Leren van je werk
Meteorologen lerend in de weer
Kees Floor (KNMI)
Verschenen in Meteorologica september 2001.
Meteoroloog en ervaring
Vijf jaar geleden publiceerden Roebber & Bosart (1996) een verslag
van een onderzoek over het belang van opleiding enerzijds en ervaring en routine
anderzijds bij het opstellen van succesvolle weersverwachtingen. Ze bestudeerden
verwachtingen uit de periode 1988-1992, opgesteld door studenten en stafmedewerkers
van de Universiteit van New York in Albany. De verwachtingen hadden betrekking
op neerslagkansen en maximum- en minimumtemperatuur. De deelnemers aan het experiment
werden door Bosart op subjectieve gronden ingedeeld in een van de twee groepen
'beginnelingen' of 'ervaren forecasters'. Het onderzoek liet zien dat weersverwachtingen
van studenten in kwaliteit niet onderdeden voor die van de wetenschappelijke staf;
statistisch was althans geen verschil vast te stellen. Ervaren forecasters bleken
daarentegen wél aantoonbaar beter te scoren dan hun onervaren collega's.
Roebber & Bosart trokken dan ook de onvermijdelijke conclusie dat ervaring
en routine voor het overgrote deel de prestaties van de forecaster bepalen; opleiding
is minder belangrijk, al is een zekere minimumkennis vermoedelijk wel vereist.
Naast de kwaliteit van de verwachtingen, volgden Roebber & Bosart ook
het verloop en de duur van het leerproces om voor een nieuwe locatie verwachtingen
op te stellen. Ervaren forecasters hadden 30 tot 65 beurten nodig om ingespeeld
te raken op de nieuwe situatie. Bij onervaren deelnemers aan het onderzoek duurde
dat langer: zij kwamen pas na 70 tot 100 keer op hun eindniveau. Bovendien moesten
ze eerst nog een gewenningsfase doormaken van vijf tot tien verwachtingen om gewend
te raken aan het proces van verwachtingen maken.
Het topje van
een ijsberg
Resultaten zoals gevonden door Roebber & Bosart voor
het vakgebied operationele meteorologie, kun je in de literatuur ook vinden voor
andere disciplines. Van de kennis en vaardigheden die nodig zijn om een professioneel
beroep uit te oefenen, is naar schatting slechts 20-40% verkregen via formele
opleidingen, zoals regulier middelbaar en hoger of universitair beroepsonderwijs
en aanvullende cursussen na afronding daarvan (Baskett & Marsick 1992); het
gaat dus eigenlijk slechts om het topje van een ijsberg. De rest van de kennis
en ervaring doe je vooral op tijdens het werk op je werkplek (Kwakman 2001). Het
verwerven ervan voltrekt zich grotendeels onbewust (Coffield 2000); het verwervingstraject
of leerproces is verweven met het werk en met de dagelijkse routines (Marsick
2001).
Leren tijdens het werk
Het voorgaande doet
de vraag rijzen wat de rol is van ervaring en van niet-georganiseerd, veelal onbewust
leren op de werkplek in het geval van NVBM-leden die als forecaster werkzaam zijn.
Om daar achter te komen heb ik in november en december 2000 met acht van hen,
allen werkzaam bij het KNMI in De Bilt, uitvoerig over dit onderwerp gesproken.
De gesprekken gingen enerzijds over wat er was geleerd en hoe dat in z'n werk
ging; daarnaast was ik gespitst op suggesties over hoe je dat leren zou kunnen
aanpakken. Ook wilde ik weten wat stimulerend kan werken om forecasters te laten
leren van hun werk en zichzelf te ontwikkelen tijdens het werk.
Ervaring opdoen
kun je zien als een vorm van leren buiten de bekende min of meer standaard schoolse
situaties om; in de literatuur over leren in organisaties heeft men het meestal
over niet-formeel leren. Het bespreekbaar maken van zulk niet-formeel leren is
een hele klus; het vindt namelijk veelal plaats tijdens het werk, maar voor de
meeste mensen is het veel gemakkelijker het werkproces te benoemen dan het leerproces
dat zich tijdens het werk voordoet (Keursten, 2000).
