Kees Floor , De Biltse Grift, september 2006

Eind vorig jaar verscheen een herdruk van topografische kaarten die oorspronkelijk rond 1905 waren uitgegeven. Reeds eerder kwamen atlassen op de markt met oudere kaarten van rond 1850 en recente kaarten uit 2003 of 2004. Vergelijking van de kaarten toont een beeld van de veranderingen en ontwikkelingen in de gemeente.

De nieuwe uitgave kwam uit onder de naam: Grote Historische Atlas Utrecht. De meeste delen van de huidige gemeente De Bilt werden verkend in 1885 en 1887; de kaarten werden vervolgens veelal nog eens herzien. Voor de atlas werden uitgaven gebruikt van 1901 respectievelijk 1902. De dorpskern van De Bilt - de kaart spelt de Bildt *)- en het noordelijkste puntje bij Hollandse Rading - nog niet op de kaart - waren eerder verkend, in 1872, maar de herdrukte exemplaren dateren uit 1910.

Fort Ruigenhoek (Groenekan) uit 1870 staat als witte vlek op de topografische kaarten van rond 1905.

De Biltse Grift werd destijds aangeduid als Biltse Vaart. Ook andere namen op de kaarten van rond 1905 zijn herkenbaar, maar anders dan nu, zoals Hessensteeg, Watersteeg, Groene Kanse dijk en Tolakkersteeg.

De polder 'Waterschap Bildtsche en Zeister Grift' is op de huidige topografische kaarten niet meer terug te vinden.

Spoorwegen
Voor zo'n kaart werd uitgegeven, keek men kennelijk nog wel even of alles nog klopte. Zo vinden we in die uitgave ook reeds de Locaal Spoorweg van Station Bilt (sinds 1917 Bilthoven genoemd) naar Zeist; de eerste trein naar Zeist reed in 1901. Daarnaast tonen de kaarten uiteraard de eerder aangelegde spoorwegen: de Centraal Spoorweg naar Amersfoort, geopend in 1863 en de Ooster Spoorweg naar Hilversum, waaraan men rond 1869 begon te werken.
De kaarten van vijftig jaar eerder werden gebundeld in de Grote Historische Atlas van Nederland. De verkenningen in de toenmalige gemeenten Maartensdijk, Westbroek, Achttienhoven en De Bilt vonden plaats in 1847 en 1849. In die jaren waren spoorwegen er nog onbekend. Wel vinden we op de kaart iets verder naar het zuiden door Bunnik de Rijn Spoorweg Utrecht-Arnhem, die in 1845 was voltooid.

De spoorlijn Bilthoven- Zeist is nu en fietspad.(wisselbeeld).
Centraal Spoorweg Utrecht-Amersfoort bij Groenekan
met luchtspiegeling boven warm oppervlak.
Ooster Spoorweg naar Hilversum bij Groenekan.

Wegen en tolhuizen

Figuur 1: Kaartfragment uit Grote Historische Atlas Utrecht, met onder andere Bildtsche Vaart (Biltse Grift), Hessensteeg (Hessenweg), Watersteeg (Waterweg) en Groene Kansche dijk (Groenekanseweg).
Figuur 2: Kaartfragment uit Grote Historische Atlas Utrecht, met onder andere Waterschap de Biltsche en Zeister Grift en de Voorveldsche polder. Verder zijn de Centraal Spoorweg Utrecht-Hilversum en de spoorlijn van Blauwkapel naar Station Maliebaan ingetekend. Binnen de forten Blauwkapel, Voordorp, De Bilt en Hoofddorp ontbreekt het detail; dat was militair geheim. Het dorp Blaauw Kapel is wel gedetailleerd ingetekend.

