Bijbelse zonnestilstand als luchtspiegeling

Kees Floor, de Volkskrant 17 februari 1990

De lotgevallen van de Israelieten en hun voorvaderen vormen het onderwerp van talloze oud-testamentische verhalen. In verscheidene hoofdstukken van de bijbel worden gebeurtenissen beschreven die, meer of minder duidelijk, verwijzen naar natuurverschijnselen. Het meest bekend is de regenboog, die door Noach werd waargenomen, nadat hij door het bouwen van een ark de zondvloed had overleefd. De natuurwetenschappelijke verklaring van het verhaal, althans het gedeelte dat handelt over de regenboog, is bij dit voorval niet zo moeilijk; wel blijft onwaarschijnlijk dat de regenboog voor de tijd van Noach niet zou kunnen zijn waargenomen. In andere gevallen kost het de natuurwetenschappers aanzienlijk meer moeite om de achtergronden van de beschrijvingen uit de bijbel plausibel te maken. Een recente poging in dit genre werd gedaan door de italiaanse klimatoloog D. Camuffo. Het verhaal waar het om gaat is het stilstaan van de zon tijdens de slag van de Israelieten tegen de Amorieten. De verklaring komt ditmaal niet uit de astronomische hoek. Camuffo ziet het gebeuren als een gevolg van de meteorologische omstandigheden ten tijde het gevecht. Hij publiceerde zijn ideeen in 'Theoretical and Applied Climatology' van januari 1990.

De achtervolging van de Amorieten door de Israelieten wordt beschreven in Jozua 10, 10-13. Het verhaal speelt vermoedelijk ergens tussen 1220 en 1200 v.Chr; het werd op schrift gesteld na 586 v.Chr. Plaats van handeling is Gibeon, een stadje op ongeveer 8 km ten noordwesten van Jeruzalem, dat belegerd werd door de vijf koningen van de Amorieten: die van Jeruzalem, Hebron, Jaramuth, Lachish en Eglon. Jozua slaagde erin een einde te maken aan de belegering. De vijand werd achtervolgd tot Azekah en volledig in de pan gehakt, zij het dat de bijdrage van de Israelieten hieraan beperkt bleef. De verliezers hadden namelijk de pech dat ze getroffen werden door een zware hagelbui. Deze bui deed zich voor toen ze door de op 400 tot 600m boven zeenivo gelegen Beth-horon pas trokken. Volgens het bijbelverhaal vielen er meer doden ten gevolge van grote hagelstenen dan door het zwaard. Het invallen van de duisternis dreigde een belemmering te gaan vormen om zich ook nog te kunnen wreken op degenen, die de hagelbui overleefd hadden. Daarom sommeerde de profeet Jozua de zon halt te houden en de maan weg te blijven totdat het karwei geklaard was. Het bijbelverhaal meldt dat dit inderdaad gebeurde: de zon stond stil, althans maakte geen haast om onder te gaan.

Een astronomische uitleg voor deze zonnestilstand lijkt Camuffo uiterst onwaarschijnlijk; zij tart, zo stelt hij, de wetenschappelijke verklaring voor de schijnbare beweging van de zon, zoals die reeds werd bewezen door Copernicus in 1515 en door Galilei in 1564. Zelf denkt hij aan een vorm van luchtspiegeling, en wel van het type dat men gewoonlijk boven de koude wateren van het noordelijk deel van de Atlantische oceaan en boven de ijsvlakten van de poolgebieden aantreft. Het was dit zelfde soort luchtspiegelingen, dat destijds de Noormannen op weg hielp naar IJsland en Groenland.

Luchtspiegelingen als verklaring voor bijbelse verhalen zijn niet nieuw, arctische luchtspiegelingen wel. Fraser gebruikte in 1975 reeds luchtspiegelingen van het 'woestijn'-type om twee bijbelverhalen te verklaren, een uit het oude en een uit het nieuwe testament. Een woestijnluchtspiegeling in haar meest zuivere vorm was volgens hem de Rietzee, die de Israelieten op hun weg vonden toen ze rond 1250 v.Chr. uit Egypte richting Palestina trokken. Bij de rand van de zee aangekomen week het 'water', zodat de Israelieten een veilige doortocht konden maken. Achter hun rug zagen ze de Rietzee zich weer sluiten; de achtervolgende egyptenaren lieten zich door het water verrassen. Fraser verklaart het 'water' van de Rietzee op dezelfde wijze als het 'water', dat men op een zonnige voorjaars- of zomerdag soms in de verte op het wegdek ziet: een vorm van 'woestijnluchtspiegeling'. Een tweede verhaal waarin Fraser het optreden van een luchtspiegeling boven een warm oppervlak herkende, was de wandeling van Jezus over het meer van Galilea. Het in de nanacht relatief warme water van het meer veroorzaakt zwevende en uitgerekte beelden, op dezelfde manier als waarop men vanaf de Waddeneilanden over relatief warm waddenwater de groningse en friese kust en de dorpen achter de dijk ziet zweven.