Eraut (2000) somt een
aantal problemen op waar je tijdens een onderzoek naar niet-formeel leren tegenaan
kunt lopen; hij kan het weten want hij voerde vergelijkbare gesprekken met verpleegkundigen
en vroedvrouwen in Engeland. Meestal noemen je gesprekspartners uitsluitend gebeurtenissen
met zeer ingrijpende leeruitkomsten. In het geval van forecasters zou je hierbij
kunnen denken aan de invoering van een meteorologisch werkstation. Verder hebben
ze uiteraard geen ervaring met het praten over hun eigen leren, benoemen ze de
oorzaken van veranderingen van aanpak of gedrag meestal niet als een leerproces
en vinden ze het onderwerp erg moeilijk. Zo er toch al wat komt, gaat het eerder
over formeel leren (school, vervolgopleiding, aanvullende cursussen) van vakinhoudelijke
zaken (in ons geval: de meteorologie) dan over het opdoen van ervaring en over
niet-formeel leren. Een van de oorzaken daarvan is wellicht dat het begrip leren
bij de meeste mensen direct associaties oproept met school en met georganiseerde
cursussen, opleidingen en leergangen. Om die reden heb ik ernaar gestreefd in
de gesprekken met de KNMI-forecasters het woord leren zelf zo veel mogelijk
te vermijden en te werken met omschrijvingen. Een zelfde aanpak werd gevolgd bij
eerdere Nederlandse onderzoeken naar leren op de werkplek, namelijk dat van leraren
in het voortgezet onderwijs (Kwakman, 1999) en van medewerkers van de politie
(Doornbos & Krak, 2001).
Acht gesprekken
Mijn
vragen aan de Nederlandse forecasters waren gebaseerd op de beide Nederlandse
onderzoeken, op dat van Eraut (2000) en op een veel ouder Amerikaans pioniersonderzoek
onder artsen (Fox et al., 1989). Thema's die in een gesprek het eerst aan bod
komen zijn de kenmerken van, - in ons geval, - een goed operationeel meteoroloog
en de uitdagende aspecten van het werk als forecaster. Pas daarna wordt gesproken
over wat men nu anders doet dan enkele jaren geleden (wat men heeft geleerd) en
waarom men dat nu anders doet (hoe men dat heeft geleerd). Vervolgens blikten
we in de door mij gevoerde gesprekken nog vooruit om te horen wat er nog anders
moest (wat er nog geleerd moest worden) en hoe dat in z'n werk moet gaan (hoe
er geleerd moet worden). Afgesloten werd met belemmerende en bevorderende factoren
om op het werk en tijdens het werk te kunnen leren van de werkzaamheden die je
verricht.
Hieronder komt een aantal bevindingen uit de gevoerde gesprekken
aan bod: Onderkennen Nederlandse meteorologen het belang van ervaring? Wat voor
profiel schetsen ze van de goede forecaster? En welke activiteiten kun je als
operationeel meteoroloog ontplooien om meer te leren van je werk en op je werplek?
De antwoorden op deze vragen zijn van belang voor alle NVBM-leden die werkzaam
zijn als forecaster, ongeacht bij welke werkgever ze in dienst zijn. Een volledig
overzicht van de resultaten, met zaken die hier niet aan bod komen, - zoals ondermeer
behartenswaardige informatie voor leidinggevenden en voor organisaties als geheel,
- is te vinden in het onderzoeksrapport (Floor, 2001a).
Ervaring
is belangrijk
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ervaring
is ook voor Nederlandse forecasters belangrijk. Meer dan de helft van mijn gesprekspartners
noemt spontaan het opbouwen van ervaring, het doen tijdens het werk en het zelf
toepassen van methodieken als een van de manieren waarop kennis en vaardigheden
zijn vergroot. Alleen cursussen/workshops/seminars en interactie met collega's
scoren vergelijkbaar hoog. Operationeel meteorologen zien hun beroep dus vooral
als gestoeld op ervaring. Een paar citaten uit de gesprekken:
"...... Ik heb wel het idee dat ik leer van m'n werk. het vak is gestoeld op ervaring. ..."
"...... meer ervaring; ik kan nu sneller inschatten wat is er aan de hand; mijn routine is een stuk groter geworden. ......"
Opvallend was verder onder meer de positieve rol die de Satrep Manual (Winkler et al. 2001) bleek te kunnen spelen bij het uitbouwen van kennis over conceptuele modellen en het verbanden leren leggen met bewolkingspatronen op satellietfoto's. Zo geeft een van de geïnterviewden een duidelijke beschrijving hoe je kunt leren met gebruik van de Satrep Manual:
"....... Procedure: vorige SatRep (tekst + foto), actuele foto, hoe zien de modellen die zij aangaven eruit in de foto van 6 uur later? Vervolgens probeer ik ze in gedachten toe te wijzen, modellen opnieuw toewijzen. Bij verschil SatRep Manual raadplegen om te begrijpen waarom ik denk dat het model dat zij aangeven helemaal niet goed is. Verder één lijn houden met de Regionale SatRep (zie Floor & Maat, 2001)..... Verder: bij elke SatRepdienst probeer ik één numeriek atmosfeermodel wat verder uit te pluizen en niet alle modellen half te doen. ..."
