
De natuur om ons heen toont een grote verscheidenheid aan lichtverschijnselen. Het meest bekend is de kleurrijke regenboog, die we zien als zonlicht invalt op de druppels van een regenbui. Andere voorbeelden zijn de kring om de zon, de krans om de maan en de vervormingen van de zonneschijf bij lage zonnestand.
Lichtverschijnselen aan de hemel
De
regenboog is een van de
verschijnselen die zich voordoen als zonlicht bij zijn weg door de atmosfeer van
richting is veranderd. Deze richtingsveranderingen hebben uiteenlopende oorzaken.
Kleine richtingsveranderingen (minder dan 1 booggraad) hangen samen met de dichtheidsopbouw
van de atmosfeer. Ze zijn o.a. zichtbaar aan de vorm
van de zonneschijf bij lage zonnestanden. Waterdruppels en ijskristallen veroorzaken
veel grotere veranderingen van richting van het invallende zonlicht; hierbij ontstaan
allerlei witte of gekleurde lichtvlekken en -bogen aan de hemel. Door buiging
van het licht van de zon of de maan aan wolkendeeltjes treden richtingsveranderingen
op tot ongeveer 10 graden, Zo worden de kransen gevormd, kleurrijke ringen die
vooral 's nachts rond de maan makkelijk zichtbaar zijn. Terugkaatsing en breking
van licht aan ijskristallen geven aanleiding tot allerlei zogeheten haloverschijnselen.
Bij het meest voorkomende haloverschijnsel, de kleine kring, bedraagt de richtingverandering
22 graden, maar ook andere waarden komen voor.
Nog weer grotere richtingveranderingen
van het invallende zonlicht worden veroorzaakt door vallende regendruppels; hier
bedraagt de meest voorkomende waarde van de richtingverandering 138 graden en
het bijbehorende lichtverschijnsel is de regenboog.
Richtingveranderingen van ongeveer 180 graden treden op in wolkendruppeltjes en
in dauwdruppels. Op deze manier worden de glorie en de heiligenschijn
gevormd. Deze zijn zichtbaar rond de schaduw van een waarnemer op mist of wolken,
respectievelijk bedauwd gras of riet.
Meer lezingen.
![]() | ||||