonder dag- en vuurbaken
Kees Floor, Geestgronden, in voorbereiding.

De kust voor Egmond genoot in zeevaartkringen eeuwenlang een slechte reputatie. Op die plek met betrekkelijk veel scheepvaartverkeer strandden of vergingen in de loop der eeuwen namelijk talrijke oorlogs-, koopvaardij- en vissersschepen. Daarom was er des te meer behoefte aan duidelijke oriëntatiepunten voor de scheepvaart, zowel 's nachts als overdag.

Egmond aan Zee was in de vijftiende en zestiende eeuw vanaf het water bij daglicht duidelijk herkenbaar aan de in het midden van de veertiende eeuw gebouwde toren van de Sint Agneskerk. Deze inmiddels aan zee prijsgegeven kerktoren was voor dit doel vermoedelijk extra hoog opgetrokken. In het donker werden er ten behoeve van de visserij op het duin ten noorden van het dorp in het winterhalfjaar vuren gestookt. Een opsomming van de vuren aan de Nederlandse kust die de Spaanse koning Filips II vlak voor het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog in 1568 liet een opstellen, bevatte reeds een vermelding van de vuurbaak van Egmond (1).

1. Gezicht op het dorp Egmond aan Zee. De kerktoren diende tevens als dagbaak voor de scheepvaart. In de nacht werden op een duin ten noorden van het dorp (Bakenduin) twee vuren ontstoken op verschillende hoogte. De brandstof bevond zich in de vuurboet, het gebouwtje waaraan de lagere vuurkorf is bevestigd. Uitsnede uit een loterijprent ten behoeve van een nieuw gasthuis te Egmond aan Zee, ca. 1618. Ets en gravure door Claes Jansz Visscher. Bron: Studio Rijksmuseum, objectnr. RP-P-OB-80.803. Klik op de afbeelding voor een vergroting. 2. De kust bij Egmond aan Zee in van links af 1864, 1718 (met rijswerken) en 1686, gemaakt door de Provinciale Waterstaat van Noord-Holland, 1865 en mede gebaseerd op metingen van de Beverwijkse landmeter J. Rollerus (16). Noord is links. De duinen waarop zich in 1686 en 1718 de beide vuurbaken bevonden, waren in 1864 geheel aan de zee prijsgegeven. Bron: Beeldbank Noord-Hollands Archief,, Haarlem, inv.nr. NL-HlmNHA_560_000757. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Zeventiende eeuw
De kerk en twee vuurbaken, - de ene vuurkorf vastgemaakt aan de vuurboet, de andere omhoog gehesen aan een paal, - zijn onder andere te zien op een veel gereproduceerde zogeheten loterijprent van omstreeks 1618 (Afb. 1). Dergelijke prenten werden verkocht om geld op te halen voor een bepaald doel, in dit geval de bouw van een nieuw gasthuis. Het nog te bouwen armenhuis is al in de tekening van het dorp opgenomen en aangeduid.
Van rond diezelfde tijd stamt ook een notariële akte uit 1613, waarin wordt verwezen naar een vuurbaak te Egmond (2). In die akte verklaren zes stuurlieden van haringbuizen uit Alkmaar bij het in- of uitvaren van het Marsdiep (tussen den Helder en Texel) veel baat te hebben bij het genoemde nachtelijk oriëntatiepunt. Ze wilden graag dat de Egmondse vuurbaak in bedrijf zou zijn gedurende de periode waarin in diep water werd gevist, van Sint Gallus (16 oktober) tot Sint Andries (30 november) of zoveel langer als nodig tot de laatste haringbuizen binnen zouden zijn. Betrokkenen verklaarden zich in die akte bereid daaraan mee te betalen.
In diezelfde periode drong het belang van nachtelijke oriëntatiepunten voor de scheepvaart ook door tot 'de overheid'. In 1615 legden de Staten van Holland en West Vriesland namelijk de verantwoordelijkheid voor de kustmarkering te bij de 'Commissarissen van Pilotage benoorden de Maze', een gezelschap bestaande uit de burgemeesters van Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen en Medemblik. Tegelijkertijd werd besloten dat te Egmond in het winterhalfjaar van 1 oktober tot 1 april elke nacht 'van den donkeren avond tot de morgen toe' twee vuren boven elkaar moesten branden (3). De uitvoering moest worden uitbesteed aan inwoners van Egmond aan Zee. De kosten waren voor de schippers die de haven van Texel aandeden. Het 'stookseizoen' werd in 1623 met een maand verlengd; voortaan werd begonnen op 1 september. Volgens een overeenkomst tussen de steden Amsterdam en Enkhuizen kwam de bouw van de vuurbaken te Egmond ten laste van Enkhuizen, terwijl Amsterdam de exploitatiekosten dekte. Het binnenkomende vuur- en bakengeld werd gedeeld.
De kust en de vuurbaken die ter markering daarvan dienden, was destijds al kwetsbaar voor stormen en stormvloeden. Zo stortte tijdens de vastenavondvloed van 1625 de in afb. 1 getoonde vuurbaak in en werd het duin waarop hij stond geheel weggespoeld (4). Gelukkig gaven van de Staten Van Holland en West Vriesland het jaar daarop 500 gulden subsidie als bijdrage in de bouw van een nieuwe vuurbaak.
Uit een ordonnantie van de Staten uit 1668 blijkt dat de situatie dan enigszins is gewijzigd. Daarin wordt namelijk vermeld dat in Egmond twee vuren naast elkaar worden gestookt, dus niet meer boven elkaar. We vinden de beide vuurbaken en de bijbehorende koolschuur onder andere terug op een stratenplan van Egmond aan Zee van 1686 (Afb. 2, rechts).