Luchtspiegelingen van het 'woestijn'-type liggen in de streken waar de bijbelverhalen zich afspelen veel meer voor de hand dan arctische luchtspiegelingen. In Egypte en Palestina zijn de klimatologische omstandigheden nu eenmaal heel anders dan boven het noordelijk deel van de Atlantische oceaan en in arctische streken. En boven het door de zon verhitte zand van de woestijn wijkt de opbouw van de dampkring sterk af van het profiel dat boven koud oceaanwater of boven ijs aangetroffen wordt. Toch zijn er elementen in het verhaal van de Amorieten die aan arctische luchtspiegelingen doen denken. Zo scheen tijdens de overwintering op Nova Zembla de zon op tijdstippen dat hij zich achter de horizon zou moeten bevinden; ook in het bijbelverhaal is er sprake van een verlenging van de zonneschijnduur en van een ijsvlakte, ditmaal echter gevormd door reusachtig grote hagelstenen, waarover de zon werd waargenomen.

Dat er inderdaad hagel optrad lijkt Camuffo zeer waarschijnlijk. In de tekst wordt tevens gesproken over grote stenen, dus niet alleen over hagelstenen. Het woord hagelstenen wordt echter ondersteund door de oude hebreeuwse tekst en door die van latere vertalingen, zoals de griekse Septuagint en de latijnse Vulgata. Daarnaast is er ook elders in de bijbel sprake van hagel, bijvoorbeeld in de boeken van Jesaja, Haggai en Job. Verder zond Moses een hagelbui naar Egypte als zevende plaag uit een reeks van tien. Het gegeven dat de vijand schade wordt toegebracht door hagelstenen vinden we eveneens terug in de latijnse geschiedschrijving. Een voorbeelden daarvan is een hagelbui op 4 april 43 v.Chr., die volgens Ovidius keizer Augustus aan een overwinning hielp; ook Marcus Aurelius ontving bij zijn gevechten steun van hagelbuien, een gegeven dat door diverse eigentijdse en latere geschiedschrijvers wordt vermeld. Klimatologisch gezien mag men in de streek waar het bijbelverhaal zich afspeelt enkele malen per jaar hagel verwachten.

De tekst over het stilstaan van de zon behoeft volgens Camuffo niet letterlijk genomen te worden; vermoedelijk is er sprake van literaire overdrijving. Men moet zich realiseren dat het de auteur van het bijbelverhaal niet zozeer ging om de accurate beschrijving van een atmosferisch- of ander natuurverschijnsel als wel om het benadrukken van het goddelijk ingrijpen. Men kan de oorspronkelijke tekst evengoed lezen als: de zon maakte 'aan het eind van deze dag' geen haast om onder te gaan. En omdat de nieuwe dag volgens hebreeuwse gewoonte begint direct na zonsondergang, duurde de overdagperiode voort tot in de volgende dag. De bescheiden verlenging van de dag deed de beide dagen in elkaar overlopen, waar men normaal gesproken een strikt vastliggende overgang zou verwachten op het moment van zonsondergang. De overlap is overigens niet zo groot. Berekeningen tonen aan dat de zon zelfs in het gunstigste geval nog geen twee zonnediameters hoger aan de hemel kwam te staan; in die streken komt dit neer op een tijdwinst van slechts ongeveer 4 minuten. Dit gunstigste geval houdt in dat de Israelieten de zon tijdens de achtervolging eerst zagen over een zonverhitte bodem onder 'woestijn-type' luchtspiegelingscondities en later, na aankomst aan de rand van het gebied dat door de zware hagelbui was getroffen, onder de condities voor een arctische luchtspiegeling. Het meest indrukwekkende scenario daarbij is, dat Jozua en de zijnen de zon eerst onder hadden zien gaan, waarna hij later, waargenomen over de met hagel bedekte grond, weer boven de horizon uitkwam.

Een hagelbui is al een zeldzaamheid in Palestina, een arctische luchtspiegeling is een nog weer veel uitzonderlijker gebeurtenis, maar vergeleken met het aantal malen dat men een zonnestilstand mag verwachtend zijn beide verschijnselen toch nog zeer frequent. Vandaar dat Camuffo, ondanks het feit dat er wat veronderstellingen en eigengereide interpretaties nodig zijn om zijn theorie te rechtvaardigen, er toch heilig in gelooft. Hagel, arctische luchtspiegeling en een extra lange dag, dat kan geen toeval zijn. De kans op het tegelijkertijd optreden van meteorologische en astronomische zeldzaamheden of zelfs onmogelijkheden acht hij, niet ten onrechte, verwaarloosbaar klein.