Bij grote vulkaanuitbarstingen komen immense hoeveelheden vulkanische gassen en deeltjes in de atmosfeer terecht. Dat leidt niet alleen tot schitterende zonsondergangen, maar geeft ook een vermindering van de hoeveelheid zonnestraling die het aardoppervlak bereikt, wat de temperatuur op aarde tempert. Klimaatonderzoekers willen graag weten hoe sterk de invloed van de vulkanische uitstoot in het verleden is geweest. Schilderijen van zonsondergangen kunnen daarover aanvullende informatie bieden.
![]() | ![]() | ![]() |
| 1. Uitbarsting van de Krakatau, Indonesië. Houtsnede die 11 augustus 1883 verscheen in de Londense krant The Graphic. In de maanden na de uitbarsting werd rond zonsondergang opmerkelijke roodkleuring van de hemel waargenomen en door schilders als William Ascroft in Londen (figuur 2) en Edvard Munch in Oslo (figuur 5) vastgelegd. |
| 3. Uitbarsting van de Pinatubo op de Filipijnen, 12 juni 1991. Bron: USGS. Enkele maanden later zagen astronauten de lagen vulkanische aerosolen in de stratosfeer en maakten er foto's van (figuur 4b). |
Bijna 2000
jaar geleden wees de Griekse historicus Plutarchus er al op dat door een vulkaanuitbarsting
van de Etna in het jaar 44 v. Chr. - het jaar van de brute moord op Romeinse keizer
Julius Caesar - het zonlicht vaal en krachteloos was. Hij opperde dat in de koude
zomer die op de eruptie volgde, gewassen door gebrek aan licht en warmte verschrompeld
waren en dat er daardoor honger was geleden in Rome en Egypte.
Vele eeuwen
later noemde de Amerikaan Benjamin Franklin de uitbarstingen van vulkanen op IJsland
als een van de vele mogelijke oorzaken van de opgetreden 'droge mist', van de
extreem koude zomer van 1783 en van de koude winter die daarop volgde. Later werd
bekend dat deze verschijnselen inderdaad samenhingen met de uitbarsting van de
Grimsvotn (Laki) op IJsland. Toen in 1883 de Krakatau in Indonesië uitbarstte
(figuur 1), was inmiddels wereldwijde communicatie mogelijk geworden. Daardoor
kon het verband met vreemde effecten in de atmosfeer uitvoerig onderzocht worden
en verschenen er uitgebreide, geïllustreerde rapporten met onder meer afbeeldingen
van de rode tinten van de hemel bij Londen kort na zonsondergang (figuur 2).
Op
basis van deze en andere verslagen suggereerde W.J. Humphreys in 1913 een verband
tussen vulkaanuitbarstingen en het klimaat. Vandaag de dag is men er nog steeds
van overtuigd dat vulkaanuitbarstingen weer en klimaat beïnvloeden. Vooral
de grote erupties, zoals voor de afgelopen eeuwen opgesomd in de tabel, zijn belangrijk.
Vulkanische as
Hoewel het
uitgestoten materiaal veelal uit kleine, vaste deeltjes bestaat, de zogenoemde
vulkanische as, is het effect daarvan op het klimaat gering. De grotere deeltjes
vallen zelfs binnen enkele dagen al naar beneden en zijn dan uit de atmosfeer
verdwenen; de kleinere kunnen zich vooral na krachtige uitbarstingen enkele maanden
in de dampkring handhaven. De vaste deeltjes hebben daardoor slechts beperkte
tijd invloed op de temperatuur. De gevolgen van de vulkanische as voor de luchtvaart
worden als veel hinderlijker ervaren (zie Zenit
juli/augustus 2004). Als er nu een uitbarsting zou plaatsvinden zoals die
van de Laki in IJsland in 1783, zou het vliegverkeer boven het noordelijk halfrond
minstens een half jaar ontregeld zijn.
![]() | ![]() |
Zwavel
Naast
vulkanische as stoten vulkanen tijdens erupties grote hoeveelheden gassen uit
als water, stikstof, koolstofdioxide, zwaveldioxide en soms ook zwavelwaterstof.
