
Hoofdstuk 15 van Kees Floor: 'Het weer op satellietbeelden',
Elmar, Rijswijk 2005 ![]()
Vliegtuigen zijn niet de enige veroorzakers van
condensatiestrepen. Naast het vliegverkeer levert ook de scheepvaart zijn 'bijdrage'.
Bij rustig weer aan de flank van hogedrukgebieden boven de oceaan laten schepen
namelijk af en toe wolkensporen achter. De sporen zijn langwerpig, waaieren enigszins
uit, lijken soms wat te zig-zaggen en hebben daardoor wel wat weg van rookpluimen.
Ze lijken zich weinig aan te trekken van de heersende windrichting. De scheepswolken
kunnen tot duizend kilometer lang worden en variëren in breedte van enkele
kilometers, dicht bij het schip, tot enkele tientallen kilometers op grotere afstand.
De wolkenpluimen blijven enkele uren tot enkele dagen in tact. Op satellietbeelden
zijn ze geregeld te zien, waarmee zelfs schepen die zich onder bewolking proberen
te verschuilen tegen spionagesatellieten, hun aanwezigheid verraden. Daar was
de Amerikaanse marine natuurlijk niet zo blij mee; vandaar dat ze reeds in de
jaren zeventig van de vorige eeuw onderzoek begon te verrichtten of te financieren
naar het optreden van dit verschijnsel. De weersomstandigheden waaronder scheepswolken
ontstaan, konden zo verder worden vastgelegd. Naast de reeds genoemde nabijheid
van een hogedrukgebied en de zwakke tot matige wind bleek een hoge luchtvochtigheid
vereist van negentig procent of meer. Het zeewater is dan meestal net iets warmer
dan de lucht erboven. Vaak is het enigszins mistig of zit er een dunne laag bewolking,
- in het meteorologisch jargon stratus of stratocumulus, - op geringe hoogte.
Soms valt er uit de stratocumulus wat lichte motregen. In gevallen waarin het
temperatuurverloop met de hoogte kon worden vastgesteld, bleek er een dunne, onstabiele
en vochtige luchtlaag boven de oceaan aanwezig: de zogenoemde maritieme grenslaag.
Aan de bovenzijde daarvan blijft de temperatuur constant of neemt ze zelfs iets
toe, een zogeheten inversie. Deze inversie wordt veroorzaakt door dalende luchtbewegingen
die kenmerkend zijn voor hogedrukgebieden en heet daarom ook wel subsidentie-inversie.
Eventuele stratus- of stratocumulusbewolking bevindt zich net onder de inversie
en datzelfde geldt voor de scheepswolken, indien die zich vormen.
![]() | ![]() |
Scheepswolken
boven de Stille Oceaan voor de Amerikaanse westkust. |
|
Wolkenfysica
Het
optreden van wolkensporen achter schepen herinnert ons eraan dat er bij een verklaring
van wolkenvorming meer komt kijken dan condensatie van waterdamp in tijdens al
dan niet gedwongen opstijging afgekoelde lucht. De waterdamp is afkomstig van
het aardoppervlak; de zon levert de benodigde verdampingswarmte en klaar is Kees.
Als dit het hele verhaal was, zouden de schepen geen invloed hebben op details
van de bewolking die bij aanwezigheid van de wolkensporen zichtbaar is. Dat dit
in werkelijkheid wel het geval is, komt doordat in de atmosfeer het proces van
wolkenvorming op gang wordt gebracht door condensatiekernen, zo leert ons de wolkenfysica.
Wolkenfysica is het onderdeel van de meteorologie dat gaat over de vorming en
het oplossen van bewolking. Condensatiekernen zijn microscopisch kleine, onzichtbare
maar overvloedig aanwezige deeltjes in de lucht. De meeste condensatiekernen zijn
van natuurlijke oorsprong; daarnaast is een deel afkomstig van menselijke activiteit,
met name verbranding van fossiele brandstoffen of biomassa. Zonder condensatiekernen
zou het op aarde steeds onbewolkt zijn en zou de lucht waarin we leven altijd
vettig en vochtig zijn; satellietfoto's zouden een oeverloze herhaling vormen
van wat we al kennen van de Bos-atlas.
![]() |
|
De eigenschappen
van de kleine deeltjes in de lucht lopen uiteen; vooral als ze makkelijk oplossen
in water, blijken ze een grote aantrekkingskracht voor waterdamp te bezitten en
een sterke stimulans te vormen voor het ontstaan van wolken. Deeltjes met deze
eigenschap noemt men hygroscopisch. De rook van schepen bevat zwaveldioxide, dat
hygroscopische sulfaatdeeltjes kan vormen. In de rookpluim is het aantal deeltjes
dat voor druppelvorming beschikbaar is, veel groter dan daarbuiten. Dit geldt
des te sterker voor de lucht waarin de scheepswolken zich gewoonlijk vormen; deze
blijkt namelijk van zichzelf relatief schoon te zijn en weinig werkzame condensatiekernen
te bevatten. Daarom zien we de scheepswolken ook alleen op de oceanen. Boven de
Middellandse Zee of de Oostzee zijn ze nooit waargenomen omdat de lucht er altijd
over land komt aanwaaien en daardoor niet zuiver genoeg is. Boven de Noordzee
doen de wolkensporen van schepen zich wel eens voor. Bij noordwestenwinden kan
de zuivere oceaanlucht namelijk ook over de Noordzee uitstromen.
Het beschikbare
vocht verdeelt zich in de rookpluim van schepen over veel meer condensatiekernen
dan daarbuiten. Wolken met veel kleine druppeltjes reflecteren opvallend zonlicht
sterker dan andere wolken met evenveel water erin, maar verdeeld over een kleiner
aantal grotere druppels. Op deze manier waren de witte pluimen op de satellietfoto's
verklaard. Meteorologen kunnen de gebieden aangeven waar zich gemakkelijk scheepswolken
vormen en militairen kunnen er bij hun manoeuvres rekening mee houden.
