Kees Floor, Het Weer Magazine februari 2012.
Weerkaarten en satellietbeelden geven snel een overzicht van een weersituatie. De lagedrukgebieden van de weerkaart zijn op satellietbeelden vaak gemakkelijk te herkennen aan de karakteristieke depressiekrul. Rond hogedrukgebieden ontbreekt meestal bewolking, al wordt in een enkel geval toch de draaiende beweging rond een hogedrukkern zichtbaar. Het hogedrukgebied lijkt dan op een ouderwetse 78-toerenplaat van vinyl.
Al meer dan 130 jaar publiceert het KNMI dagelijkse weerkaartjes. Daarop zijn
onder andere hoge- en lagedrukgebieden te zien, omsloten door vaak grillig verlopende,
dunne lijnen: de isobaren. Deze lijnen verbinden de plaatsen met eenzelfde luchtdruk.
Gezamenlijk vormen ze een patroon met hoge- en lagedrukgebieden dat 'gelezen'
of geïnterpreteerd kan worden door meteorologen en ervaren gebruikers van
weerinformatie. Zo is bijvoorbeeld het weer bij lagedrukgebieden doorgaans slechter
dan bij hogedrukgebieden en staat er als de isobaren dicht bij elkaar liggen
meer wind dan bij een grotere onderlinge afstand.
Sinds eind jaren veertig van de vorige eeuw staan in de weerkaartjes ook dikkere
lijnen ingetekend: de fronten. Het zijn de overgangsgebieden tussen warme en
koude lucht, waar vrijwel altijd veel bewolking zit. Het weerbeeld aan de ene
kant van zo'n front verschilt van het weer aan de andere kant.
Een weerkaartje geeft de weersituatie op een bepaald moment weer. Opeenvolgende
weerkaarten geven een beeld van de weersontwikkelingen die zich voordoen in
de periode waarop de weerkaartjes betrekking hebben. Doordat een geografische
kaart de ondergrond vormt, kunnen we ook nagaan waar die ontwikkelingen optreden.
We zien meestal dat de hoge- en lagedrukgebieden en de fronten zich, nu eens
activerend, dan weer in betekenis afnemend, gelijkmatig over het kaartgebied
verplaatsen. Zo kunnen we ook een inschatting maken wanneer een lagedrukgebied
over zal trekken of een front passeert. In beide gevallen moeten we rekening
houden met regen of sneeuw en met veranderingen in de wind.
![]() |
![]() |
Satellietbeelden
De weerkaartjes bezaten geruime tijd het monopolie van een overzichtelijke grafische
presentatie van het actuele of zeer recente weer. Ze wisten zich zelfs een positie
te verwerven in publieksmedia, eerst in de kranten, later ook in de tv-journaals
en nu zelf op internet. Dat laatste is overigens enigszins verbazingwekkend.
Sinds de jaren zestig heeft de weerkaart er als 'infographic' van het algemene
weer namelijk een geduchte concurrent bij gekregen: het satellietbeeld. Vooral
de bewolkings- en regenzones die gekoppeld zijn aan de fronten, zijn over het
algemeen makkelijk terug te vinden, maar ook de gebieden met mooi weer.
Losse isobaren zijn er op zo'n satellietbeeld niet te zien, maar daar zal bijna
niemand wakker van liggen. De beelden geven wel een indicatie van het isobarenpatroon
en voor een inzicht in het weer is het patroon belangrijker dan de afzonderlijke
lijnen. Dat komt doordat de wolkenpatronen die we op het satellietbeeld zien,
vaak een gevolg zijn van de aanwezige luchtdruk- en stromingspatronen. Zo voert
de rond de kern van een lagedrukgebied tegen de wijzers van de klok in bewegende
lucht vaak bewolking met zich mee, die naar het centrum lijkt te spiraliseren.
Daardoor is een lagedrukgebied vaak gemakkelijk te lokaliseren.
De depressiekrullen die zo ontstaan, worden geregeld op satellietbeelden teruggevonden.
Figuur 1 geeft een voorbeeld van een lagedrukgebied met depressiekrul tussen
Ierland en IJsland. Een bij de depressie behorende front is markant aanwezig;
de bewolking van het front strekt zich uit over Engeland en de Atlantische Oceaan
voor de Bretonse kust.
Hogedrukgebieden zijn op satellietbeelden meestal veel moeilijker terug te vinden.
Dat komt doordat ze niet vergezeld gaan van bewolking en die bewolking juist
nodig is om stromingspatronen of luchtdrukpatronen herkenbaar te maken. Toch
is het luchtdrukpatroon rond een hogedrukkern in incidentele gevallen zichtbaar
bij aanwezigheid van kleine stapelwolken. De stapelwolken volgen de met de wijzers
van de klok mee evenwijdig aan de isobaren verlopende luchtstroming en doen
gezamenlijk dan denken aan een grote pannenkoek of een ouderwetse 78-toerenplaat.
Zo'n pannenkoek is bijvoorbeeld te zien boven Engeland en Wales op het satellietbeeld
van figuur 2; de gelijkenis met ouderwets vinyl is frappant.
Prognoses
Satellietbeelden lijken de werkelijkheid beter en indringender weer te geven
dan de ouderwetse weerkaart. Toch hebben de traditionele schematische weergaven
nog een belangrijke troef in handen die voorkomt dat ze het op korte termijn
moeten afleggen tegen de concurrent. Je kunt ze namelijk ook gebruiken voor
de beeldvorming en communicatie over het toekomstige weer. Af en toe worden
er wel voorspelde wolkenbeelden verspreid, maar die missen de zeggingskracht
van het echte satellietbeeld of de verwachteweerkaart. Krant, tv en internet
zullen vooralsnog de weerkaartjes met prognoses niet de deur uit doen.
![]() |
![]() |
|
|