De meeste van deze gassen bevinden zich al in overvloed in de atmosfeer, maar
voor de zwavelverbindingen geldt dat niet. Bovendien reageren die met water. Daarbij
wordt zwavelzuur gevormd, wat een grote invloed heeft op de stralingshuishouding
van de aarde. Verder worden de zwavelzuurdeeltjes, als ze eenmaal in de stratosfeer
terecht zijn gekomen, met de daar heersende harde winden snel over grote delen
van de aarde verspreid. Op die hoogte kan het zogenoemde aerosol zich enkele jaren
handhaven; dat komt doordat er daar geen neerslag is die de verontreinigingen
naar het aardoppervlak kan afvoeren. Na de uitbarsting van de Pinatubo op de Filipijnen
in 1991 (figuur 3) konden astronauten de lagen met aerosolen van vulkanische oorsprong
vanuit de ruimte zien en fotograferen (figuur 4).
Boven welke plaats op aarde
die aerosolen rondzweven en in welke laag van de atmosfeer, hangt overigens sterk
af van de luchtstromingpatronen in de troposfeer en de stratosfeer op het moment
van de erupties en de weken en maanden daarna. Ook is veelal niet bekend hoeveel
er is vrijgekomen bij een eruptie. Dat is lastig als je de effecten op het klimaat
van vulkaanuitbarstingen uit het verleden wilt reconstrueren. Aanvullende informatie
is dan meer dan welkom.
![]() | ![]() | ![]() |
5.
'De Schreeuw' van de Noorse schilder Edvard Munch (1863-1944) uit 1893.
De rode lucht is vermoedelijk terug te voeren op zonsondergangen die in Christiania,
nu Oslo, Noorwegen zichtbaar waren na de uitbarsting van de Krakatau (figuur 1)
in 1883. (Nasjonalgalleriet, Oslo, Noorwegen). |
| 6b.
Voorbeeld van een vulkanische zonsondergang: J.M.W. Turner, Sunset uit
1833, twee jaar na de uitbarsting van de Babuyan op de Filipijnen. R/G=1.76. (The
Tate Gallery, Londen, Engeland). Turner maakte tijdens zijn actieve periode als
schilder ook de rode tinten rond zonsondergang mee na de uitbarsting van de Tambora
in Indonesië (1815). |
Schilderijen
Dergelijke
informatie is te vinden in schilderijen van zonsondergangen, stellen C.S. Zerefos
en collega's van de Universiteit van Athene. De gas- en deeltjeswolken van vulkanen
beïnvloeden namelijk niet alleen de temperatuurhuishouding van de aarde,
maar leiden ook tot schitterende zonsondergangen. Het zonlicht dat bij laagstaande
zon een lange weg aflegt door de atmosfeer, ondergaat extra verstrooiing, wat
leidt tot rodere tinten dan normaal.
Als klassiek voorbeeld van zo'n 'vulkanische'
zonsondergang wordt vaak het bekende werk 'De Schreeuw' (figuur 5) van
de Noorse schilder Edvard Munch opgevoerd. 'De Schreeuw' is vermoedelijk geïnspireerd
op wat de schilder zag in de maanden na de uitbarsting van de Krakatau in 1883.
De bekendste versie van het schilderij werd waarschijnlijk gemaakt in 1893, maar
helemaal zeker is dat niet. Daardoor voldoet het werk niet aan de eisen die de
Griekse onderzoekers stellen aan de schilderijen die zij bruikbaar achten, waaronder
een exacte datering.
De Engelse schilder William Ascroft opereerde wat dat
betreft veel preciezer. Ook hij schilderde in de periode kort na de uitbarsting
van de Krakatau (figuur 1). Hij was geraakt door het schitterende nagloeien van
de schemering en legde wat hij zag zo nauwkeurig mogelijk vast op aquarellen,
voorzien van datum en tijd. Zijn werken konden dan ook opgenomen worden in het
officiële verslag van een onderzoekscommissie van de Britse Royal Society
naar de gevolgen van de uitbarsting van de Krakatau; ook de Griekse onderzoekers
deden er hun voordeel mee. Gelukkig waren er uit de periode van onderzoek, 1500
- 1900, nog veel meer werken die geschikt waren voor gebruik in hun onderzoek.
Van dat tijdvak zijn geen meetgegevens uit de atmosfeer beschikbaar, zodat elke
aanvulling zinvol is. Uiteindelijk vonden ze - meestal op internet - 554 schilderijen
van 181 schilders. Doordat niet altijd bekend was wanneer het schilderij was gemaakt,
werd uiteindelijk gewerkt met 327 schilderijen. Ze deelden die in in twee groepen:
vulkanisch of niet-vulkanisch (vergelijk figuur 6). De groep vulkanische zonsondergangen
bevatte 54 gedateerde schilderijen die minder dan drie jaar na een grote uitbarsting
tot stand waren gekomen, gemaakt door 19 verschillende kunstenaars. Figuur 7 bevat
nog enkele voorbeelden van bestudeerde schilderijen.
