
Kees Floor, Meteorologica, maart 2011. ![]()
Satellietbeelden laten zien dat rook van natuurbranden terecht kan komen op plekken waar je hem niet zou verwachten. Zo zat er op 1 augustus 2010 niet alleen rook in de buurt van het aardoppervlak boven het gebied ten oosten van Moskou, waar al enige dagen hevige, uitslaande branden woedden, maar ook op veel grotere hoogte en op grote afstand van de vuurzeeën. Een eerder door de hitte van het vuur gevormde of geactiveerde pyrocumulonimbus (pyroCb) voerde de rook door de tropopauze heen tot net in de stratosfeer; de heersende luchtstromingen verzorgden het rooktransport vanaf de vuurhaarden naar het noorden van de West-Siberische laagvlakte.
In de zomer van 2010 woedden er in het westen van Rusland na een
langdurige droogteperiode met extreem hoge temperaturen talrijke natuurbranden.
Deze zetten honderdduizenden hectaren land en honderden woningen en gebouwen
in vuur en vlam. Meer dan 50 mensen kwamen om, duizenden bewoners moesten hun
huizen ontvluchten en miljoenen anderen leden dagen lang onder de verstikkende
rook die met de branden samenhing. Ook raakte het vliegverkeer volledig ontregeld.
![]() |
![]() |
|
|
Satellietbeelden
De rook was goed te zien op de talrijke satellietbeelden in het zichtbaar licht,
zoals figuren 1 en 9 [1]. Tegelijkertijd detecteerden infraroodsensoren van
de satellietplatforms de grotere brandhaarden, althans voor zo ver die niet
door dikke rook of bewolking werden afgeschermd (figuur 2) ([2,], [3] en [4]).
Weer andere satellietproducten gaven een beeld van de verspreiding en de concentraties
van rookdeeltjes (aerosolindex AAI, figuren 3abc en 12; zie voor AAI en andere
afkortingen en acroniemen de Tabel) en van het bij onder andere de branden vrijgekomen
stikstofdioxide (troposferisch NO2, figuur 4). Over het algemeen was er, zoals
verwacht, een goede overeenkomst tussen de posities van de branden en de rook
op de diverse satellietproducten: waar rook is, is vuur. Een uitzondering vormen
echter de hoge waarden van de aerosolindex boven het noorden van het West-Siberisch
laagland op 1 augustus 2010 volgens GOME-2 (figuur 3a) en OMI (figuur 3b) [5].
Op dezelfde positie gaf OMI ook hoge waarden van het troposferisch NO2 (figuur
3d). Het AAI-maximum van 1 augustus werkt zelfs nog door in het GOME-2 aerosolproduct
over de periode 1-9 augustus 2010 (figuur 3c) [6]. Op het brandenkaartje van
ongeveer dezelfde periode (30 juli tot en met 8 augustus, figuur 2) zien we
in dat gebied merkwaardigerwijze slechts enkele branden, net als op het kaartje
van de tien eraan voorafgaande dagen (niet afgebeeld). Waar komen al die rookdeeltjes
daar op 1 augustus 2010 dan vandaan?
| 3a. Absorbing aerosolindex (AAI). Datum: 1 augustus 2010. Instrument: GOME-2. Satelliet: Metop-A. Bron: EUMETSAT/KNMI. (groter). |
|
3c. Absorbing aerosolindex (AAI). Periode: 1 - 9 augustus 2010. Instrument: GOME-2. Satelliet: Metop-A. Bron: EUMETSAT/KNMI. (groter). |
Pyrocumulonimbus
De Amerikaanse meteoroloog Mike Fromm van het Naval Research Laboratory in Washington
DC heeft hierop wel een antwoord. De rook boven het noorden van het West-Siberisch
laagland op 1 augustus is volgens hem afkomstig van dezelfde natuurbranden die
op de diverse satellietproducten van die dag en voorgaande dagen zichtbaar zijn
in het gebied direct ten oosten van Moskou. Door de intense hitte van de daar
optredende, snel uitslaande en heviger wordende branden kon zich een pyrocumulonimbus,
een soort vuurgedreven onweerswolk, vormen. Deze pyroCb voerde de rook naar
grote hoogte, tot net in de stratosfeer. Vervolgens brachten de heersende luchtstromingen
de rook naar het noorden van de West-Siberische laagvlakte, waar op 1 augustus
onder andere het rechter maximum van de AAI (figuur 3) en het troposferisch
NO2 (niet afgebeeld) werd gemeten.