3. Kaart van het zeestrand voor Egmond aan Zee door landmeter P.W. Muller uit Callantsoog, 7 februari 1718. De zogeheten rijswerken (zie kader) zijn nog niet geplaatst. Noord is links. De bebouwing van het dorp ligt binnen de stippellijn en is niet verder uitgewerkt. De kerktoren fungeert als herkenningspunt voor de scheepvaart overdag. In de duinen ten noorden (op de tekening links) van het dorp staan twee vuurbaken. De kerktoren die in 1686 nog ongeveer 80 meter van de duinvoet verwijderd was, stond na zware stormen in 1714 en 1717 bijna op het strand. Bron: Collectie Regionaal Archief Alkmaar / PR1004176. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

4. Ruïne van de ingestorte kerktoren en de herberg te Egmond aan Zee, na de storm van 27 november 1741, door Hendrik Spilman. Illustratie uit (8). Bron: Studio Rijksmuseum, objectnr. RP-P-OB-83.762. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Achttiende eeuw
Een tekening (Afb. 3) en een plattegrond (Afb. 2, midden), beide uit 1718, laten zien dat deze situatie in het begin van de 18e eeuw niet veranderd was. De kerktoren fungeert nog steeds als herkenningspunt voor overdag. Wel staat hij na stormvloeden van 1714 en Kerstmis 1717 op het uiterste randje van het duin en moet men maatregelen nemen om verdere afslag van de duinen en verder verval van de toren tegen te gaan (zie kader Rijswerken).
Voor de twee vuurbaken, die inmiddels van 1 augustus tot en met 30 april werden gestookt (5a) is de situatie eveneens precair, zoals landmeter P.W. Muller uit Callantsoog in zijn kaart van het strand van Egmond aan Zee (Afb. 3) duidelijk laat zien. En dat terwijl deze in de voorgaande vijftien jaar al tweemaal in oostelijke richting waren verplaatst, de laatste keer zelfs 21 meter (5b). (zie ook kader Duinafslag in kaart gebracht).
De Commissarissen van Pilotage nemen dan ook hun verantwoordelijkheid: ze laten in 1719 vier loodsen uit Petten de situatie bij Egmond opnemen. Hun conclusie: de duinen zijn niet in staat het geweld van de zee te doorstaan en de vuurbaken op het duin zullen niet lang stand kunnen houden. Ze adviseren de beide vuurbaken te verplaatsen, de ene naar een plek ten noorden van het dorp, de andere naar een positie ten zuiden daarvan. Het plan werd datzelfde jaar nog uitgevoerd (6) voor een bedrag van 8000 gulden. De ene vuurbaak was wat hoger opgebouwd dan de andere, zodat men vanuit zee toch weer twee lichten boven elkaar zag (7). De beide vuurbaken hadden elk een eigen 'oppasser of vuurboeter'; ze verdienden daarmee 135 gulden per jaar (8). Uit de beschrijving van het dorp Egmond aan Zee uit 1741/1743 waarin dat wordt vermeld, blijkt overigens dat de noordelijkste vuurbaak, links op het duin op Afb. 4, al weer met instorting werd bedreigd. Ook in latere jaren van de achttiende eeuw bleken de vuurbaken en bijbehorende kolenschuren gevoelig voor beschadiging en instortingsgevaar door zware stormen en duinafslag. Meerdere malen moest men vuurboeten of kolenschuren naar binnen verplaatsen en/of geheel vernieuwen, zoals in 1761 en 1767.