![]() | ![]() | ![]() |
| a. Aelbert Cuyp (1620-1691), De Maas bij Dordrecht, ca. 1650. (National Gallery of Art, Washington, USA) |
| c. Albert Bierstadt (1830-1902), Evening on the prairy, 1870. (Thyssen-Bornemisza Museum, Madrid, Spanje). |
Roodtinten
De
mate waarin de atmosfeer rood gekleurd is, werd bepaald met het beeldbewerkingsprogramma
Photoshop aan de hand van de verhouding rood staat tot groen (R/G) aan de hemel
in de buurt van de horizon op de schilderijen. Verschillen in roodtinten werden
toegeschreven aan verstrooiingseffecten in de atmosfeer. Uit eerder onderzoek
was namelijk gebleken dat de door schilders gebruikte kleurtinten niet of nauwelijks
afhangen van leeftijd en ervaring.
De voorkeur ging natuurlijk uit naar werken
van meesters die zowel voor, tijdens als na grote vulkaanuitbarstingen zonsondergangen
vastlegden. Die bleken dun gezaaid; slechts vijf schilders, waaronder Joseph Mallord
William Turner en Edgar Degas, hadden een geschikt oeuvre nagelaten. Steeds bleek
er in hun werk een duidelijke toename van de roodtinten in perioden kort na een
grote vulkaanuitbarsting. Dat resultaat was bemoedigend en gaf voldoende aanleiding
om de R/G-bepalingen voort te zetten voor alle 327 geselecteerde schilderijen.
Ook nu weer werd er een duidelijke toename van de R/G-verhouding gevonden in perioden
kort na belangrijke erupties. Schilderijen bieden dus informatie over de vulkanische
aerosolen die in vroeger tijden in de atmosfeer rondzweefden, zo stellen de Griekse
onderzoekers.
Kwantificering
Voor
de reconstructie van het klimaat in het verleden met klimaatmodellen is bovengenoemde
informatie niet genoeg, om niet te zeggen onbruikbaar. Klimaatonderzoekers hebben
getallen nodig van natuurkundige grootheden, waarmee ze kunnen rekenen. Zerefos
en medewerkers hebben die vertaalslag van rood op een schilderij naar kwantificering
van vulkanische aerosolen dan ook gemodelleerd. Ze berekenden R/G-waarden voor
vier scenario's: een 'schone' stratosfeer en situaties met vrij veel, veel en
extreem veel aerosolen van vulkanische oorsprong. De resultaten bleken goed te
sporen met schattingen van andere onderzoekers. Zo werd duidelijk dat de schilderijen
vrij nauwkeurige informatie kunnen opleveren over de gevolgen van de vulkaanuitbarstingen.
'De kunstenaars blijken de kleuren uit de natuur opvallend getrouw te hebben weergegeven',
concluderen de Griekse onderzoekers dan ook. Zonder dat ze het zich bewust waren,
hebben de schilders zich tot de kroniekschrijvers van het klimaat ontwikkeld.
Mogelijk dat we in de toekomst nog veel meer informatie over natuurlijke gebeurtenissen,
die tot nog toe aan de aandacht van wetenschappers is ontsnapt, in schilderijen
zullen kunnen terugvinden.
Literatuur:
Zerefos, C. S. et al., Atmospheric
effects of volcanic eruptions as seen by famous artists and depicted in their
paintings, Atmos. Chem. Phys. Discuss., 7, 5145-5172, 2007
Tabel: Grote vulkaanuitbarstingen. | |
vulkaan | jaar |
Awu, Indonesië | 1641 |
Katla, IJsland | 1660 |
Tongkoko
en Krakatau, Indonesië | 1680 |
Grimsvotn
(Laki of Lakagigar), IJsland | 1783 |
Tambora,
Sumbawa, Indonesië | 1815 |
Babuyan,
Filipijnen | 1831 |
Cosiguina,
Nicaragua | 1835 |
Askja,
IJsland | 1875 |
Krakatau,
Indonesië | 1883 |
Okataina
(Tarawera), Noordereiland, Nieuw Zeeland | 1886 |
Santa
Maria, Guatemala | 1902 |
Ksudach,
Kamchatka, Rusland | 1907 |
Novarupta
(Katmai), Alaska, Verenigde Staten | 1912 |
Agung,
Bali, Indonesië | 1963 |
Mt.
St. Helens, Washington, Verenigde Staten | 1980 |
El
Chichón, Chiapas, Mexico | 1982 |
Pinatubo,
Luzon, Filipijnen | 1991 |