Begin jaren zestig van de vorige eeuw werden de eerste weersatellieten in een baan rond de aarde gebracht. Als de televisiecamera op de rondtollende satelliet toevallig even de aarde in beeld kreeg, steeg in de controlekamers een luid gejuich op. De weinig gedetailleerde zwart-witbeelden lieten in de dampkring en op het aardoppervlak dan ook verschijnselen zien die niet eerder op een dergelijke manier in beeld waren gebracht.
Inmiddels zijn we vijfenveertig jaar verder. Het aantal instrumenten op de satellieten is uitgebreid, het gaat niet meer uitsluitend om toepassingen in de weerkunde, de beelden zijn aanzienlijk scherper en de laatste vijf jaar deels zelfs in 'ware kleuren'. Of de aarde in beeld komt is geen verrassing meer; de sensoren van de satelliet zijn onafgebroken op de aarde gericht en de tijden waarop men nieuwe beelden van de aarde en de atmosfeer mag verwachten, zijn ruim van tevoren bekend. Wat daarop te zien is, blijkt vaak nog wél onverwacht. De schitterende opnamen weten steeds weer te boeien en stellen ons in staat te genieten van verschijnselen waarvan onze ouders en voorouders geen weet hadden en van uitzichten waarop zij geen zicht hadden. Meer lezingen.

Het weer op satellietbeelden
In deze lezing geef ik talrijke voorbeelden van verschijnselen op satellietbeelden, steeds voorzien van uitleg over wat er is te zien en waarom. Het is een excursie langs gewone en uitzonderlijke gebeurtenissen die zich waar ook op aarde of in de dampkring voordoen. Het bekendst zijn de verschijnselen die geregeld genoemd worden in de weeroverzichten van televisie en dagbladen: de depressies, de fronten en de hogedrukgebieden. Daarna komen kleinschaliger, maar niet minder indrukwekkende, soms zelfs verwoestende weersystemen aan bod, zoals tropische cyclonen, zomerse onweersstoringen en winterse depressies in koude lucht. In die koude lucht zijn verder geregeld patronen met langgerekte koordwolken en met celvormige bewolking zichtbaar, die zich voordoen boven relatief warm oceaanwater en boven opgewarmd land. De langgerekte koordwolken kunnen ook ontstaan boven meren en randzeeën, zoals de Grote Meren in de Verenigde Staten, de Oostzee en de Noordzee. Vulkanische eilanden geven de luchtstroming boven de oceaan vaak een verrassende draai. Achter de eilanden ontstaan boeggolven, zoals bij schepen. Ook treden er op die plek vaak langgerekte wolkenpluimen en zelfs schitterende wervelpatronen op. De invloed van grootschaliger gebergten op de luchtstroming in de atmosfeer is geregeld uit de satellietbeelden af te lezen; er vormt zich achter die bergen een soort ribbelpatroon dat sterk doet denken aan een wasbord.
De atmosfeer bevat meer dan lucht en wolken alleen. Woestijnzand kan duizenden kilometers worden meegevoerd, zodat bijvoorbeeld Saharastof tot in Nederland kan doordringen om daar extra wasbeurten voor de auto noodzakelijk te maken. Ook as van vulkanen kan lange reizen maken en onderweg grote hinder opleveren voor het vliegverkeer. Vrijwel altijd is er wel ergens brand; de rook en later het verbrande gebied worden op satellietbeelden vastgelegd. Zelfs heiigheid, die ontstaat als een hogedrukgebied het weer bepaalt en vaak een gevolg van luchtverontreiniging door wegverkeer en industrie, is met de huidige generatie satellieten duidelijk in beeld te brengen. Verder laat het vliegverkeer soms zijn sporen achter op satellietbeelden, vooral als de weersomstandigheden zodanig zijn dat de vliegtuigwolken zich geruime tijd kunnen handhaven. Minder bekend dan de vliegtuigsporen zijn de scheepswolken die soms de aanwezigheid van schepen onder een wolkendek boven de oceaan verraden.
Op een onbewolkte oceaan is overigens ook veel te zien. Satellietbeelden tonen geregeld weerspiegelingen van zonlicht in het oceaanwater, dat daardoor lichter van tint wordt. Uit onregelmatigheden in het patroon van spiegeling zijn soms weer andere verschijnselen af te leiden, zoals verschillen in windsnelheid bij het oceaanoppervlak, het optreden van inwendige golven in de oceaan of de aanwezigheid van ondiepten en banken in zee.
De doorgaans diepblauwe kleur van de oceaan kan ook door andere verschijnselen dan zonneglinstering veranderen. Boven ondiepten is de tint soms helder lichtblauw. De aanwezigheid van eencellige plantaardige organismen in de oceaan, het zogeheten fytoplankton, geeft aanleiding tot groene of zeegroene tinten. Als de bacteriën het afgestorven fytoplankton afbreken, gebruik maken van zwavel, wordt het uiterlijk van het zeeoppervlak melkgroen. Slib en zand dat door rivieren naar zee wordt gevoerd, geeft de kleur van de zee langs de kust een bruinige tint.
Alle genoemde verschijnselen zijn met de nu actieve satellieten tot in detail vastgelegd op kleurrijke satellietbeelden, waarvan een groot aantal zal worden getoond en besproken.

Von Kármànwervels
wolkenstraten
lake effect snow
vliegtuigwolken
scheepswolken
stof
tropische cyclonen / hurricanes
sunglint