Hoofdstuk
13: Meteorologisch zicht.
Laatste wijziging: 2 juli 2004
13.1
Inleiding
Automobilisten moeten een ruim zicht hebben op het overige
verkeer en op de weg. Hier wordt het begrip zicht nader uitgediept en wordt nagegaan
hoe het zicht benvloed wordt door verschillende meteorologische factoren.
| 13.2 Begrippen Wit zonlicht bestaat uit een mengsel van
alle kleuren van de regenboog. Voorwerpen reflecteren licht van verschillende
kleur of stralen dat uit. Het licht doorkruist de ruimte tussen object en oog
in verschillende richtingen en intensiteiten. Wanneer de ruimte waterdruppels
of sneeuwvlokken bevat, verandert het lichtpatroon tussen oog en object. Door
waterdruppels en sneeuwvlokken wordt het licht gebroken en verstrooid. Daardoor
wordt de hoeveelheid licht die het oog ontvangt, verminderd; tegelijkertijd neemt
de zichtbaarheid van objecten af. Een weerwaarnemer bepaalt het zicht aan de hand
van geschikte kenmerkende objecten, zoals gebouwen en boomgroepen. De afstanden
van deze zichtkenmerken in het terrein worden nauwkeurig bepaald. Het zicht wordt
over de gehele horizon van 360 graden geschat. Het slechtste zicht komt terecht
in het weerrapport. Wordt het zicht minder dan 2000 meter, maar blijft het groter
dan 1000 meter, dan spreken we van nevel. Wordt het zicht minder dan 1000 meter,
dan noemen we dat mist. Bij een zicht van minder dan 200 meter is de mist dicht;
hij is dan verkeersbelemmerend. Een zicht van minder dan 50 meter is gevaarlijk
en we spreken dan van 'zeer dichte mist'. |  |
13.3 Teruglopen van het algehele zicht
Met radar is het
verband bepaald tussen neerslagintensiteiten en het teruglopen van het zicht in
regen-, sneeuw- en hagelbuien. Het algemene zicht, dus niet het zicht achter het
stuur, maar dat zoals het met een zichtmeter in het veld langs de weg bepaald
zou worden, komt zowel in hele zware regen- als hagelbuien met een neerslagintensiteit
van meer dan 100 mm/uur niet onder 200 meter. Bij een sneeuwbui is dat wel het
geval. Wanneer de sneeuwintensiteit 5 (waterequivalente) mm/uur of meer bedraagt,
dan kan het zicht beneden 200 meter komen. In dat geval echter zal de gladheid
veel meer gevaar opleveren dan het sterk teruggelopen zicht.
| Zicht (m; afgerond) |
| RR (mm/uur) | 10% > | regen | 10% < | 10%
.> | sneeuw | 10% < |
| 5 10 20 50 100 |
3600 2500 1800 1100 750 | 2500 1700 1200 700 500 |
1400 1000 700 400 300 | 700 500 250 120 75 |
400 300 150 75 45 | 200 100 60 30 20 |
| 
Hagelbui.
| 13.4 zicht in regen-
en sneeuwbuien Het zicht in regen- en sneeuwbuien kan gerelateerd worden
aan de intensiteit van radarreflecties en daarmee aan de intensiteit van de neerslag
van regen en sneeuw. In bovenstaande tabel zijn enkele zichtwaarden gepresenteerd
zoals uit radarintensiteiten (RR; in mm per uur) afgeleid en zoals die gemeten
zouden kunnen worden met behulp van zichtmeters langs de weg, dus niet zoals de
automobilist die achter het stuur waarneemt. Het gaat om richtwaarden; exacte
getallen zijn door de beperkte nauwkeurigheid van radarmetingen niet te geven.
Bij verwachte waarden voor de neerslagintensiteit zijn de marges groter. Er is
geen rekening gehouden met stuif- en spatwater. In de tabel is ook de zichtwaarde
weergegeven waarboven of waaronder 10% van de werkelijke zichtwaarden zich bewegen.
13.5 Zicht in een hagelbui In een hagelbui hebben de hagelstenen
niet allemaal dezelfde grootte, maar er is een bepaalde verdeling van de grootte.
De diameter van de meeste stenen ligt tussen de 5 en 20 millimeter. Men kan ook
in een hagelbui de zichtafname berekenen uit de verdeling van de groottes. Het
blijkt dat het teruglopen van het zicht enkel door hagelstenen maar gering is.
Het zicht in een hagelbui loopt vooral terug doordat er in een zomerse hagelbui
naast hagel ongeveer dezelfde hoeveelheid regen valt. |
| 13.6 Zicht achter het stuur Het zicht achter
het stuur is niet hetzelfde als het zicht gemeten met een zichtmeter. Doordat
men een voorwaartse snelheid heeft ten opzichte van de neerslag (regen, hagel
of sneeuw) loopt het zicht sterk terug en wel des te meer naarmate men harder
rijdt. Hier volgen enkele vuistregels: Wanneer de weerradar regenintensiteiten
van 30 mm/uur of meer geeft, dan kan op snelwegen, waar de snelheid van de auto
ongeveer 100 km/uur bedraagt, het zicht teruglopen tot minder dan 200 meter. Uit
metingen is gebleken dat het soms gedurende een tiental seconden zeer hard kan
regenen, waarbij regenintensiteiten van 200 mm/uur mogelijk zijn. Het zicht achter
het stuur kan dan opeens sterk teruglopen, tot minder dan 100 meter. Gemiddeld
komen deze kortdurende maar extreem hoge regenintensiteiten in Nederland op elke
plek, dus ook op de weg, gemiddeld maar drie keer per jaar voor. Deze gebieden
kunnen door de beperktheid in plaats en tijd, niet met weerradar waargenomen worden.
Door het plotselinge karakter ervan, wordt de automobilist veelal verrast, waardoor
het gevaar dat ermee gepaard gaat, erg groot is. Dat gevaar kan nog versterkt
worden doordat de automobilist geneigd is te gaan remmen, wat de kans op slippen
door aquaplaning sterk vergroot. | |
13.7 Zicht in spat- en stuifwater
De banden van een snel
rijdende auto moeten soms grote hoeveelheden water wegdrukken om het contact met
het wegdek te behouden en om aquaplaning te vermijden. Wanneer bijvoorbeeld een
personenauto, waarvan de voorbanden een breedte hebben van 14 cm, met 90 km/uur
over een weg met een laagje water van 1 mm rijdt, dan moet per seconde ongeveer
7 liter water door de banden worden verwijderd. Door vrachtwagens wordt dit water
voor een vijfde deel omgezet in stuifwater. Het stuifwater komt ook op de voorruit
van de passerende auto en zal naast de vallende regen nog eens extra het zicht
belemmeren. Berekeningen leren dat het zicht achter het stuur van een auto die
bij een waterlaagdikte van 0.4 mm met ongeveer 100 km/uur een vrachtauto passeert,
kan teruglopen tot 70 meter. Bij 0.8 mm is het zicht nog maar ongeveer 30 meter.
De structuur van het wegdek (asfalt, ZOAB, klinkers) speelt een belangrijke rol
in de capaciteit om het water af te voeren en is dus van grote invloed is op het
zicht achter het stuur.