
Hoofdstuk 18 van Kees Floor: 'Het weer op satellietbeelden',
Elmar, Rijswijk 2005
![]() | ||
| 1
(muis naast beeld). Dikke laag zand en stof boven het zuiden van Afghanistan en
het noorden van Pakistan, 14 juni 2004. Het zand stroomt rond de Chagai Hills,
de donkere plek in het midden. Aan de zuidzijde voorkomt de Siahan Mountain Range
in Pakistan dat het stof verder oprukt. Meer informatie over stofstormen is te
vinden in hoofdstuk 11, Stofstormen. Zichtbaarlichtbeeld in ware kleuren. Satelliet:
Aqua. Bron: NASA/GSFC MODIS Land Rapid Response Team. 2 (muis op beeld). Temperatuur van het aardoppervlak en van stof en zand tijdens de zandstorm van 14 juni 2004 (beeld 1). Als het zand en stof omhoog wordt gevoerd, koelt het sterk af. De temperatuur van het aardoppervlak is op de heetste plekken 57 graden; aan de bovenkant van de stoflaag ligt de temperatuur maar liefst veertig graden lager. Satelliet: Aqua. Bron: NASA/GSFC MODIS Land Rapid Response Team. | 3
(muis naast beeld). Spanje en Portugal op 1 juli 2004. Alleen langs de noordkust
zit wat schaduwgevende bewolking; elders schijnt de zon volop. Ten westen van
de Straat van Gibraltar is een strook met zonneglinstering zichtbaar (zie hoofdstuk
16, Zonneglinstering). Satelliet: Aqua. Bron: NASA/GSFC MODIS Land Rapid Response
Team. 4 (muis op beeld). Temperatuurbeeld van Spanje en Portugal tijdens een hittegolf van hetzelfde moment als beeld 3, 1 juli 2004. Het landoppervlak is plaatselijk 59 graden. Waarneemstations rapporteerden een luchttemperatuur van meer dan veertig graden. Satelliet: Aqua. Bron: NASA/GSFC MODIS Land Rapid Response Team. |
|
De meeste afbeeldingen in dit boek zijn zichtbaarlichtbeelden, gebaseerd op metingen van instrumenten op satellieten (zie bijvoorbeeld beelden 1 en 3). Ze tonen een momentopname van het aardoppervlak en eventuele bewolking daarboven. Mogelijk wordt daarmee de suggestie gewekt dat satellieten slechts ordinaire, zij het kwalitatief hoogwaardige, fototoestellen in de ruimte zijn. Ze blijken echter tot veel meer in staat en hebben meer taken dan alleen foto's maken. Daartoe bevinden zich aan boord van de satellieten verschillende instrumenten die ons in staat stellen de aarde op allerlei manieren te bekijken. Zo vormen bijvoorbeeld infraroodbeelden een zeer gangbaar product van weersatellieten. Deze beelden tonen de temperatuur van het landoppervlak (beelden 2 en 4) en het zeewater (beeld 5) op het moment van overkomst van de satelliet. Infraroodbeelden kunnen ook in de nacht worden gemaakt. Door alle temperatuurgegevens over een periode van dagen, maanden of jaren te verzamelen en te middelen, ontstaan kaarten met bijvoorbeeld gemiddelde zeewatertemperatuur (beeld 6). Ook kunnen temperaturen van verschillende jaren worden vergeleken, zoals is gedaan bij beeld 7.
![]() | ![]() | |
| 6. Temperatuur van het zeewater, gemiddeld over de maand mei 2001. Satelliet: Terra. Bron: NASA/GSFC MODIS Ocean Group. |
| 8. Saharastof boven de Atlantische Oceaan, 28 februari 2000. Het beeld toont het gebied dat de satelliet Seastar op een dag bestrijkt; niet alle plaatsen komen dagelijks in beeld. Bron: NASA/GSFC SeaWiFS Project. |
MODIS,
SeaWiFS en AVHRR
Het leeuwendeel van de gedetailleerde satellietbeelden
in dit boek is afkomstig van een instrument dat wordt aangeduid als MODIS. Het
acroniem staat voor Moderate Resolution Imaging Spectroradiometer. MODIS is het
belangrijkste instrument op de Terra en de Aqua, twee geavanceerde satellieten
van het Earth Observation Program. Ook de beelden van de voorloper van de MODIS,
de Sea-viewing Wide Field-of-view Sensor (SeaWiFS) op de satelliet Seastar, tonen
veel detail en niet alleen op zee, zoals de naam van het instrument ten onrechte
doet vermoeden. Daarnaast zijn er beelden geplaatst van de Advanced High Resolution
Radiometers (AVHRR) op de operationele NOAA-weersatellieten.
