Publiek niet gebaat met tegenstrijdige weersverwachtingen

In september 1988 maakte totale verwarring zich meester van de inwoners van de Amerikaanse stad Galveston, aan de kust van Texas. Boven de Golf van Mexico bevond zich namelijk de tropische cycloon Gilbert en het was niet uitgesloten dat deze hurricane een verwoestend spoor over de stad zou trekken. Vooral de weersverwachtingen van "Accu Weather", een commercieel weerburo uit State College, Pennsylvania, zaaiden onrust. Volgens een medewerker van dit bureau zou de cycloon zijn toenmalig koers opgeven voor een meer noordelijke, om vervolgens te gaan huishouden langs de kust van Texas en daar het land op te trekken. Het "Hurricane Centre" van de "US Weather Service", de aan de overheid gelieerde Amerikaanse weerdienst, had op dat moment een andere, voor Texas gunstiger weersverwachting uitstaan. De tropische cycloon zou volharden in zijn koers en daardoor ongeveer 640 km ten zuidwesten van Galveston Mexico binnentrekken, aldus de officiële berichtgeving. Het gevolg van de tegenstrijdige verwachtingen was dat zo'n 200 000 mensen geloof hechtten aan het "Hurricane Centre" en in de stad bleven; anderen namen echter het zekere voor het onzekere en trokken het binnenland in, waar de dorpen en steden totaal niet waren voorbereid op zo'n invasie. De orkaan is overigens uiteindelijk toch naar Mexico getrokken.

Chaotische taferelen, zoals zich in 1988 in Texas voordeden, kunnen vaker optreden als verschillende weerbureaus op een en dezelfde "markt" opereren. Op dit moment is dat hoofdzakelijk het geval in de Verenigde staten, maar het is niet uitgesloten dat ook de bevolking van Europa nu en dan het slachtoffer wordt van uiteenlopende of zelfs tegenstrijdige weersverwachtingen in gevallen van een voorspelde calamiteit. In 1987 deed zich al zo'n situatie voor in Engeland. Daarbij was het Nederlandse particuliere weerburo "Meteoconsult" uit Wageningen betrokken. Reeds enkele dagen tevoren hadden meteorologen van deze onderneming herhaaldelijk en nadrukkelijk gewezen op de mogelijkheid van een zeer zware storm, wellicht zelfs een orkaan. Hoewel men uiteindelijk wat gas terugnam omdat de computerprognoses van de dag voor de storm zou toeslaan een gematigd beeld toonden, sijpelde het gerucht toch langzaam door. De dag voor de storm zou komen regende het telefoontjes bij de Britse weerdienst, die 's avonds via de BBC-televisie de bevolking kon geruststellen: het zou wel waaien, maar storm zat er zeker niet in. Die nacht trok een van de zwaarste orkanen sinds mensenheugenis over Zuid Engeland. De Britse weerdienst stond behoorlijk in zijn hemd, overtroefd door een vijf- tot tienmansformatie uit het kleine, onbetekenende Holland. Door het magere tv-optreden waren ook de mensen die nog maatregelen hadden kunnen nemen om hun schade te beperken niet in actie gekomen.

Staan dergelijke zaken vaker te gebeuren? In Nederland lijkt de kans vooralsnog niet zo groot. Het KNMI in de Bilt, Meteoconsult uit Wageningen en een aantal eenmansbedrijfjes en weerjournalisten sloten enkele jaren geleden een herenakkoord. Het KNMI kreeg het monopolie voor de waarschuwingen, de anderen zouden zich in ernstige weersituaties zo goed mogelijk proberen te conformeren aan de berichtgeving die het KNMI deed uitgaan. Hoewel de nu snel op zijn pensioen afstevenende Groninger weerjournalist Jan Pelleboer het herenakkoord in zijn spreekbuis De Telegraaf bestempelde als een storm in een glas water, zijn er sindsdien in Nederland geen confrontaties meer geweest die over de hoofden van het publiek werden uitgevochten. Toch zijn tegenstrijdige weerberichten in minder extreme situaties ook in Nederland niet ongebruikelijk.

Hoe is het mogelijk dat verschillende meteorologen, zelfs als ze zijn verbonden aan gerenommeerde instituten of succesvolle particuliere ondernemingen, de plank soms misslaan of op zijn minst sterk afwijkende visies naar voren brengen? Het weerbericht wordt toch bepaald niet op een koopje gemaakt. De komende jaren moet men daarbij op wereldschaal zelfs denken aan uitgaven van 5,2 miljard dollar per jaar. Grootste geldverslinder is het mondiale waarnemingssysteem. Met inbegrip van de satellietwaarnemingen moet hiervoor jaarlijks in totaal vijf miljard dollar worden uitgetrokken. Het internationale meteorologische telecommunicatienetwerk, waarover waarnemingen en verwachtingen worden uitgewisseld en verspreid, vergt ieder jaar vijftig miljoen dollar. De derde grote kostenpost vormen de computercentra, waar met atmosfeermodellen prognoses worden opgesteld tot een à anderhalve week vooruit; hiervoor is ieder jaar honderdvijftig miljoen dollar nodig. Wie waar voor zijn geld eist zou verwachten dat er voor dergelijke bedragen een kloppend weerbericht geleverd kan worden. In de praktijk blijkt dit niet altijd het geval; de theorie wijst uit dat het niet kan.

