
Hoofdstuk 5 van Kees Floor: 'Het weer op satellietbeelden',
Elmar, Rijswijk 2005 ![]()
Volgens de klassieke theorie van luchtsoorten en fronten ontwikkelen oceaanstoringen zich aan het grensvlak van twee verschillende luchtsoorten. Aan de zuidkant zit warme, vochtige, subtropische lucht en aan de noordzijde bevindt zich drogere, van noordelijke breedten afkomstige, koude, zogeheten polaire lucht. Dit grensvlak ligt in ideale omstandigheden als een soort ring rond de polen en wordt het polaire front genoemd. De hierop betrekking hebbende polairefronttheorie werd ontwikkeld in de periode kort na de Eerste Wereldoorlog aan de universiteit van Bergen in Noorwegen. De groep die toen en in de jaren twintig van de vorige eeuw aan deze theorievorming werkte, staat bekend als de Noorse School. De wetenschappers van de Noorse School werkten met modelvoorstellingen van depressies, warmtefronten, koufronten, occlusies en golfvormige storingen. Deze zogeheten conceptuele modellen kwamen reeds aan bod in hoofdstuk 2 en worden in de meteorologie en daarbuiten vandaag de dag nog steeds gebruikt.
|
|
|
| 1. Satellietbeeld
van 4 februari 2001. Koude lucht stroomt via Scandinavië uit over de Noorse
Zee tussen IJsland en Noorwegen. Boven zee is het aanvankelijk onbewolkt, maar
op enige afstand uit de kust ontstaan zogeheten wolkenstraten of koordwolken (zie
hoofdstuk 6). Het patroon met wolkenstraten gaat meer naar het westen, meer stroomafwaarts
dus, over in een celvormig wolkenpatroon (zie hoofdstuk 7). Voor de kust ten zuiden
van Noorwegen bevindt zich een depressie-in-koude-lucht. Voor de figuur zijn,
net al bij figuur 2 en 3, gegevens gebruikt van opeenvolgende overkomsten van
de NOAA 16 satelliet. Tussen opeenvolgende banen zit een tijdverschil van ruim
100 minuten; daardoor sluiten de bewolkingspatronen niet altijd naadloos aan en
kan de belichting enigszins afwijken. Beeldbewerking: Institut für Meteorologie,
Freie Universität, Berlijn, Duitsland. |
|
Activiteit in polaire lucht
Pas veel later bleek dat niet
alleen aan het polaire front storingen tot ontwikkeling komen; ook in de koude
lucht aan de noordzijde, op enige afstand van het polaire front, doen zich actieve
storingen voor. De scheepvaart in het betrokken gebied werd ermee geconfronteerd
en vaak erdoor verrast. Met de komst van weersatellieten konden aanwezigheid,
vorm, ontwikkeling en frequentie van optreden van dergelijke storingen gedetailleerder
in kaart worden gebracht. Om deze en andere verschijnselen in de atmosfeer, zoals
de storingen in warme lucht uit het vorige hoofdstuk, onder te brengen in een
algemenere theorie over weersystemen, moest het aantal conceptuele modellen waarmee
de weerdiensten werken, worden uitgebreid. De uitbreiding omvat onder andere storingen
in koude lucht, zoals doorontwikkelde stapelwolken (enhanced cumulus EC), komma's
(comma), depressievorming in koude lucht (cold air development, CAD), 'instant
occlusies' en 'polar lows'. We laten hier enkele voorbeelden zien van dergelijke
weersystemen, maar bespreken eerst hoe de koude lucht er op satellietbeelden uit
ziet als er geen storingen aanwezig zijn..