De satellietbeelden
van MODIS en SeaWiFS onderscheiden zich op verscheidene punten van de klassieke
beelden van operationele weersatellieten. Zo zijn er beelden beschikbaar in 'ware
kleuren'; de klassieke zichtbaarlichtbeelden van de operationele NOAA-weersatellieten
tonen slechts grijstinten of zijn kunstmatige ingekleurd op basis van aanvullende
informatie uit het infraroodkanaal van de AVHRR (false color, de NOAA beelden
bij de voorgaande hoofdstukken, bijvoorbeeld beeld 2 bij hoofdstuk 1). Daarnaast
tonen de beelden van de nieuwe generatie satellieten veel meer detail: de resolutie
van MODIS-beelden bedraagt zelfs 250 meter, tegen een kilometer of meer bij de
meeste operationele weersatellieten. MODIS heeft elke plaats op aarde bij daglicht
dagelijks in beeld, als tenminste de satellieten Terra en Aqua beide actief zijn.
Mocht een van de satellieten buiten bedrijf zijn, dan vallen er gaten in de dekking
en zijn sommige plekken slechts om de andere dag te zien (vergelijk beeld 3 van
hoofdstuk 1). Hetzelfde geldt voor de beelden van de SeaWiFS, die op slechts één
satelliet wordt meegevoerd (beeld 8). De AVHRR van traditionele weersatellieten
die vergelijkbare banen rond de aarde volgen en waarvan er twee tegelijkertijd
operationeel zijn, heeft elk punt op aarde enkele malen per dag in het vizier.
Missie
De lagere frequentie van de MODIS- en SeaWiFS-beelden
hangt samen met het beoogde gebruik, de zogeheten missie, van de satellieten.
De gegevens zijn niet in eerste instantie bedoeld voor de dagelijkse weersverwachting,
maar veeleer voor het klimaatonderzoek. Daarvoor is eerst nodig het huidige klimaatsysteem
in kaart te brengen, inclusief de rol van menselijke activiteiten daarin.
De
MODIS bekijkt de aarde door 36 verschillende brillen; satellietontwerpers spreken
van 36 kanalen of vensters. Door het grote aantal kanalen en door de aanwezigheid
van aanvullende instrumenten, kunnen de Terra en de Aqua veel meer informatie
opleveren dan alleen maar beelden met de posities van bewolking en weersystemen.
Boven land sporen de Terra en de Aqua gemakkelijk brandhaarden op. Deze worden
vaak als rode stippen in de 'gewone' satellietbeelden opgenomen (zie diverse beelden
bij hoofdstuk 13, Rook van bosbranden en andere vormen van luchtverontreiniging).
Verder leveren de satellieten informatie over landgebruik en veranderingen daarin
door verstedelijking of door de omzetting van bossen en regenwoud in landbouwgrond.
De temperatuur van het landoppervlak en de vochtigheid van de bodem worden eveneens
gemeten. Daarnaast helpen de satellietgegevens bij het in kaart brengen van de
toestand van de vegetatie en bij het signaleren van eventuele vulkaanuitbarstingen
(zie hoofdstuk 12, As van vulkanen bedreigt vliegveiligheid). Ook de oceaan is
geregeld in beeld. De satelliet meet zeewatertemperatuur (beeld 5), bepaalt windrichting
en -snelheid nabij het zee-oppervlak en legt de kleur van de oceaan vast (zie
hoofdstuk 17, Kleurrijk oceaanwater). De kleur van de oceaan hangt onder andere
af van de hoeveelheid fytoplankton en is daarmee een maat voor de 'gezondheid'
van de oceaan. Op verschillende niveaus in de atmosfeer bepalen de satellieten
de temperatuur en vochtigheid. Tevens worden de karakteristieken van stofdeeltjes
in de atmosfeer, het zogeheten aerosol, en van bewolking onderzocht met meetgegevens
afkomstig van de MODIS. Datzelfde geldt voor de stralingshuishouding van de atmosfeer
en voor neerslag. Tenslotte wordt ook de sneeuwbedekking en de aanwezigheid van
zee-ijs met behulp van de MODIS gemeten en bestudeerd.
Wetenschappers hebben
hun handen vol aan het interpreteren van alle gegevens die de satellieten naar
de aarde sturen. Ze doen hun best de metingen om te zetten in beelden en de interessantste
daarvan voor alle belangstellenden beschikbaar te maken. Dankzij hun inspanningen
kan iedereen nu zelf de aarde vanuit de ruimte bekijken en werd de basis gelegd
voor de vele beelden in dit boek.
![]() |
![]() | ![]() |
|
| Temperatuurkaart met de hoogste temperatuur van het aardoppervlak in de periode 2003, 2004 en 2005. De temperaturen zijn gebaseerd op metingen van het MODIS-instrument op de Amerikaanse satelliet Aqua. Deze komt elke dag rond 13.30 uur plaatselijke zonnetijd over. Het warmst zijn de dorre zandwoestijnen, zoals in Australië, Iran en de Sahara. Bron: zie literatuur. |