de Volkskrant van 26-02-2005 Pagina K5 Kennis Achtergrond

Door Kees Floor

Winter

Kou kan volgens cyclustheorie volgend jaar echt toeslaan

 

Erg veel kou is er niet geweest deze meteorologische winter, die volgende week eindigt. Maar volgens een oude theorie kan het volgend jaar raak zijn. Experts reageren sceptisch.

De winter is volgens de meteorologische kalender dinsdag alweer voorbij.

Hij bracht weinig kou, geen bruikbaar natuurijs en bungelt in de onderste regionen van het winterklassement.

'Veel Nederlanders koppelen het uitblijven van strenge winters en van Elfstedentochten direct aan klimaatveranderingen', weet Hans van der Vlist. Hij baseert zich op onderzoek in opdracht van het ministerie van VROM, waar hij directeurgeneraal Milieubeheer is. Ondervraagde personen noemen in de VROM-enquête de Elfstedentocht in één adem met watertekorten en wateroverlast en met nieuwe ziektes en plagen.

Rob van Dorland ziet geen reden waarom een Elfstedentocht er niet meer zou komen. 'Het wordt wel warmer', zegt de klimaatonderzoeker van het KNMI, 'maar uitschieters van de temperatuur blijven optreden, zowel naar boven als naar beneden.'

Ook statisticus Hans Visser heeft nog hoop. Visser is de auteur van een eerder deze maand bij het RIVM verschenen analyse van de klimaatverandering in Nederland sinds 1901. Daarin neemt hij onder meer de kans op zo'n evenement onder de loep. Die ligt nu flink lager dan in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog. Eerst was het eens per vijf jaar, nu is dat slechts eenmaal per tien jaar.

Toch hoeft een Elfstedenwinter volgens sommige meteorologen niet meer zo lang op zich te laten wachten. Zo rakelde Cor Schuurmans, de gerenommeerde Utrechtse oud-hoogleraar klimaatonderzoek, een theorie op die een 89-jarige cyclus van koude winters voorspelt.

Het idee komt van Cornelis Easton, een in 1929 overleden Nederlandse journalist en publicist. Hij baseerde zijn ontdekking op de periode 760 tot 1916, die eindigde met een aantal zachte winters. De koude winter van 1917, een van de beginjaren van Eastons cyclus, valt er net buiten, maar gaf hem wel de stimulans datzelfde jaar nog met zijn theorie naar buiten te komen. 'Als Eastons verhaal klopt, is 2006 het volgende jaar in de 89jarige cyclus', rekent Schuurmans voor. 'Alle aanleiding dus om er nú mee te komen.'

Ongeloof

Schuurmans, zelf geen kouliefhebber, dook nog dieper in de getallenbrij. Easton verdeelde elke cyclus in vier 'kwartalen' van ruim 22 jaar. 'Het viel me op dat er rond de beginjaren van elk kwartaal eveneens strenge winters voorkwamen. Het gaat dan om de jaren 1917, 1940, 1962 en 1984. Het effect bleef wonderlijk genoeg in statistische toetsing pal overeind.' Toch reageren Schuurmans' vakbroeders overwegend terughoudend op de optie van een 89-jarige regelmaat in koude winters. Huug van de Dool, die in het verleden samen met Schuurmans de reeks van betrouwbare Nederlandse wintertemperaturen oprekte van 1706 naar 1634, aarzelt.

'Mijn vooringenomenheid zegt me dat dit soort regels niet waar kán zijn', aldus Van den Dool, tegenwoordig verbonden aan het Climate Prediction Center in Camp Springs, Maryland. 'Er is een klokregelaar nodig, zoals de zon bij de cyclus van de dagelijkse gang van de temperatuur. Ik zou niet weten welke. Maar het fascineert me wel, want je weet nooit.'

'Ook mij verbaast het hogelijk', zegt Wim van den Berg. 'Je kunt statistisch wel van alles vinden', zo uit de wetenschappelijk directeur van MeteoConsult zijn scepsis. Zijn advies: 'De komende winter stiekem in stilte volgen en, mocht de kou er toch komen, de theorie achteraf in herinnering roepen.'

Jan Buisman, van wiens Duizend jaar weer, wind en water in de lage landen binnenkort het vijfde deel verschijnt, is eveneens argwanend. Hem is in zijn studies niets bijzonders opgevallen. 'Je ontdekt allerlei cycli, maar op het moment dat je er een hebt gevonden, werkt hij al niet meer.'

Overigens is dat geen bezwaar om zijn bevindingen door te geven aan Wim Terlouw, die zich na zijn pensionering in het onderwerp heeft vastgebeten. 'Er zit wel wat in', zegt deze, 'alleen die 89 jaar, dat klopt niet. Dat krijg je als wetenschappers onbegrepen regelmaat in het keurslijf van de zonnecyclus willen persen.'

Zelf werkt hij liever met periodes van 93 jaar met elke 23 jaar een koude winter. Zijn ijkpunten zijn 1917, 1940, 1963 en 1986. Dat vraagt dus meer geduld. Pas in 2009 is het weer zo ver.

En Schuurmans zelf? Ook bij hem knaagt de onzekerheid. 'Zonder een natuurkundige verklaring geeft zelfs significante statistiek ons geen vertrouwen in het bestaan van welke cyclus dan ook', tempert hij de hoop op winterkou.


Op dit artikel berust copyright! © 2005 Floor, Kees