Storingsvrije koude lucht
Wanneer
koude lucht vanaf het land uitstroomt over relatief warm zeewater, ontstaat er
gewoonlijk een karakteristieke opeenvolging van bewolkingspatronen. Vlak langs
de kust is er eerst een strook boven zee, waarin het onbewolkt is. Als de lucht
enige tijd boven het oceaanwater heeft vertoefd, vormen zich wolkenstraten of
koordwolken die min of meer evenwijdig aan de luchtstroming georiënteerd
zijn. Dergelijke wolkenstraten zijn onder andere te zien op het satellietbeeld
(beeld 1) voor de Noorse kust en boven het Skagerrak en de Noordzee; ze worden
uitvoeriger besproken in hoofdstuk 6. Heeft de aanwarming van onderen af wat langer
geduurd, dan volgt een gebied met open cellen. Zo'n patroon met open cellen is
op hetzelfde satellietbeeld duidelijk zichtbaar aan weerszijden van de later in
dit hoofdstuk te bespreken storing voor de kust van Zuid-Noorwegen. Het bewolkingspatroon
in de lucht die nog weer langer onderweg is, bestaat uit gesloten cellen; deze
zijn op de figuur bijvoorbeeld aanwezig boven het zeegebied ten noordoosten van
IJsland. In alle gevallen is de verticale ontwikkeling van de bewolking beperkt.
Dat komt doordat de onderste laag van de dampkring boven zee, de zogeheten maritieme
grenslaag, aan de bovenzijde vaak wordt 'afgedekt' door een inversie, die het
doorstijgen van de wolkentoppen naar grotere hoogte belemmert. De kans dat er
een buienwolk voorkomt, is bij open cellen groter dan bij gesloten cellen of bij
wolkenstraten. Van buienclusters is meestal echter geen sprake, laat staan van
storingen. In hoofdstuk 7 komen celvormige bewolkingspatronen uitvoeriger aan
de orde.
Doorontwikkelde stapelwolken
De situatie verandert als
er zich in de hogere luchtlagen koude plekken in de atmosfeer bevinden en bovendien
het stromingspatroon stijgbewegingen in de atmosfeer stimuleert. Dat is bijvoorbeeld
het geval vlak voor een hoogtetrog; een hoogtetrog is een uitloper van een lagedrukgebied
op de weerkaart van ruim vijf kilometer hoogte. De stapelwolken en de buien die
zich in dat gebied bevinden, kunnen zich veel beter ontwikkelen dan buien buiten
de invloedssfeer van de hoogtetrog. Zo treedt er in een zone met lichte buien
plotseling verhevigde buiigheid op op relatief kleine schaal; daarbij zijn onweer,
hagel en in de winter tevens zware sneeuwbuien mogelijk. Tussen de buien door
zijn er soms felle opklaringen; dan ziet het weer er in de zon en uit de wind
zelfs vriendelijk uit. Als de buienwolken samenklonteren is er vrijwel geen plaats
meer voor de zon en blijft het geheel bewolkt.
De doorontwikkelde stapelwolken
zijn op kunstmatig ingekleurde satellietbeelden als beeld 1, 2, 3, 6 en 7 door
hun grotere dikte en koudere wolkentoppen gemakkelijk terug te vinden als witte
vlekken. De wolkentoppen buiten de clusters met doorontwikkelde stapelwolken zijn
minder nadrukkelijk aanwezig door een gelere tint, die minder contrasteert met
de donkerder tinten van het zeeoppervlak. Op 'gewone' zichtbaarlichtbeelden, zoals
beeld 4, is het onderscheid minder duidelijk.
![]() |
|
Komma's
Bij voldoende dynamiek in de atmosfeer en een hoge onstabiliteit kunnen
de doorontwikkelde stapelwolken uitgroeien tot een georganiseerd systeem: een
kommavormige buiengebied of kortweg komma. Komma's bestaan uit samengeklonterde
buien, soms ook uit buienlijnen, en bevinden zich net als de doorontwikkelde stapelwolken
dicht bij een hoogtetrog. Vooral in het winterhalfjaar zijn ze op satellietbeelden
van de oceaan relatief vaak te zien. De omvang van komma's varieert sterk en loopt
uiteen van honderd tot vijfhonderd kilometer. Een schoolvoorbeeld van een komma
geeft beeld 2. De komma bevindt zich ten noordwesten van Schotland.