De Dorpsstraat (vanouds Steenstraat) is rond 1905 de enige bestrate weg in de gemeente. Daarnaast zijn er verscheidene wegen met een ander soort verharding, zoals de wegen naar Soestdijk, Amersfoort, Utrecht, Hilversum en Bunnik. Daar hing dan wel een prijskaartje aan: er moest tol betaald worden. De kaart van rond 1905 toont twee tolhuizen op de weg naar Soestdijk, een op de hoek met de Groene Kansche Dijk, de andere ver noordelijk bij het tegenwoordige restaurant De Kuuk. Ook de weg van Utrecht naar Maartensdijk had twee tolhuizen: een aan de zuidkant op de toenmalige grens tussen de beide plaatsen, het andere op de hoek met de Dorpsweg. Verder was er in Westbroek een tol aan de Kerkeindsche Dijk naar Utrecht. Ook tussen Achttienhoven en Achterwetering aan het westelijke uiteinde van de huidige Achterweteringseweg, moest betaald worden. In het noorden van de gemeente De Bilt vinden we het woord Tol nog op de Gezichtslaan ter hoogte van boerderij De Middag en op de hoek van de Praamgracht (Maartensdijkse Weg) en de Grintweg (Vuursche Steeg). Tenslotte wordt er tol geheven op de Bunnikseweg op de hoek met de Hoofddijk, op de kaart aangeduid als Oer weg.
Wegen waren rond 1905 nog vaak stegen of dijken: Hessensteeg, Watersteeg, Tolakkersteeg en Groene Kansche Dijk. De Eijckensteinse Laan wordt aangeduid als Eijkensteinse Weg. Notabelen en bekende Nederlanders werden nog niet vernoemd: de namen van Koningin Wilhelmina, Dr. Welffer, Jan Steen en de burgemeesters Huydecoper en De With zijn op de kaart dan ook niet te vinden. De Kerkdijk liep door in Achttienhoven, de weg van Westbroek naar Utrecht heette Kerkeindsche Dijk, die van Maartensdijk - op de kaart ook aangeduid als Oostveen - naar Utrecht Tolakkersteeg. De Dwarsweg kwam uit op de Soestdijkseweg. De Kooi dijk liep door langs de zuidkant van de Gelderpolder, waar nu het Geldersepad loopt; op de overzichtskaart die de gemeente De Bilt uitgeeft is dat overigens nog steeds het geval.
Transport vond rond 1905 niet alleen plaats over de weg, maar ook over water. Elke kern had zijn eigen vaart : Het zwarte water (naar Blaauw Kapel), Kerkeindsche vaart (naar Westbroek), Achttienhovensche vaart, Achterweteringsche vaart, Maartensdijksche vaart en …. Biltsche vaart, nu bekend als Biltse Grift.

Forten

Fort Voordorp.
Fort Ruigenhoek.
Fort De Gagel.

De forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn alle terug te vinden op de kaarten van rond 1905. Wel betrof het hier staatsgeheim: binnen de fortgrachten zijn er geen details afgebeeld en is alles witgelaten, zodat de forten extra opvallen. Binnen de 'witte' militaire zone van Fort Blauwkapel staat het dorp Blaauw Kapel overigens wel op de kaart. De witte vlekken zijn van de huidige topografische kaarten verdwenen, maar in de Foto-atlas Utrecht met beelden uit 1989 zijn ze nog steeds te zien bij de belangrijke militaire terreinen; de forten zijn daar dan al niet meer bij. Het verkeer moest rond de eeuwwisseling nog zuidelijk om het Fort De Bilt heen; de weg dwars door het fort werd pas veel later geopend in 1930. De werken bij Griftestein werden aangelegd in de Eerste Wereldoorlog en staan dus nog niet op de kaart.
Vergelijking met de uitgave van rond 1850 laat zien dat men toen kennelijk minder hechtte aan militaire geheimen. Wel was het aantal forten beduidend kleiner; alleen de forten uit de eerste bouwperiode 1816 - 1824 staan op die oudere kaart. Uit die eerste periode stammen de Forten De Bilt (in Utrecht op de grens met de toenmalige gemeente Maartensdijk), De Gagel (in Achttienhoven op de grens met Westbroek), De Klop (in Zuilen op de grens van Westbroek), Vossegat (in Utrecht op de grens met De Bilt) en Blauwkapel (gemeente Maartensdijk). De op de oudere kaarten van rond 1850 nog ontbrekende forten van de vooruitgeschoven fortenlinie werden gebouwd in de periode 1868-1871; het betreft de Forten Voordorp en Ruigenhoek (beide gemeente Maartensdijk). Fort Hoofddijk, destijds gemeente De Bilt, thans botanische tuin van de Universiteit Utrecht, is nog weer iets jonger: van 1879.

