![]() | ![]() Kees Floor, Het Waterschap, 23 december 2004 |
Te weinig waterschappen werken nog met moderne technieken voor actueel peilbeheer, ook al geven ze aan dat wel te willen. Weerinformatie speelt in dergelijke systemen voor de praktijk van alledag een belangrijke rol. Verder wil je om beleid te kunnen maken voor over tien jaar, weten of de atmosfeer zich dan en daarna nog net zo gedraagt als nu. Klimaatonderzoek en statistiek moeten daarop het antwoord geven.
Weer, klimaat en waterbeleid stonden 8 december centraal op een
symposium Gebruik Meteorologische Informatie in het Waterbeheer in Driebergen.
'Beleid is niets anders dan een stip op de horizon en de concrete stappen om daar
te komen', aldus Eric Kraaij, hoofd Waterbeleid Unie van Waterschappen. 'Kennisontwikkeling
nu leidt tot beleid in 2010 en tot toepassing in 2015.' Om beleid te kunnen maken,
moet je dus een beeld hebben van de situatie waarin de waterschappen zich over
tien jaar bevinden. Een van de aspecten daaraan is het klimaat.
Dat het klimaat
van Nederland verandert, is voor Albert Klein Tank een uitgemaakte zaak. 'Klimaatverandering
voltrekt zich op wereldschaal, maar is ook merkbaar in eigen land', weet de klimaatonderzoeker
van het KNMI. 'De veranderingen zijn niet in één getal uit te drukken,
ook al zouden de meeste beleidsmakers dat het liefst horen. Wij werken met scenario's
die de marges laten zien van wat we de komende tientallen jaren mogen verwachten'.
Die marges blijken behoorlijk ruim. De neerslaghoeveelheden in de winter komen
6 tot 25 % hoger te liggen en de kans op extreme regenval wordt twee tot tien
keer zo groot. Ook komen er meer zomers met extreme droogte, zoals in 1976 en
2003.
Statistiek
Om het beeld
van het klimaat in de toekomst verder aan te scherpen, wordt gebruik gemaakt van
statistiek. Verscheidene deelnemers aan het symposium bleken daartegen echter
een zekere argwaan te koesteren. Het idee 'er zijn leugens, persistente leugens
en statistieken' leeft kennelijk nog steeds. 'Bovendien is de statistiek afgeleid
van weer uit het verleden, terwijl we juist willen weten hoe het over tien jaar
zal zijn', wierpen sommigen nog tegen.
Klein Tank brak een lans voor het
gebruik van statistiek. Hij voelt zich gesteund door de uitkomsten van het CHALLENGE
- project, waarvan de resultaten op 15 oktober in Amsterdam werden gepresenteerd.
Bij dit onderzoek van het Centrum voor Klimaatonderzoek werden op de supercomputer
van rekencentrum SARA 62 modelberekeningen uitgevoerd voor de atmosfeer. De berekeningen
hadden betrekking op de periode 1940 tot 2080. Elke uitkomst geeft een mogelijk
verloop van temperatuur, neerslag en allerlei andere weerelementen in de tijd.
'De neerslaghoeveelheden voor bijvoorbeeld de augustusmaanden tonen een grillig
beeld, maar dat geldt in gelijke mate voor het verleden als voor de toekomst.
Ook al worden de extremen in de 21e eeuw iets hoger, de afwisseling van natte
en droge jaargroepen houdt onveranderd aan. Dat is voor mij een aanwijzing dat
de neerslagstatistiek gewoon gebruikt kan worden', onderbouwt Klein Tank zijn
vertrouwen in deze aanpak.
Extreme neerslag
Daarmee maakte hij de weg vrij voor Michelle Talsma van de Stichting Toegepast
Onderzoek Waterbeheer (STOWA). Ze vatte het rapport Statistiek van extreme neerslag
in Nederland samen en overhandigde het vervolgens aan dagvoorzitter Kees Vonk
van Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. 'We wilden een nieuwe neerslagstatistiek
voor waterbeheerders hebben, omdat de vorige verouderd was,' licht Talsma het
rapport toe. 'De oorspronkelijke tijdreeks liep van 1906 tot 1977; die vulden
we aan tot en met 2003. Waterbeheerders kunnen voortaan op basis van de statistiek
een bui uitkiezen en doorrekenen of hun systemen bij zo'n bui voldoen. Als dat
niet het geval is, hebben ze volgens de huidige afspraken tot 2015 de tijd hun
zaakjes op orde te brengen', aldus Talsma.
'We hebben meer gedaan dan alleen
de waarnemingsreeks verlengen,' vult Matthijs Kok van HKV lijn in water aan. Zij
bureau werkte samen met het KNMI aan de nieuwe neerslagstatistiek. 'Er werden
ook keuzes bijgesteld voor gehanteerde kansverdelingen. Vooral voor zeldzame gebeurtenissen,
zoals extreme regenhoeveelheden in korte tijd, is dat van belang. Door de verlenging
van de waarnemingsperiode werd zichtbaar dat er een opgaande lijn zit in de jaarlijkse
neerslaghoeveelheden', vervolgt Kok. 'Een trend in extreme gebeurtenissen is echter
nauwelijks terug te vinden. Wel leidde een ander type kansverdeling tot ophoging
van de regenhoeveelheid die eens per honderd jaar binnen een etmaal wordt gehaald.
Dat was 73 en is nu 79 mm. Verder bleken er duidelijk waarneembare verschillen
te bestaan tussen de neerslagstatistieken voor diverse plaatsen in Nederland.
Mogelijk kunnen we in de toekomst naast de gebruikelijke puntstatistiek, geldig
voor één meetpositie zoals De Bilt of Hoorn, ook regionale gebiedsstatistieken
ontwikkelen, geldig voor bijvoorbeeld Stichtse Rijnlanden of Hollands Noorderkwartier.
Daarnaar is vanuit de waterschappen veel vraag. Het blijft nu eenmaal altijd toevallig
wat er op één punt valt', aldus Kok.
![]() EPS-pluimenPluimen |
|
Risicoprofiel
en drempelwaarde
De dagelijkse informatiestroom met weergegevens
komt meestal van weerbedrijven als WeerOnline of MeteoConsult. Het KNMI waarschuwt
alleen in gevallen van dreigende wateroverlast door overvloedige neerslag. 'Een
waterschap stelt dan eerst een risicoprofiel op met de drempelwaarden waarbij
gemiddeld genomen problemen ontstaan', zegt KNMI-projectleider Nico Maat. 'Ons
systeem houdt dan onafgebroken bij hoeveel neerslag er de afgelopen periode in
dat gebied is gevallen. Dat doen we op basis van radarbeelden tot vijf dagen terug.
De nauwkeurigheid kan verder toenemen als het waterschap over eigen regenmeters
beschikt. Vervolgens krijgt het systeem de computerberekeningen van een atmosfeermodel
voor de komende dertig uur. Derde component zijn kansverwachtingen voor neerslaghoeveelheden
tot negen dagen vooruit. De uitkomsten worden vergeleken met het risicoprofiel
van het deelnemende waterschap, waarna het systeem zonodig automatisch een waarschuwing
doet uitgaan.'
'De problematiek van het regionaal waterbeheer beperkt zich
niet tot wateroverlast, watertekorten en klimaatverandering', plaatst beleidsman
Kraaij de thematiek van de dag in een wat ruimer kader. Toch blijkt kennis over
weer en klimaat voor het waterbeheer heel nuttig te kunnen zijn.