| ![]() |
Wie
goed met Floor meekijkt naar zijn collectie schitterende en gedetailleerde beelden,
ziet opeens van alles wervelen, kolken, golven, ziet banden en wolkenstraten en
convectiecellen, mistvelden en optorenende onweerswolken. Allemaal dingen waar
Erwin Krol gemakshalve overheen wuift.
Eigenlijk zijn de meeste weersatellieten
betrekkelijk ordinaire fototoestellen, zij het dat ze op een hoogte van zo'n 750
tot 850 kilometer boven de aarde hangen. In het zichtbare deel van het spectrum
zien ze eigenlijk maar één ding: wolken.
Wolken zeggen echter
veel over de atmosfeer aan het aardoppervlak omdat ze precies verraden waar de
lucht opstijgt. Dat kan gebeuren doordat bergen de lucht omhoog forceren. Of wanneer
warme en koude lucht elkaar ontmoeten; of boven warm zeewater of opgewarmd land.
Opstijgende lucht koelt af en raakt verzadigd met waterdamp, dat daardoor condenseert.
De druppeltjes die daarbij ontstaan, vormen wolken, al dan niet van ijskristallen.
Wind
en grootschalige stromingen geven aan de wolkendekken uiteindelijk uitgesproken
structuren, de kolossale spiralen van orkanen met hun wolkenvrije oog als machtig
hoogtepunt.
Floor legt bij de meeste van die structuren en details geroutineerd
uit hoe ze ontstaan. Wie een orkaan wil maken, of een onweersfront, kan zodoende
bij hem goed terecht. Helaas laat hij in het midden hoe je zelf aan een satellietfoto
het weer van morgen en overmorgen afleest. Dat blijft kennelijk toch het geheim
van de weerman die er echt voor heeft doorgeleerd.
Martijn van Calmthout
Copyright:
de Volkskrant