Molens


Korenmolen De Kraai, Achttienhoven.


Korenmolen Geesina, Groenekan.

Molens vormen een opvallend object in het landschap; ze kunnen de verkenners die de kaart destijds maakten, niet zijn ontgaan. Zo zijn de symbolen van korenmolens De Kraai in Achttienhoven en De Groene Kan in Groenekan op de kaart van rond 1905 terug te vinden.. Op de plek van De Kraai staat een molen sinds 1877; De Groene Kan dateert vermoedelijk van 1853 en heet sinds de voltooiing van een restauratie in 1941 Geesina, naar de vrouw van de toenmalige molenaar. Verder vinden we de in 1966 afgebroken korenmolen De Hoop in Maartensdijk op de plaats waar al een molen stond sinds 1546. Een molen in De Bilt ontbreekt. Vanaf 1871 stond er een met de naam Het Gemeen Belang op de hoek van de Hessenweg en de Looydijk, maar hij brandde af in 1889.
De Kraai en De Groene Kan zijn te nieuw om op de kaarten van rond 1850 voor te komen; De Hoop is er wel op terug te vinden. In De Bilt zouden we op die oudere uitgave van de topografische atlas eveneens een molen verwachten. Het Gemeen Belang stond voor 1870 namelijk aan de Utrechtseweg ter hoogte van de ingang van het huidige Van Boetzelaarpark, maar is de verkenners mogelijk ontgaan.
Naast de korenmolens zijn er ook een aantal poldermolens op de kaarten ingetekend: vijf in Westbroek en twee op de grens met Zuilen.

Polders

De Molenpolder was rond 1905 onderdeel ven de Westbroekse binnen den Molenpolder.
Het Waterschap Biltsche en Zeister Grift komt op de hedendaagse topografische atlassen niet meer voor.
De Gelderpolder maakte rond 1905 deel uit van het Waterschap Maartensdijk.

Meer beelden van Biltse polders

Het oorspronkelijke De Bilt ligt in het overgangsgebied tussen de Utrechtse Heuvelrug en het Maartensdijkse slagengebied. Het aantal polders was daardoor beperkt. De huidige topografische kaarten noemen er zelfs niet een polder. Rond 1905 was dat anders; we vinden op de kaarten van die tijd tussen Utrecht en De Bilt en ten zuiden van de Utrechtseweg Waterschap de Biltsche en Zeister Grift. Net ten zuiden van de gemeente, in een gebied dat nu deels onder Utrecht valt en deels onder Zeist, was er nog Waterschap De Bisschops Wetering.
Als we het gebied van Maartensdijk, Achttienhoven en Westbroek erbij betrekken, is het aantal polders aanzienlijk groter. De kaart toont direct ten westen van Waterschap de Biltsche en Zeister Grift de Voorveldse polder, waarin tegenwoordig een camping, sportvelden de Utrechtse wijk Voordorp liggen. Ten noorden daarvan ligt het Waterschap Maartensdijk, met daarin Achterwetering. In Achtienhoven vermeldt de kaart Waterschap Achttienhoven met daarin de Gagel, nu natuurreservaat, en Polder Rozendaal, thans volgebouwd en een deel van Overvecht.
De meeste polders liggen echter in Westbroek: Polder Buitenweg (nu gemeente Maarssen), Polder Binnenweg (nu deels gemeente Maarssen), Westbroekse binnen den molenpolder, Polder het Huis te Hart en de TeVeenwaarts buiten den Molen polder.
Vergelijking met de recente topografische kaart toont een aantal verschillen. Namen met Waterschap erin komen niet meer voor. Van Waterschap Maartensdijk resteren de Persijnpolder, de Gelderpolder, de Ruigenhoekse polder en Polder de Hooge Kamp. Waterschap Achttienhoven is uiteengevallen in Polder Achttienhoven, Polder de Kooi en Polder de Gagel. Het gedeelte van de Westbroekse binnen den molenpolder ten noorden van de Kerkdijk heet nu Polder Westbroek, de rest is Molenpolder. Kerkeindse Polder is de nieuwe naam voor de Te Veenwaarts buiten den Molen polder.