Een belangrijke oorzaak van het uiteenlopen van weersverwachtingen voor eenzelfde periode, is het gebruik van verschillende bronnen, meestal prognoses van computermodellen van de atmosfeer. Nederlandse weerdiensten werken bij het opstellen van verwachtingen voor een of meer dagen vooruit vooral met prognoses van het Europees Centrum voor Weervoorspellingen op de Middellange Termijn en van de weerdiensten uit Groot Brittannië en Duitsland. Hoewel de kwaliteit van de prognoses die deze modellen leveren goed genoemd mag worden en de atmosfeermodellen weinig voor elkaar onderdoen, komt het toch voor dat ze uiteenlopende weersontwikkelingen laten zien. De modellen zijn namelijk niet identiek; ze vertonen verschillen in de manier waarop ze belangrijke processen in de dampkring beschrijven zoals de wisselwerking tussen luchtstroming en aardoppervlak, het ontstaan van wolken en neerslag, de uitwerking van de zonnestraling op het aardoppervlak enzovoort. Daarnaast heeft elk rekencentrum eigen procedures voor het bewaken van de kwaliteit van de binnenkomende weerwaarnemingen, afkomstig van bemande of automatische waarnemingsstations, ballonoplatingen, vliegtuigen, weersatellieten en waarnemingsboeien in de oceaan. Zo kan het voorkomen dat een weerwaarneming door het ene atmosfeermodel wel geaccepteerd is en tegelijkertijd door het andere is verworpen als onjuist of onbetrouwbaar. Verschillen in de zogeheten "analyse" van de weersituatie die daarvan het gevolg zijn werken, door in de prognoses die worden opgesteld voor de dagen daarna.

Toch vormen uiteenlopende computerprognoses niet de enige verklaring voor onderling afwijkende verwachtingen tot enkele dagen vooruit. Ook meteorologen die dezelfde prognoses in handen hebben kan men gemakkelijk verschillende uitspraken ontlokken over het bij die verwachte weerkaarten behorende weer; het subjectieve element speelt namelijk bij de vertaling van prognose naar optredend weer nog steeds een rol, al worden daarbij tevens statistische modellen gebruikt. Voor verwachtingen op kortere termijn, bijvoorbeeld een halve dag vooruit, is de persoonlijke inbreng nog veel sterker; computerprognoses spelen bij dergelijke verwachtingstermijnen een veel minder belangrijke rol dan recente waarnemingen van bemande of automatische weerstations, aangevuld met radarbeelden en satellietopnamen. De set waarnemingen die beschikbaar is varieert meestal per locatie vanwaar verwachtingen uitgegeven worden; hij is bij grotere instituten en professionele bureaus meestal omvangrijker en anders samengesteld dan bij dependances en eenmansbedrijfjes. Uit de beschikbare gegevens bouwt de meteoroloog zich al selecterend en interpreterend een beeld op van de weersituatie, waarin hij later binnenkomende waarnemingen, soms ten onrechte, probeert in te passen. Verschillen in inzicht kunnen daardoor gemakkelijk ontstaan en blijven bestaan, zelfs binnen een en dezelfde weerdienst. Britse meteorologen overleggen eens per zes uur telefonisch met het hoofdkantoor in Bracknell om te garanderen dat lokaal uitgegeven verwachtingen in de pas lopen met wat landelijk wordt uitgegeven; dissonanten doen zich daardoor alleen voor als derden zich ermee gaan bemoeien, zoals destijds Meteoconsult in het geval van de storm van 16 oktober 1987 in Zuidwest Engeland. In de Verenigde Staten wemelt het echter van de particuliere weerbureaus, terwijl de overheid zich er terughoudend opstelt bij het maken van verwachtingen voor specifieke klanten of voor een algemeen publiek. Het conflict met Accu Weather kon ontstaan doordat die terughoudendheid niet wordt toegepast bij weersituaties waar de veiligheid van de bevolking een rol speelt, zoals in het geval van tropische cyclonen. De betrokkenen zijn met dit soort particuliere dienstverlening bepaald niet gediend, al aarzelt "Accu Weather" om dit te erkennen. Het Nederlandse "herenaccoord" laat zien dat men hier het belang van eenduidige voorlichting aan het publiek in geval van dreigende calamiteiten hoger aanslaat.