![]() |
![]() |
|
|
4. Pyrocumulonimbus. Foto: Mike Fromm.
|
|
Rook in de stratosfeer
Tot zo'n tien jaar terug dacht men bij het uitwerken van satellietmetingen van
aerosolen in de stratosfeer niet direct aan de rook van natuurbranden. De tropopauze
werd beschouwd als een vrijwel onneembare barrière voor de rook. Daarom
schreef men destijds het stratosferisch aerosol toe aan al dan niet gerapporteerde
vulkaanuitbarstingen. Fromm onderzocht echter talrijke gevallen van hoge aerosolconcentraties
in de stratosfeer en maakte in zijn werk aannemelijk dat door grote branden
gegenereerde pyroCb's (figuur 4) rook in de stratosfeer kunnen brengen (Fromm
et al., 2010). PyroCb's reiken net als 'gewone' cumulonimbi tot onder in de
stratosfeer en kunnen vergezeld gaan van onweer, windvlagen, hagel en soms tornado's.
Een van de eerste goed gedocumenteerde gevallen van rook die door pyroconvectie
in de stratosfeer was gebracht, dateert van 29 mei 2001 (Fromm and Servranckx,
2003). Tijdens een periode met natuurbranden bij Chisholm in Alberta, Canada,
vormde zich een pyroCb, waarvan de rookhoudende ijskap onder andere in beeld
werd gebracht door de NOAA-15 (figuur 5). De door de satelliet gedetecteerde
hete plekken zijn in het zichtbaarlichtbeeld in rood ingetekend. Overigens is
uit het beeld niet op te maken hoe hoog de rook van die branden kwam.
Met behulp van beelden en meetgegevens van MISR was daarover meer te zeggen.
Het instrument bekijkt het aardoppervlak en de bewolking daarboven onder verschillende
hoeken, zodat een stereoscopisch effect kan worden verkregen. Figuur 6 geeft
net als het AVHRR-beeld van figuur 5 de situatie op 29 mei 2001. De vier stroken
tonen steeds hetzelfde gebied van 380 bij 1137 kilometer. Linksonder zien we
Lake Athabasca, dat deels in het uiterste noordwesten van Alberta ligt. De linker
strook is een 'gewoon' satellietbeeld. Aardoppervlak en bewolking zijn recht
van boven gescand. De strook daarnaast is in beeld gebracht onder een hoek van
60 graden. Op beide beelden bevindt de bruingetinte rook zich duidelijk boven
de bewolking. Nog iets verder naar rechts zien we het standaard hoogteproduct
van MISR, gebaseerd op kijkrichtingen recht naar beneden en van 26 graden vooruit
en achteruit. Bij het speciale hoogteproduct geheel rechts werden beelden gebruikt
van camera's die respectievelijk 46 en 60 graden vooruit waarnamen. Doordat
de rook voor deze schuin-kijkende camera's dikker lijkt, worden betere resultaten
verkregen en ondervindt men minder hinder van het onderliggende wolkendek. De
rook in het zuiden bevindt zich op een hoogte van 3 tot 5 kilometer. Meer naar
het noorden zit de rook op 12 tot 13 kilometer hoogte, dus hoger dan de tropopauze,
die op 11 kilometer lag.
![]() |
![]() |
![]() |
|
|
|
Meer gevallen
Inmiddels zijn er talrijke andere gevallen van pyroCb's gevonden en aan nader
onderzoek onderworpen. Een berucht geval is de van een tornado vergezeld gaande
pyroCb van Canberra van 18 januari 2003, die een ware ravage aanrichtte in de
Australische hoofdstad (Fromm et al., 2006). Ook bij de grote bosbranden in
het Yellowstone Park in 1988 bleek achteraf sprake van diverse pyroCb's (Fromm,
2009). Een recentere situatie waarin een pyroCb rook in de atmosfeer bracht,
deed zich voor in de Australische staat Victoria tijdens de Black Saturday bushfires
van februari 2009. De rook kwam destijds volgens lidarmetingen van CALIOP zelfs
bijna 20 kilometer hoog. Deze metingen worden in figuur 7 gepresenteerd als
dwarsdoorsnede door de atmosfeer. Op zo'n doorsnede is bewolking zichtbaar,
maar ook aerosolen, zoals rookdeeltjes, vulkanische as, zand en stof. Men kan
onderscheid maken tussen de verschillende soorten deeltjes doordat rookdeeltjes
doorgaans kleiner zijn dan wolkenelementen en ook een andere vorm hebben dan
waterdruppeltjes, ijskristallen of vulkanische as.
