Ingezonden brief
![]() |
In het vorige nummer van Meteorologica noemt Baltus Zwart (1997) de Elfstedentocht van 4 januari 1997 geen barre tocht. Zwart keert zich tegen de hang naar extremen in de waarden voor de gevoelstemperatuur, die hij vooral bespeurt bij medewerkers van nieuwsmedia en sommige wat al te klantgerichte toeleveranciers van weerinformatie. Het zal geen verbazing wekken dat ik Zwart's terughoudendheid bij het aanwakkeren van de journalistieke sensatiezucht toejuich (vgl. Floor 1991,1993,1996a,1996b); Zwart en ik bevinden ons in het gezelschap van onder anderen een Amerikaanse meteoroloog, die van sommige berekeningsmethoden van de gevoelstemperatuur opmerkte dat ze: 'geen ander doel dienden dan de nieuwsmedia te voorzien van een hulpmiddel om het algemene publiek in opwinding te brengen' (Kessler 1993).
Toch ben ik het niet eens met Zwart's bagatellisering van de elfstedenkou, of liever met de door hem gepresenteerde waarden voor de gevoelstemperaturen op 4 januari 1997. Daarbij gaat het me niet zozeer om de gebruikte methode voor de berekening van de gevoelstemperatuur; zoals wellicht bekend (Floor 1993) gaat mijn voorkeur namelijk uit naar de door de Britse Met. Office (UKMO) gebruikte methodiek volgens Steadman (1984) (zie ook Dixon and Prior (1987)) boven de KNMI-methode volgens Steadman (1971) (zie Zwart 1992). Overigens zijn de verschillen tussen de resultaten die de beide methoden opleveren in het geval van de Elfstedentocht 1997 niet zo groot. De UKMO-methode geeft weliswaar 'kale' gevoelstemperaturen die een of twee graden lager liggen dan de door Zwart (1997) voor de dag van de Elfstedentocht gegeven waarden, maar deze moeten vervolgens weer worden opgehoogd met ongeveer 4 graden voor de periode dat in de zon werd geschaatst. Het element van de invloed van de zonneschijn wordt in dit soort discussies overigens helaas vaak vergeten.
Belangrijker dan de gevolgde methode is in ons geval echter de manier waarop wordt gemanipuleerd met de invoerparameters. Een gevoelstemperatuurmethode is op te vatten als een black box, waar een windsnelheid op 10m hoogte en een temperatuur op 1.50m hoogte worden ingevoerd en waar vervolgens een gevoelstemperatuur uitkomt. Zwart gebruikt voor het publiek terecht de op 10m hoogte te Leeuwarden waargenomen windsnelheid. De berekeningen worden vervolgens echter voor schaatsers uitgevoerd na een wind op schaatshoogte te hebben afgetrokken van of opgeteld bij een wind op de meteorologische waarnemingshoogte van 10m. Dat kan natuurlijk niet goed gaan. Mijns inziens moet je in zo'n geval uitsluitend werken met een wind die geldt voor 10m hoogte. Steadman (1971) schreef al dat 'verwarring tussen de windsnelheid zoals gemeten door een anemometer en de windsnelheid die een persoon op de grond ondergaat, aan diverse onderzoeken over het effect van wind chill de bewijskracht heeft ontnomen. In de praktijk is de wind op 10 m hoogte altijd een factor 2 groter.' Bij de ontwikkeling van zijn methode werkt hij zelf met een factor 0.57. Zo hanteert hij als loopsnelheid 1.33 m/s, maar kiest hij aanvankelijk (Steadman 1971) een referentiewindsnelheid van ongeveer 2.5 m/s, de 'loopsnelheid omgerekend naar het niveau van 10m.
Het uitsluitend nog werken met 10m-winden als invoerparameter heeft dramatische gevolgen voor de tijdens de Elfstedentocht ondervonden ontberingen. Een rijsnelheid van 9 m/s, opgevat als een windsnelheid op schaatsniveau, wordt nu opeens op het invoerniveau van de gevoelstemperatuurberekeningsmethode een wind van 14 m/s. Opgeteld bij de gemeten wind van 11 m/s geeft dat 25 m/s als invoerparameter, een waarde die te hoog is voor de meeste gepubliceerde tabellen. Extrapolatie van in de tabel gegeven waarden of uitbreiding van het door Dixon en Prior (1987) gegeven nomogram laten zien dat de gevoelstemperatuur voor de wedstrijdrijders om 9 UTC rond de min 25 moet hebben gelegen; de tourrijders kwamen er rond 12 UTC nauwelijks beter van af.
Betekent dit nu dat ik alle betrokken
alsnog adviseer van deelname af te zien? Zo ver hoef ik het gelukkig - mede gezien
de goede afloop van de Elfstedentocht - niet te laten komen. De temperatuur van
onbedekte, aan vrieskou blootgestelde huid komt bij een temperatuur van -5 graden
en een op schaatsniveau ervaren windsnelheid van 14 m/s zelfs bij een gewone wandelaar
al niet onder nul, zoals berekeningen van Brauner en Shacham (1995) laten zien;
een meer lichaamswarmte producerende en beter geklede schaatser hoeft zich dus
in het geheel geen zorgen te maken. Door Adamenko and Khairullin (1972) gegeven
formules voor temperatuur van onder andere neus en oren tonen aan dat een ijsmuts
voor de rijders wel vereist was, omdat de oren anders binnen een uur zouden kunnen
zijn bevroren. Diezelfde formules maken echter duidelijk dat het uit bezorgdheid
voor bevriezingsverschijnselen uitreiken van ijsmutsen aan het publiek, zoals
door een fabrikant van erwtensoep en rookworsten werd gedaan, evengoed achterwege
had kunnen blijven.
Literatuur
Adamenko, V.N., and
K.S. Khairullin ,1972: Evaluation of conditions under which unprotected parts
of the human body may freeze in urban air during winter, Boundary Layer Meteorology,
2, 510-518.
Brauner, N. and M. Shacham, 1995: Meaningful wind chill indicators
derived from heat transfer principles', Int. J. Biometeo., 39, 46-52.
Dixon, J.C. and M.J. Prior , 1987: Wind chill indices: a review, Met Mag
, 116, 1-17.
Floor, K. , 1991: Beleving
kou moeilijk te meten, de Volkskrant, 9 februari 1991.
Floor,
K. , 1993: Pleidooi voor een eenduidige gevoelstemperatuur
in de winter, Meteorologica 2 (4), 43.
Floor, K. , 1996a:
Sensatiezucht kou-berichten wekt verzet meteorologen,
de Volkskrant, 25 januari.
Floor, K. , 1996b: Recept
voor een bitter koude winter, Meteorologica, 5 (1), 20.
Kessler, E. , 1993: Wind chill errors, Bull. Americ. Met. Soc. 74
(9), 1743-1744.
Steadman, R. G. , 1971: Indices of wind chill for clothed
persons, J. Appl. Met., 10, 674-683.
Steadman, R. G. , 1984:
A universal scale of apparent temperature, J. Clim. and Appl. Met., 23,
1674-1678.
Zwart, B. , 1992: Wind chill, de door de windsnelheid veroorzaakte
temperatuurgewaarwording, KNMI Technisch Rapport, 103a, De Bilt
Zwart, B., 1997: Elfstedentocht en gevoelstemperatuur', Meteorologica,
6 (1), 18.