![]() | ![]() | |
| Scheepswolken boven de Stille Oceaan voor de Amerikaanse westkust. (MODIS) |
| 4. Rook van branden in Oregan en Californië is weggedreven naar de Stille Oceaan en steekt geel-bruin af tegen de overige bewolking. Ten noorden en ten westen van de rookpluim zijn scheepswolken te zien. Ten zuiden van de rook ligt de tropische cycloon Elida. Datum: 29 juli 2002. Satelliet: Seastar. Bron: NASA/GSFC SeaWiFS Project. |
Openluchtlaboratorium
Ook al
leek het verschijnsel nu volledig verklaard, toch bleven onderzoekers geïnteresseerd
in de scheepswolken. Na de militaire invalshoek van de jaren zeventig van de vorige
eeuw, werd in de decennia daarna het onderzoek naar klimaat en klimaatveranderingen
de drijfveer. Men vermoedt dat bewolking bij die klimaatveranderingen een belangrijke
rol speelt; daarom wilde men meer te weten komen over de processen die met wolkenvorming
gemoeid zijn. Ook de invloed van menselijke activiteit op het gedrag van bewolking
moet daarbij in kaart gebracht worden. Scheepswolken vormen in dat kader een dankbaar
studieobject; bovendien zijn de omstandigheden om dat onderzoek uit te voeren
in de regio's waar de scheepswolken optreden, ideaal. Over het algemeen komt daar
namelijk weinig turbulentie of convectie voor, wat erop neer komt dat de atmosfeer
er rustiger is dan boven land. Daarnaast vormt de subsidentie-inversie aan de
bovenzijde van de maritieme grenslaag als het ware een deksel op die laag die
voorkomt dat de te onderzoeken stoffen te sterk verdunnen. Zoals gezegd ontstaan
scheepswolken uit een bron van verontreiniging in relatief schone lucht; aan die
verontreiniging kan daardoor makkelijk gemeten worden. Vergelijk dit met de situatie
boven land, waar zoveel uiteenlopende verontreinigingsbronnen zijn die vanuit
verschillende locaties stoffen in de dampkring brengen, dat je het overzicht snel
kwijt bent. Bovendien is de uitwisseling met hoger gelegen luchtlagen boven land
over het algemeen veel intensiever, zodat de te meten stoffen sterker verdund
raken en moeilijker meetbaar zijn. We zagen reeds dat de scheepswolken zich enkele
uren tot enkele dagen kunnen handhaven; dat is lang genoeg om de onderzoekers,
meestal wolkenfysici, rustig hun werk te laten doen. Kortom, de gebieden waarin
zich wolkensporen van schepen bevinden, vormen een ideaal openluchtlaboratorium
voor wolkenfysici, die daar dan ook dankbaar gebruik van maakten. De werkvoorbereiding
vond thuis of op een instituut plaats aan de hand van satellietfoto's; voor het
eigenlijke meetwerk moest men met meetvliegtuigen naar het openluchtlab.
Dat
leverde onder meer de volgende onderzoeksresultaten op: In de scheepswolken bleek
het aantal waterdruppeltjes per kubieke centimeter het dubbele van wat daarbuiten
werd gemeten. De diameter van de druppeltjes was zes procent kleiner, veelal te
klein om nog motregen te kunnen opleveren. De hoeveelheid wolkenwater per kubieke
meter bleek verdubbeld! Vooral dat laatste was totaal onverwacht; voor de verklaring
van scheepswolken zoals die in de hierboven werd gegeven, was een toename van
de waterinhoud namelijk niet noodzakelijk. Het reflecterend vermogen van de scheepswolken
wordt door dit effect extra opgevoerd. Satellietdata lieten zien dat de scheepswolken
dertien procent helderder zijn dan de omringende bewolking.
|
|
|
Scheepswolken
boven de Noordzee, 21 juni 1983 (NOAA/KNMI) | 3.
Scheepswolken boven de Noordzee, 30 maart 2004. Bron: NOAA/Institut für Meteorologie,
Freie Universität, Berlijn. |
Gevolgen
voor klimaatverandering
De onderzoeksresultaten zijn belangrijk voor de
studie van klimaatverandering. Kennelijk bevordert de uitstoot van zwaveldioxide
(SO2), dat naast koolstofdioxide (CO2) vrijkomt bij de verbranding van fossiele
brandstoffen, de wolkenvorming. Tevens verhoogt het de reflectiviteit van bewolking
en onderdrukt het de neerslag. Zonlicht dat door wolken wordt teruggekaatst, bereikt
het aardoppervlak niet meer en kan ook niet worden vastgehouden door het broeikaseffect.
Mogelijk verklaart deze gang van zaken dat de temperatuurstijging op het zuidelijk
halfrond, waar minder menselijke activiteit plaatsvindt en waar minder biomassa
wordt verbrand, groter is dan op het noordelijk halfrond.
Dit betekent overigens
niet dat we de opwarming van de aarde kunnen tegengaan door meer fossiele brandstoffen
te gebruiken. Het CO2 verblijft jaren in de atmosfeer en verspreidt zich over
de hele aardbol De sulfaatdeeltjes vallen langzaam naar beneden of regenen uit,
verblijven daardoor korter in de dampkring en steken vrijwel nooit de evenaar
over. De opwarming CO2 is dus mondiaal terwijl de tempering van de aanwarming
door SO2 en daarvan afgeleide stoffen slechts regionaal plaatsvindt.
Terug naar inhoudsopgave.