5 (b ven). Nieuwsbericht uit de Oprechte Haerlemsche Courant van 9 februari 1743. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

6 (rechts). Gezigt 't Dorp Egmond buijten, 1799, door Jacobus Andreas Crescent. Rechts de nieuwe Protestante Kerk' uit 1749, direct links daarvan in het doorkijkje richting zee op het duin de noordelijke vuurbaak en op de duinen geheel links een dagbaak en de zuidelijke vuurbaak. Bron: Beeldbank Noord-Hollands Archief,, Haarlem, inv.nr. NL-HlmNHA_359_000932. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Dagbaak op de zeereep
Overdag traden eveneens veranderingen op. De kerktoren die eeuwenlang als herkenningspunt had gefungeerd, stortte op 27 november 1741 voor een groot deel in. Het restant, dat aanvankelijk nog was blijven staan (Afb. 4), volgde op 7 februari 1743 (Afb. 5). Daarmee verdween een belangrijk, misschien zelfs onmisbaar baken voor de zeevaart.
Binnen een week na het instorten van de kerktoren kwam er namelijk al een schip voor de kust van Egmond in moeilijkheden (8). De bemanning was niet op de hoogte van het verdwijnen van de toren en kon zich niet oriënteren. Er moest dan ook snel iets gebeuren. Reeds in 1744, dus in het jaar direct volgend op dat van de val van de toren, gaven de Staten van Holland en West Vriesland de aanzet tot het plaatsen van 'een wijde kaap op een hoge Nol digt aan de Zeekant, hebbende boven aan een plat Hek bruin of zwart geteerd'. De kaap, dagbaak of zeebaak werd gebouwd door Jan Stuyt uit Alkmaar (zie kader Jan Stuyt) en was ruim 28 meter hoog. De kosten die ermee gemoeid waren, bedroegen 2712 gulden. Op Afb. 6 van omstreeks 1800 is op dezelfde positie een opvolger van deze dagbaak afgebeeld, evenals de beide vuurbaken.
Ook een dagbaak vergt onderhoud. Zo was het bouwsel tijdens een storm in november 1776 omgewaaid (9). Er werd een tijdelijke baak neergezet, maar deze onderging in de nacht van 29 op 30 december een zelfde lot (10). Daarom moest de baak begin januari 1777 opnieuw provisorisch worden opgebouwd, om later dat jaar te worden vervangen door een nieuwe en vervolgens nog eens extra te worden versterkt (5b).

 


Meer beelden van de dagbaak op de zeereep.

#. Uitsnede uit de kaart van de Engelse loods Wilkinson met de zogeheten opdoeming van 'Egmont-op-zee' en de dagbaak op de zeereep. Jaar van uitgave: 1851.
Datering situatie: 1826-1833. Bron: historischecartografie.nl.
Zie artikel.





#. Een militair kamp bij Egmond aan Zee tijdens de Engels-Russische veldtocht (vergeten oorlog) in 1799, door E.Heath Walsh. Published as the Arts directs March 21, 1800 by G.G. & J. Robinson, Paternoster Row. Bron: Noord-Hollands Archief NL-HlmNHA_480_000334_K. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