Het aspect van leren op het werk met de SatRep manual is verder uitgewerkt in Floor (2001b).
Kenmerken goede forecaster
Wat is nu het profiel van een goede forecaster? Mijn gesprekspartners kwamen met de volgende kenmerken, waarin veel operationeel meteorologen zich vermoedelijk zullen herkennen (zie Tabel 1).
| 6 2 1 1 |
Tabel 1: Kenmerken goed operationeel
meteoroloog
De getallen in de rechterkolom van de tabel geven aan hoe
vaak een item is genoemd; doordat ik acht gesprekspartners had, is dit getal dus
acht of minder. De kenmerken zijn geordend door ze in een logische volgorde te
zetten van wat er tijdens het werk moet gebeuren.
De vakinhoudelijke kennis
(Tabel 1, punt 1) scoort het hoogst, maar het overdragen van de resultaten daarvan
(punt 5) wordt als bijna net zo belangrijk gezien; deze kenmerken werden zes respectievelijk
vijf maal genoemd. Bij vakinhoudelijke kennis gaat het niet alleen om 'pure theorie',
maar ook om praktijkkennis: "de kennis die practici gaandeweg door ervaring hebben
opgedaan of op grond van ervaring hebben aangepast, en die in sterke mate het
handelen stuurt" (Verloop 1995). Op die manier komen we met een omweg weer terecht
bij ervaring als een belangrijk element voor een professioneel operationeel meteoroloog!
Meer leermogelijkheden
Na dit uitstapje naar het
profiel van de meteoroloog keren we terug naar de vraag hoe je op je werk en van
je werk kunt leren. Tabel 2 bevat een opsomming van een groot aantal mogelijkheden
die allemaal geschikt zijn om betaald te leren! Meestal heb je er geen opleidingsafdeling,
opleidingsbureau of meteorologische vakgroep van een universiteit voor nodig.
Eigen initiatief blijkt belangrijker dan toestemming van de baas. Ook staan er
leuke activiteiten bij, die anders door anderen worden gedaan, dus waarom doe
je die niet zelf? De mogelijkheden uit de tabel kunnen je helpen de omslag te
maken van 'learning for earning' (leren om met die kennis vervolgens de
kost te gaan verdienen) naar 'earn en learn' (leren tijdens je werk op
kosten van de baas) (Marsick 2001).
De tabel toont een driedeling. In het
bovenste vak vind je leermogelijkheden die door mijn gesprekspartners spontaan
naar voren werden gebracht als door hen gepraktiseerde methoden om hun kennis
en vaardigheden te vergroten. Een verbeterteam houdt zich bezig met verbeteringen
of vernieuwingen van de werkmethode of van het proces van verwachtingen maken.
Het middelste vak bevat leermogelijkheden die mijn gesprekspartners in de
toekomst willen gaan toepassen of op z'n minst zinvol achten; volgens mij worden
ook deze leermogelijkheden al geregeld benut. Het onderste vak tenslotte bevat
een aanvulling met leermogelijkheden die ik in de literatuur ben tegengekomen
(Dirkse & Papas, 2000; Dekker et al., 2000; Van der Klink, 1999; Riddaway,
2000; The Teaching Firm, 1998; en WMO 2001). Deze lijken me eveneens geschikt
voor gebruik door operationeel meteorologen; sterker nog: de meeste worden mijns
inziens al in praktijk gebracht en ik was verbaasd dat ze niet waren genoemd.
Conclusies
Ervaring is voor meteorologen in Nederland
net zo belangrijk als in de Verenigde Staten. De mogelijkheden om actief je ervaring
te vergroten zijn legio, maar worden nog te weinig benut. Verwachtingen maken
is niets anders dan betaald leren!
|
Tabel 2: Mogelijkheden om te leren van je werk
Literatuur
Baskett, H.K.M. & Marsick, V.J.,1992: Confronting new understandings about professional learning and change. In: Baskett, H.K.M. & Marsick, V.J. (eds.) Professional's ways of knowing: new findings on how to improve professional education, San Francisco: Jossey Bass. [ook op internet: http://artsci-ccwin.concordia.ca/education/girat/chapt1pwk.html].