![]() |
![]() |
|
|
Rusland 2010
Terug naar de recentere branden in Rusland van 2010. Fromm is ervan overtuigd
dat deze ook pyroCb's genereerden. De situatie van 1 augustus bevat hiervoor
naar zijn mening voldoende aanwijzingen, zoals hij in [5] uitvoeriger toelicht.
Enerzijds vond hij hints in wolkenpatronen boven het noorden van het West-Siberisch
laagland op MODIS-satellietbeelden in natuurlijke kleuren van 1 augustus (figuur
9. Temperatuurmetingen (MODIS-infrarood) en hoogtemetingen gebaseerd op MISR-data
(figuur 10) gaven aan dat er zich bewolking bevond op 12 kilometer hoogte, een
hoogte die je vooral in verband kunt brengen met cumulonimbi of, zoals in dit
geval, pyroCb's. Genoemde instrumenten bevinden zich beide op de Terra-satelliet,
die aan het eind van de ochtend over komt. Niet veel later op de dag trok de
satelliet Aura met daarop onder andere OMI over het gebied, zodat gegevens beschikbaar
kwamen als de AAI (figuur 3b) en het troposferisch NO2 (figuur 3d). Ook GOME-2
leverde informatie over de aanwezige aerosolen (zie figuren 3a en 12). Toevallig
passeerde op diezelfde dag ook nog eens de met een lidar uitgeruste CALIPSO
de Russische laagvlakte, zodat er een dwarsdoorsnede van het gebied beschikbaar
kwam (figuur 13). Daarop is te zien dat er rookdeeltjes zweven in het onderste
deel van de stratosfeer; die kunnen er volgens Fromm alleen gekomen zijn door
pyroconvectie.
Blijft natuurlijk nog de vraag waarom die hoge bewolking en die rook boven het
noorden van het West-Siberisch laagland zweven, waar bepaald niet het zwaartepunt
van de branden zat en waar de temperaturen in juli 2010 zelfs gemiddeld beneden
normaal lagen (zie figuur 8). Om die vraag te beantwoorden draaide Fromm een
trajectoriënmodel (figuur 11). Daarbij bleek dat de lucht die op 1 augustus
die regio passeerde, op 29 juli over het zwaartepunt was getrokken van de zich
snel uitbreidende en op figuur 1 zichtbare bosbranden in Midden-Rusland. De
pyroCb moet daar dus zijn ontstaan; de restanten ervan waren 1 augustus boven
het noorden van het West-Siberisch laaglandterecht gekomen en de rook had op
die positie de stratosfeer
![]() |
|
11. Trajectoriën van de lucht van de pyrocumulonimbus van de figuren 9 en 10. De lucht bevond zich de dagen ervoor boven een gebied met snel uitslaande bosbranden in westelijk Rusland. Bron: NASA/Earth Observatory. |
|
![]() |
|
|
TABEL: Overzicht van gebruikte afkortingen (kolom links) en acroniemen. Bij instrumenten op satellietplatforms is in de rechterkolom de naam van de satelliet en de betrokken ruimtevaartorganisatie vermeld. |
Internetlinks
[1] Meer voorbeelden van satellietbeelden in natuurlijke kleuren zijn te vinden
op internetpagina
Smoke
in Western Russia.
[2] MODIS Rapid Response
System Global Fire Maps
[3] FIRMS web fire mapper
[4] FAO Web fire mapper
[5] Russian Firestorm: Russian
Firestorm: Finding a Fire Cloud from Space.
[6] KNMI: Satellietinstrument
OMI volgt bosbranden in centraal Rusland.