#. Afbeelding van het dorp Egmond aan Zee van de land op oostzijde, door C. Bok, 1816. Bron: Collectie Regionaal Archief Alkmaar PR 1002515. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Negentiende eeuw
Op 31 december 1833 blies een storm de houten kaap op de zeereep omver (11a). Het jaar daarop werd hij vervangen door een nieuwe, meer landinwaarts op een van de hoogste binnenduinen aan de landzijde geplaatste kaap (Afb. 7); op actuele topografische kaarten wordt het gebied waar die dagbaak destijds stond, nog steeds aangeduid als De Kaap. Deze nieuwe, 6000 gulden kostende dagbaak (12) kon 'ver in zee en te lande van de Zaan tot de Zijpe gezien worden' (13).
In oktober 1834 werden twee, op een afstand van 310 meter van elkaar verwijderde, gloednieuwe vuurtorens in gebruik genomen (11b); de kosten daarvan, torens, lichttoestellen en bijkomende uitgaven, bedroegen ongeveer 63000 gulden (14). De torens kwamen in de plaats van de tot dan toe op het duin aanwezige 'bouwvallige opstanden, voorzien met steenkoolen-vure, die in den tegenwoordigen tijd, de benaming van kustvuren onwaardig en der hooge Scheepvaart, voor de tegenwoordige wijze van varen, geheel onnut moeten geacht worden'. Doordat het Rijk krap bij kas zat, had de bouw van de torens nog enige tijd op zich laten wachten. Een scheepsramp voor de kust van Egmond in 1827 waarbij 23 slachtoffers vielen, heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de beslissing om de modernisering van de kustverlichting ter plaatse voortvarender ter hand te nemen.
In 1849 werden de beide torens aan de zeekant ingesmeerd met rode menie, om overdag de zichtbaarheid te vergroten. Tegelijkertijd werd besloten het onderhoud en het beheer van de dagbaak op het binnenduin te staken en 'de finale sloping aan de tijd over te laten' (11c). Toen het scherm van deze zeekaap er in januari 1857 afwoei (11d), werd echter toch weer besloten tot de bouw van een nieuwe houten kaap ter vervanging (11e). Ook deze raakte in het begin van 1860 tijdens een storm beschadigd; opnieuw volgde herstel (11f).

Kaarten met de dagbaak op de zeereep.






#. Detail uit de 'Nieuwe en zeer accuraate zee-caart van den Hollandse wal strekkende van de Maas tot Texel' door J.R. Douw, z.j. Bron: Noord-Hollands Archief, NL-HlmNHA_560_1700. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

#. Uitsnede uit 'A new chart of the coast of Holland, Zeeland and Flanders from the texel to Calais door Cornelius van der Neer, 1781. Bron: Noord-Hollands Archief NL-HlmNHA_560_2199. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

#. Uitsnede uit de 'Kaart van een gedeelte der departementen van Amstelland, Maasland en Utrecht; blad Alkmaar-Haarlem', kopergravure; onder directie en naar de geodesische waarnemingen van C.R.P. Krayenhoff (...) te zamen gesteld en getekend door J.E. van Gorkum, 1807. Bron: Noord-Hollands Archief NL-HlmNHA_269_0013. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Blikseminslag en brand
Toch zou de dagbaak uiteindelijk definitief verdwijnen. Op 19 september 1872 werd het gevaarte door de bliksem getroffen en brandde het tot de grond toe af (11g). Hoewel eerder was besloten dat de beide rode vuurtorens ook overdag voldeden als oriëntatiepunt voor de zeevaart, werd er toch iets gedaan om het verlies van de dagbaak te compenseren. De Van Speyktoren werd namelijk in 1873 uitgerust met zogeheten dagmerken, houten staketsels of hekwerken die dienden om zijn zichtbaarheid bij daglicht verder te verbeteren (11h) (Afb. 8). In 1874 werd om vergelijkbare redenen de zuidelijke toren in dezelfde donkerrode kleur geverfd als die van zijn noordelijke partner (11i).
De zichtschermen werden in 1915 weer van de Van Speyktoren verwijderd; de torenschacht werd wit geverfd. In datzelfde jaar werd de zuidelijke toren, waarvan de lichten op 1 juli 1892 waren gedoofd (15), afgebroken.

Kaarten met de dagbaak op het binnenduin.


#. Detail uit de Topografische kaart van Nederland, ca 1850, met daarop de dagbaak op het binnenduin en de beide vuurtorens. Klik op de afbeelding voor een vergroting.


#. Detail uit de kaart van de gemeente Egmond aan Zee uit de gemeente-atlas van Jacob Kuyper, 1866, met daarop de dagbaak op het binnenduin en de beide vuurtorens. Klik op de afbeelding voor een vergroting.
 




 
#. Detail uit de 'Kaart van de Provincie Noord-Holland ten gebruike voor school, kantoor en huis' van H.F. Puls uit 1875, met daarop de dagbaak op het binnenduin (zwarte driehoek) en de beide vuurtorens. Bron: Noord-Hollands Archief NL-HlmNHA_560_0511. Klik op de afbeelding voor een vergroting. Klik op de afbeelding voor een vergroting.
7. Strand Egmond aan Zee in 1839, naar J. Spin. Links de noordelijke toren, rechts de zuidelijke toren en meer naar achteren op een hoog duin (De Kaap) de in 1834 geplaatste nieuwe dagbaak. Bron: Scheepvaartmuseum Amsterdam. Klik op de afbeelding voor een vergroting.
 