Coffield, F., 2000: The structure below the surface: reassessing the significance of informal learning. In: Coffield, F. (ed.) The necessity of informal learning. Bristol: The Polity Press.
Dekker, H., Ginkel, K. van, Nieveen, N., Keursten, P., Randeel, M. & Wagenaar, S. (2000), Werken aan kennis; methoden voor het creëren, delen en toepassen van kennis, Kessels & Smit, The Learning Company; internet URL: www.kessels-smit.nl/Literatuur/werken_aan_kennis.doc
Dirkse-Hulscher, S., & Papas-Talen, A., 2000: Brief aan productiemedewerkers: Hoe kun je leren in je werk? Opleiding en ontwikkeling 13 (6), 37-43.
Doornbos, A. & Krak, A.J., 2001: Learning processes and outcomes at the workplace; a qualitative research study. In: Streumer, J.N. (ed.) Perspectives on learning at the workplace: Theoretical positions, organizational factors, learning processes and effects, Proceedings Second Conference HRD research and practice across Europe, January 26-27 2001, 53-64.
Eraut, M., 2000: 'Non-formal learning, implicit learning and tacit knowledge in professional work. In: Coffield, F. (ed.) The necessity of informal learning. Bristol: The Polity Press.
Floor, K., 2001a: Lerend in de weer, KNMI, De Bilt. [samenvatting ook op internet: www.knmi.nl/~floor/artikelen/diversen/rug-samv.htm ].
Floor, K., 2001b: Fostering work-based learning with CAL, Proceedings 5th International Conference on Computer-aided Learning and Distance Learning in Meteorology and Hydrology, Recife, Pernambuco, Brazil, 8-13 July 2001. [ook op internet: www.met.ed.ac.uk/calmet/conferences/calmet01/cd/floor/paper/paper.htm ]
Floor, K., & Maat, N. , 2001: Human guidance as a crucial forecasting tool, Proceedings ECAM, Budapest, 24-28 September 2001. . [ook op internet: http://www.knmi.nl/~floor/papers/ecam2001/].
Fox, R.D., Mazmanian, P. & Putnam, R.W. (eds.) , 1989: Changing and learning in the life of physicians, New York, NY: Preager.
Keursten, P., 2000: Werken en leren in ontwikkeling, Opleiding & Ontwikkeling 12 (10), 31-34
Klink, M. R. van der, 1999: Effectiviteit van werkplek-opleidingen, Proefschrift Katholieke Universiteit Twente
Kwakman, C.H.E., 1999: Leren van docenten tijdens de beroepsloopbaan, Proefschrift Katholieke Universiteit Nijmegen.
Kwakman, K., 2001: Leren van professionals tijdens de beroepsuitoefening; in Kessels, J.W.M. & Poell, P.F. (red.), Human Resource Development; organiseren van het leren, Groningen, Samson.
Marsick, V.J., 2001: Informal strategic learning in the workplace, In: Streumer, J.N. (ed.) Perspectives on learning at the workplace: Theoretical positions, organizational factors, learning processes and effects, Proceedings Second Conference HRD research and practice across Europe, January 26-27 2001, Supplement, 3-12.
Riddaway, R.W., 2000: Methods and strategies for continuing education and training, WMO-bulletin 49 (2), 143-148
Roebber, P.J. & Bosart L.F., 1996: The contributions of education and experience to forecast skill, Weather and Forecasting 11, 21-40.
The Teaching Firm, 1998: Center for Workforce Development, Education Development Center Inc. Newton MA
Verloop, N., 1995: De leraar, In: Lowyck, J. & Verloop, N. (Red.), Onderwijskunde: Een kennisbasis voor professionals, Groningen, Wolters-Noordhoff.
Winkler, R. et al., 2001: Manual of Synoptic Satellite Meteorology: Conceptual Models and Case Studies (version 3.0), www.zamg.ac.at/devwww/docu/satmanu3.0/manual/start.htm_orig
WMO, 2001: Guidelines for the education and training of personnel in meteorology and operational hydrology, WMO-No 258, (fourth edition), Volume I, Meteorology, Geneva, World Meteorological Organisation. (ter perse). [ook op internet: www.met.ed.ac.uk/calmet/conferences/calmet01/cd/WMO258pdf.zip]