Buitenplaatsen en boerderijen


Vollenhove, De Bilt. (wisselbeeld).

Eijckenstein, Maartensdijk.

Houdringe, De Bilt.

De Bilt is met zijn ligging aan het begin van de 'Stichtse Lustwarande' altijd rijk gezegend geweest met landgoederen en landhuizen; boerderijen waren er overal in de huidige gemeente. De beslissing of ze op de kaart komen is echter min of meer arbitrair. De boeken met informatie over de historie van De Bilt noemen er meer dan er op de atlas staan. Vollenhove kreeg op de kaart van rond 1905 een vermelding als 'voorname buitenplaats'. Verder worden in De Bilt onder meer genoemd: Den Eik, Berkenhove (afgebroken in 1990), Beerschoten, Houderingen, Oostbroek, Aremberg (geschreven met driepoot; afgebroken in 1928) en Jachtlust. In de toenmalige gemeente Maartensdijk vinden we Voordaan, Eijckenstein, Rustenhoeve en Persijn. Niet te vinden zijn de namen Sandwijck en Sluishoef aan de zuidkant van de Utrechtseweg. Ook Het Klooster staat er niet op, maar wel is het Meteorologisch Instituut vermeld; het KNMI verhuisde dan ook naar De Bilt in 1897.
Slechts weinig namen van boerderijen hebben de periode van ongeveer honderd jaar tussen de uitgave van rond 1905 en de meest recente editie van de topografische kaarten kunnen overbruggen. In Westbroek komt alleen De Lindeboom aan de Groene weg (thans gemeente Maarsen) op de grens met Zuilen op beide uitgaven voor. In Achttienhoven staat 't Veldhuis in de Polder de Gagel op beide kaarten; de boerderij ligt nu in de gemeente Utrecht. Ook Beukenburg en D'Eijckelkamp aan de Nieuwe Wetering vinden we tweemaal terug, evenals de Boschoeve (Bossehove) in Groenekan.
Als een boerderij van de kaart is, betekent dit niet noodzakelijkerwijze dat de bebouwing weg is. Zo is Koleveld aan de Voordorpse Dijk in de recente atlas niet meer opgenomen, maar de naam is op de huidige manege nog steeds te lezen. Ook Landlust aan de Groeneweg toont zijn naam duidelijk en De Hoeve aan de Soestdijkseweg is niet verdwenen.

Tot slot
De atlas toont uiteraard veel meer dan hier is beschreven. Alleen de huidige gemeente De Bilt kwam aan bod, aangevuld met gebieden die vroeger deel uitmaakten van De Bilt of van een van de daarmee gefuseerde voormalige gemeenten. Daar, maar ook elders in Utrecht, valt op de atlassen nog genoeg te ontdekken..

Voetnoot
*) Namen die letterlijk zijn overgenomen van de kaarten op de atlas van rond 1905, zijn cursief gedrukt, evenals de namen van de gebruikte atlassen.

Atlassen:
Grote Historische Atlas Utrecht.. Uitgeverij Nieuwland, Tilburg 2005.
ANWB Topografische Atlas; Utrecht Flevoland. ANWB, Den Haag 2004.
Foto-atlas Utrecht, Robas/Topografische Dienst, z.j.