Tot slot
Egmond heeft de zeevaart tot 1892 nagenoeg ononderbroken voorzien van twee vuren tijdens duisternis en tot 1915 van een herkenningspunt bij daglicht. Overdag diende vanouds de kerktoren ter oriëntatie, daarna vanaf 1744 de dagbaak op de zeereep, vervolgens vanaf 1834 de dagbaak op het binnenduin en tenslotte van 1873 tot 1915 de vuurtoren J. van Speyk met dagschermen. De vuurbaken stonden aanvankelijk ten noorden van het dorp, maar een ervan verhuisde in 1719 noodgedwongen naar een plek ten zuiden daarvan. Pas in 1834 namen de modernere vuurtorens hun rol over.

#. Vuurtoren J.C. van Speyk met dagmerken. Klik op de afbeelding voor een vergroting.
#. Vuurtoren J.C. van Speyk met dagmerken. Bron: Onbekend/Collectie Regionaal Archief Alkmaar RAA003008961. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

8. Strand van Egmond aan Zee en Vuurtoren J.C. van Speyk met dagmerken. Datering: 1905-1907. Bron: Zuiderzeecollectie F018790, Zuiderzeemuseum, Enkhuizen. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

#. Vuurtoren J.C. van Speyk met dagmerken. Klik op de afbeelding voor een vergroting.


Voetnoten
1. Veen, R. van der: Vuurtorens, Bussum 1981.
2. Belonje, J.: Langs de Noordzee; Baken en Vuren te Egmond. De Speelwagen 1950, nr 4, p 110-117 en nr. 5, p 147-150, bijlage 1.
3. Brouërius van Nidek, M. en Le Long, I.: Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden, deel 1, Dordrecht 1770, p. 283-284.
4. Arends, F.: Natuurkundige geschiedenis van de kusten der Noordzee, deel 3, Groningen 1837, p 121-122.
5. Noord-Hollands Archief, toegangsnr. 11, inv.nr. a: 73; b: 74.
6. D' Oprechte Haerlemsche Courant, 17 juli 1719.
7. Tirion, I.: Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden, deel 8, Amsterdam, 1750, p 360, 577, 578.
8. Boomkamp, G.: Beschrijving van den dorpe Egmond aan Zee en deszelfs tegenwoordigen toestand, Haarlem 1743. (Heruitgave met correcties en aanvullingen van Tegenwoordige toestand van Egmond aan Zee, Haarlem 1741).
9. 's Hertogenbossche courant, 29 november 1776.
10. Amsterdamsche courant, 4 januari 1777, p 2.
11. Berigt aan de zeevarenden, Nederlandse Staatscourant a: 6 januari 1834; b: 29 september 1834; c: 7 april 1849; d: 15 januari 1857; e: 12 maart 1857; f: 12 maart 1860; g: 4 oktober 1872; h: 4 september 1873; i: 11 september 1874.
12. AA, A.J. van der: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, deel 4. Gorinchem, 1842.
13. Witkamp, P.H.: Aardrijkskundig woordenboek van Nederland, Tiel, 1877, p 323.
14. Crommelin, L. en Suchtelen, H. van: Nederlandse vuurtorens, Nieuwkoop 1978.
15. Rotterdams Nieuwsblad 6 juli 1892.
16. Venetien, J. van: Een Beverwijkse landmeter en een kaart van Egmond aan Zee die om meer dan één reden belangwekkend is. Geestgronden 5 (1998) No 2, p 31-42.
17. Schoorl, H.: Het kladboek van een adspirant-landmeter en de kustafslag bij Egmond aan Zee sedert 1665. In: Schoorl, H.: Kust en Kaart, Schoorl 1990.
18. Kok, J., Vaderlands woordenboek, deel 13, Amsterdam 1785, p 172.
19. Bitter, P.: Graven en begraven, Archeologie en geschiedenis van de Grote Kerk van Alkmaar, Hilversum 2002

 

 

Rijswerken en kerken


9. Egmond aan Zee en de daar aangelegde rijswerken, 1718. De kerktoren diende nog als dagbaak voor de scheepvaart
Links op het duin twee vuurbaken, die het jaar daarna andere posities zouden krijgen.
Detail uit de 'Platte gront van Egmont op Zee met desselfs Rys-werken' van J. Rollerus. Bron: Beeldbank Noord-Hollands Archief NL-HlmNHA_560_000760.

