
Hoofdstuk 11 van Kees Floor: 'Het weer op satellietbeelden',
Elmar, Rijswijk 2005
Van tijd tot tijd daalt er uit de lucht boven Nederland
en België een geelbruin stof neer dat talrijke inwoners noopt vaker dan gewoonlijk
ramen te lappen of de auto te wassen. Het stof is afkomstig uit de Sahara; een
zuidelijke stroming over de Middellandse Zee en het West-Europese vasteland voert
het in onze richting.
Het stoftransport is op satellietbeelden goed waar te
nemen. Daarop blijkt dat het Saharastof lang niet altijd onze kant op komt. Het
waait bijvoorbeeld bij oostenwinden de Atlantische Oceaan op, richting Canarische
Eilanden. Bij westenwinden stroomt het woestijnstof over Sudan, Eritrea, Ethiopië
en de Rode Zee.
De satellietbeelden maken aannemelijk dat de Sahara kan fungeren
als bron voor stof in de atmosfeer. In de meteorologie noemt men de verzameling
van dergelijke deeltjes, die overal - meestal minder zichtbaar dan op bijgaand
satellietbeeld, - in grote concentraties in lucht aanwezig zijn, het atmosferisch
aerosol. Metingen bevestigen dat woestijnen en andere droge gebieden, die gezamenlijk
een derde deel van het landoppervlak beslaan, een belangrijke leverancier vormen
van aerosoldeeltjes. Het gebied van de Sahara en de Sahel is van al die streken
de grootste stofbron; andere bronnen zijn bijvoorbeeld Midden-Azië, het Arabisch
Schiereiland, Australië en het zuidwesten van de Verenigde Staten.
![]() | ![]() | ![]() |
| 1. Saharastof veroorzaakt de bruine tinten in de bewolking boven onder andere Engeland en Schotland. De tint van de Noordzee ten noorden en noordwesten van de Waddeneilanden duidt op algenbloei (zie verder hoofdstuk 17). Datum: 15 april 2003. Satelliet: Terra. Bron: NASA/GSFC MODIS Land Rapid Response Team. |
| 3. Saharastof onderweg naar de Canarische Eilanden. Datum: 17 februari 2003. Satelliet: Terra. Bron: NASA/GSFC MODIS Land Rapid Response Team. |
Stofstormen
Het
stof wordt tijdens stofstormen van het aardoppervlak losgemaakt door de wind;
dergelijke stormen komen ieder jaar voor, zij het in sterk wisselende frequentie
en intensiteit. De minimaal vereiste windsnelheid voor het losmaken van het stof
van het aardoppervlak hangt onder andere af van de samenstelling, de structuur
en de vochtigheid van de bodem; de orde van grootte waaraan gedacht kan worden
is windkracht vier op de standaardhoogte voor windwaarnemingen, tien meter boven
het aardoppervlak. De diameter van de deeltjes die worden meegevoerd loopt sterk
uiteen: van 0.1 tot 0.0001 millimeter. Het aantal stofdeeltjes kan in de buurt
van de brongebieden oplopen tot enkele duizenden per kubieke centimeter. De deeltjes
verblijven maximaal twee weken in de lucht en kunnen in die tijd een afstand hebben
afgelegd van enkele duizenden kilometers. De uit de woestijnen afkomstige deeltjes
kom je dan ook vrijwel overal ter wereld tegen; de verspreiding ervan is dus veel
ruimer dan je bij het zien van stofwolken op satellietbeelden in eerste instantie
geneigd zou zijn te concluderen. Zo wordt Saharastof aangetroffen tot in Ierland,
Florida en Mexico-City, terwijl stof uit Azië de westkust van de Verenigde
Staten kan bereiken.
Het uit woestijnen afkomstige aerosol speelt een rol bij
talrijke processen, zowel binnen de meteorologie als daarbuiten. Zo vormt het
een van de belangrijkste bronnen van mineralen voor het leven in de oceaan en
beïnvloedt het de 'gezondheid' van koraalriffen. Bij kinderen kan het woestijnstof
de gezondheid eveneens raken door ademhalingsmoeilijkheden te veroorzaken. Bovendien
kunnen bepaalde types ziekten zich verspreiden doordat ziektekiemen zich aan het
woestijnaerosol hechten en tot op grote afstand worden meegevoerd. Het woestijnstof
heeft ook gevolgen voor de chemische samenstelling van de atmosfeer door het absorberen
van gassen en het afschermen tegen ultraviolette zonnestraling.
![]() | ![]() | ![]() |
| 5. Saharastof boven de Canarische Eilanden, 11 februari 2001. Satelliet: Seastar. Bron: NASA/GSFC SeaWiFS Project. Een detail uit dit beeld met wervels en andere effecten achter de Canarische Eilanden is te vinden bij hoofdstuk 9, (Bewolkingspatronen achter bergachtige eilanden), beeld 7. |
|
Klimaat
Het
atmosferisch aerosol, dat zoals gezegd voor een belangrijk deel afkomstig is van
de woestijnen, doet ook van zich spreken in het onderzoek van weer en klimaat.
Het aerosol absorbeert zonnestraling en verstrooit het zonlicht. Daardoor hangt
de invloed op de warmtehuishouding van de dampkring niet alleen af van de eigenschappen
van het aerosol, maar tevens van het terugkaatsingvermogen van het onderliggende
aardoppervlak. Daarnaast is er een beïnvloeding van de warmtehuishouding
via een wisselwerking met bewolking. Wolkenvorming, neerslagvorming en de optische
eigenschappen van wolken hangen samen met het atmosferisch aerosol. Klimatologen
die de invloed van woestijnstof op de warmtehuishouding van de aarde goed willen
inschatten, moeten dus niet alleen weten hoeveel woestijnaersol er gemiddeld genomen
in de lucht zit, maar ook waar het zich bevindt en hoe de wisselwerking met bewolking
in zijn werk gaat. De hoeveelheid woestijnstof hangt bovendien af van de omvang
van de stofbronnen. Door menselijke activiteit, zoals landbouw en ontbossing,
is het 'stofareaal' op aarde in omvang toegenomen en neemt het nog steeds toe;
sommige schattingen noemen dertig tot vijftig procent van het stof in de atmosfeer
een direct gevolg van menselijk ingrijpen aan het aardoppervlak. Het stofareaal
reageert op eventuele klimaatveranderingen; het dijt uit bij verdroging en wordt
minder effectief als het vaker regent.
Meer beelden van stofstormen bij tijdschriftartikelen uit De Zee en Zenit (1, 2, 3). Terug naar inhoudsopgave.