Sommige
komma's leiden een eigen, zelfstandig leven; andere ontwikkelen zich tot volwaardige
depressie of vormen in wisselwerking met het polaire front een instant occlusie.
| |
|
| 5. Enhanced Cumulus
in polaire lucht boven de Britse Eiland onderging op 28 januari 2003 vlak voor
Nederland werd bereikt een actieve ontwikkeling. De buienlijn waarin de onweersbuien
waren georganiseerd, kon worden gevolgd op de radar. Aan het getoonde radarbeeld
zijn bliksemwaarnemingen toegevoegd. |
|
Depressievorming
in koude lucht
In sommige gevallen kunnen komma's in koude, polaire lucht
een verdere ontwikkeling doormaken (cold air development, CAD) en doorgroeien
tot een depressie-in-koude-lucht (zie beeld 3). Uiteraard moet aan de voorwaarden
voor kommavorming zijn voldaan; zij leiden tot de karakteristieke vorm van de
bewolking van de kop (het noordelijk deel) van de storing. Daarnaast spelen windsnelheidsverschillen
op ruim vijf kilometer hoogte een belangrijke rol. De ontwikkeling van de 'staart'
van de bewolking die met de depressie in de koude lucht samenhangt, vindt namelijk
plaats aan de linker voorzijde van het gebied met de hoogste windsnelheden. Een
CAD-depressie brengt gewoonlijk zowel gelijkmatige als buiige regen; de buien
kunnen vergezeld gaan van hagel en onweer. De hevigste buien, vaak georganiseerd
al 'buienlijnen', zitten in de staart.
Instant occlusie
Als de
komma zich op niet te grote afstand van het polaire front bevindt, treedt een
wisselwerking op tussen de beide weersystemen. De komma veroorzaakt eerst golfvorming
in het front en smelt vervolgens met de golf samen tot een zogeheten instant occlusie
of pseudo-occlusie. Een instant occlusie gaat vergezeld van een bewolkingspatroon
dat een zekere gelijkenis vertoont met de 'klassieke' Noorse-Schoolocclusie en
wordt om die reden op weerkaarten bij gebrek aan een eigen symbool vaak als occlusie
getekend. Net als 'gewone' komma's en depressies in de koude lucht, gaan instant
occlusies vergezeld van vaak hevige buien, maar er zijn ook delen van het weersysteem
met langdurig aanhoudende gelijkmatige regen.
'Polar low'
Polar
lows zijn kleine depressies van vierhonderd tot achthonderd kilometer doorsnede.
Ze vormen zich in het winterhalfjaar in polaire lucht op grote afstand van het
polaire front. In het gebied waar ze tot ontwikkeling komen, heersen grote temperatuurtegenstellingen.
Lucht van twintig tot dertig graden onder nul strijkt over de warme golfstroom;
de watertemperatuur is plus vijf, soms zelfs nog plus tien graden. Dergelijke
omstandigheden vergemakkelijken het ontstaan van de storingen. In het beginstadium
ligt de bewolking van het polar low als een krul in de koude lucht. Bij een 'volwassen'
polar low spelen sneeuwbuien een rol bij het in stand houden van het weersysteem.
Op het satellietbeeld is dan meestal een duidelijke wervel zichtbaar, soms ook
met een oog. Een oog is een onbewolkt gebied in het centrum van de depressie,
zoals ook geregeld zichtbaar op satellietbeelden van tropische cyclonen (vergelijk
hoofdstuk 3).
Polar lows zijn verwant aan de komma's. Ze ontstaan in de trog
van een grootschaliger hoogtestroming. Ze gaan vergezeld van een minstens harde
tot stormachtige wind en brengen doorgaans veel sneeuw; de zo ontstane sneeuwstormen
zijn berucht. Polar lows zijn vooral actief boven zee; komen ze boven land terecht,
dan neemt hun activiteit snel af. De meeste polar lows stranden op de kusten van
Noorwegen, Schotland en Denemarken. Slechts een enkele maal slaagt een polar low
erin de Hollandse, Zeeuwse of Vlaamse kust te bereiken of te passeren.
![]() | ![]() |
| 4. Achter een depressie voor de Noorse kust (midden links in beeld) stroomt koude lucht over de Britse Eilanden naar het zuiden. Boven Midden-Engeland heeft zich hierin Enhanced Cumulus ontwikkeld (linksonder), die nog verder activeert en volgens het radarbeeld van beeld 5 later die dag boven Nederland zeer actief is. Midden onder in beeld is het Nauw van Calais zichtbaar en daarboven de zuidelijke Noordzee met de kusten van Engeland (links), Frankrijk, België en Nederland. Datum: 28 januari 2003 11.00 UTC. Satelliet: Terra. Bron: NASA/GSFC MODIS Land Rapid Response System. |
|