De kerststorm van 1717 had de kerktoren van de Sint Agneskerk in Egmond aan Zee uiterst kwetsbaar gemaakt; er was namelijk zand onder weggespoeld, waardoor de voet van de toren aan de noordwestzijde reeds 'van grond ontbloot' was (Afb. 3, K). Aanvankelijk zag men geen mogelijkheden de toren te behouden en werd er besloten hem af te breken nadat klok en uurwerk verwijderd zouden zijn (17). Op dat moment kwam de Amsterdammer Anthony Torck echter met een plan om ter verdediging tegen nieuwe aanvallen van de zee zogenoemde rijswerken aan te leggen (Afb. 2, midden en Afb. 9). (16). Deze matten van rijshout of wilgenhout moesten tijdens toekomstige stormvloeden de golven breken en zo de duinen, de kerk en de kerktoren tegen het geweld van de zee te beschermen. Voor het plan stelden de Staten van Holland en West Vriesland 20.000 gulden ter beschikking. Dat bedrag was overigens niet voldoende: het benodigde hout alleen al kostte 23.000 gulden. Het werd gekocht op de hofstede van Vrouwe van Maasdam te Bergen door J. van Wel, schout van Egmond aan den Hoef (8).
Helaas bleken de nieuw aangelegde rijswerken niet in staat de afkalving van de kust en het verval van de toren langdurig te stuiten. Al na twee jaar raakten de nieuw aangelegde kustverdedigingswerken tijdens een storm ernstig beschadigd. Bij een latere zware storm eind november 1741 stortte het naar zee gerichte deel van de kerktoren in (Afb. 4); op 7 februari 1743 viel tijdens een volgende storm ook het doek voor het overgebleven torendeel (Afb. 5). Daarmee was een onmisbaar herkenningspunt voor de zeevaart verdwenen.
Ondanks schade aan de kerk werd er nog tot in het jaar 1745 gepreekt (18). Daarna moest men uitwijken naar de zolder van het Gasthuis, dat, zoals we eerder zagen, mede gefinancierd was met de opbrengst van de verkoop van loterijprenten (Afb. 1). In 1749 werd de zo ver mogelijk van zee af gebouwde nieuwe protestante kerk in gebruik genomen, 'een steenen gebouw met een klein spitsje' (Afb. 7, rechts). De kosten daarvan werden bij aanbesteding geraamd op 6500 gulden. De bouw werd uitgevoerd door de Alkmaarse meester-timmerman Jan Stuyt (zie kader Jan Stuyt).



 

Meester-timmerman Jan Stuyt uit Alkmaar

Een naam die we in de stukken uit de achttiende eeuw geregeld tegenkomen, is die van Jan Stuyt uit Alkmaar. Deze meester-timmerman en aannemer maakte in 1744 voor 2712 gulden de meer dan 28 meter hoge zeebaak op een hoog duin dicht bij zee in Egmond. In de jaren daarna bouwde hij in Egmond aan Zee de binnen het dorp zo ver mogelijk van zee af gelegen nieuwe protestante kerk. In 1750 werd hij vaste 'timmerman van de kerk', in dit geval de Grote Kerk in Alkmaar (19). In die hoedanigheid voerde hij in 1751 en 1758 onder meer de ophoging en reparatie van de kerkvloer uit. In 1760 nam hij voor een bedrag van 3600 gulden "het maken van een Nieuw Glas in het Zuijderkruijs" aan en in 1761 kreeg hij 300 gulden betaald 'voor 't aangenomen werk in de kap'. Door laatstgenoemde klus had hij in datzelfde jaar vermoedelijk geen tijd om mee te dingen naar de opdracht tot het bouwen van een nieuwe vuurbaak in Egmond. Die aanbesteding werd gewonnen door een aannemer uit Egmond-Binnen.
De derpers waren Jan Schuyt echter niet vergeten. Toen er in 1767 weer een aanbesteding kwam voor de bouw van een nieuwe vuurbaak, schreven schout J. Molenbeek en secretaris K. Cuijper van Egmond aan Zee een aanbevelingsbrief. Daarin werd vermeld dat Stuyt, bouwer van de kaap (dagbaak), de kerk en enkele woonhuizen in Egmond aan Zee, een eerlijk en bekwaam timmerman is, die voortreffelijk metsel- en timmerwerk levert tot volle tevredenheid van zijn opdrachtgevers. Zo'n steuntje in de rug kon hij goed gebruiken. Drie jaar eerder had hij het namelijk aan de stok gekregen met de kerkmeesters van de Grote Kerk. Op 8 september 1764 was hij op staande voet ontslagen uit zijn functie van timmerman van de kerk wegens 'onordentelijke behandelingen aan Heeren Kerkmeesteren gepleegt' en zijn weigering om aan hen 'op een beleefde wijse excuus te vraagen'. De ruzie werd een week later overigens weer bijgelegd; de kerkmeesters besloten het tot wederopzegging nog eenmaal met hem te proberen. Tot 1774 zou hij nog allerlei werk voor de kerk blijven uitvoeren.
Of de aanbevelingsbrief uit Egmond aan Zee geholpen heeft, weten we niet, wel dat Stuyt in 1767 met ongeveer 1500 gulden de laagste intekenaar was en de bouw van de nieuwe vuurboet mocht uitvoeren. Dit keer waren er overigens wél problemen; het opgeleverde bouwsel bleek al bij het minste of geringste regenbuitje lekkage te vertonen.
Tien jaar later ging Stuyt nog een keer aan het werk in Egmond. Eind 1776 was tijdens een storm namelijk de provisorische dagbaak op de zeereep omgewaaid. Begin januari daaropvolgend werd een noodkaap geplaatst, die later dat jaar vervangen werd door een definitief exemplaar. De nieuwbouw werd aangenomen door Stuyt voor 3377 gulden. Toen later dat jaar nog versterking van de kaap noodzakelijk bleek, ging de opdracht naar een andere aannemer. Ook als er in 1781 een kolenschuur verplaatst moet worden, is hij niet meer in beeld.

 

 

Duinafslag in kaart gebracht.

De kustlijn van Egmond is in de loop der eeuwen door het opdringen van de zee geleidelijk naar het oosten opgeschoven. Tegelijkertijd moesten de dag- en vuurbaken 'meeverhuizen' met de kustlijn. Het proces van duinafslag werd onder andere in kaart gebracht in 1865 door 'ambtenaren van den Waterstaat' (Afb. 2). De tekening geeft de situatie in de jaren 1686, 1717 en 1864 volgens de oorspronkelijke kaart van de Beverwijkse landmeter Johannes Rollerus (16), de kadastrale stukken en latere opmetingen. De dorpsplattegronden van de verschillende tijdstippen zijn op een zelfde schaal gebracht en zodanig naast elkaar afgebeeld dat vergelijking mogelijk is.
De duinen waarop zich in 1686 en 1718 nog de beide vuurbaken en de koolschuur bevonden, waren in 1864 geheel aan de zee prijsgegeven. De vuurtoren van Speyk, aangeduid op de meest recente kaart, zou in 1686 ver landinwaarts hebben gelegen.
Het lijkt er volgens Afb. 2 op dat de beide vuurbaken ten noorden (links) van het dorp tussen 1686 en 1718 niet of nauwelijks van positie zijn veranderd. Andere bronnen geven echter aan dat alleen al tussen 1703 en 1718 twee verplaatsingen noodzakelijk waren (5b). Mogelijk zijn de posities van die bouwwerkjes verkeerd weergegeven. De kaart van 1718 is vermoedelijk correct; Rollerus kreeg rond die tijd zijn officiële bevoegdheid als landmeter. In 1686 was hij niet ouder dan 10 jaar; hij moet zijn informatie over de toestand in dat jaar dus van iemand anders hebben gekregen, bijvoorbeeld van zijn vader, die eveneens landmeter was. Zou er daarbij iets fout zijn gegaan?
Voor de zekerheid kijken we nog even naar de oorspronkelijke, in Afb. 10 getoonde kaart van Rollerus, waarnaar 'de ambtenaren van den Waterstaat' in de tekst bij Afb. 2 verwijzen. Op het origineel liggen de vuurbaken veel westelijker dan de ambtenaren ons willen doen geloven; ze zijn dus ook in de periode 1686-1718 wel degelijk naar binnen toe opgeschoven.


10. Plattegrond van Egmond aan Zee in 1686. Detail uit de 'Platte gront van Egmont op Zee met desselfs Rys-werken' van J. Rollerus.
Bron: Beeldbank Noord-Hollands Archief NL-HlmNHA_560_000760.