'Lerend in de weer'.

Kees Floor

Versie: zaterdag 12 mei 2001

Samenvatting

Binnen het KNMI worden dagelijks weersverwachtingen gemaakt en weerwaarschuwingen uitgegeven voor een breed publiek. De verwachtingen worden opgesteld door operationeel meteorologen: professionals die deels universitair zijn opgeleid, deels via een traject van bedrijfsopleidingen zijn voorbereid op hun werk. Evenals bij andere professionals is het van belang dat ze de leermogelijkheden die de werkomgeving hun biedt, optimaal kunnen benutten.

Dit onderzoek richt zich in eerste instantie op het leren op de werkplek van operationeel meteorologen. Het levert maatregelen op die je in de context van een weerinstituut moet of kunt nemen om het leren op de werkplek van meteorologen (forecasters) te bevorderen. De volgende vragen dienden als probleemstelling:

Literatuuronderzoek laat zien dat de laatste tien tot vijftien jaar veel ontwikkelingen hebben plaatsgevonden op het gebied van opleiden en leren in organisaties. Mede onder invloed van nieuwe theorieën over leren, zoals 'leren in context' en 'constructivisme', moest het schoolse leren terrein prijs geven aan andere vormen van leren. Tegelijkertijd verschoof het accent meer en meer van opleiden naar leren. Voor dat leren blijkt de werkplek een krachtige leeromgeving, die gaandeweg vaker wordt benut. Het leren op de werkplek kan georganiseerd zijn door een medewerker van een opleidingsafdeling, maar vindt eveneens spontaan plaats, soms zelfs toevallig.

Voor professionals binnen organisaties blijkt de bereidheid tot voortdurend leren en veranderen een belangrijk kenmerk te worden. Organisaties kunnen een bijdrage leveren aan het leren van hun medewerkers tijdens het werk, door acht te slaan op bevorderende en belemmerende factoren voor deze vorm van leren. Ideeën daarover zijn zowel afkomstig uit de hoek van opleidingskundigen als die van bedrijfskundigen, al spreken de laatstgenoemden eerder over kenniscreatie dan over leren. Bij het leren in organisaties worden diverse niveaus onderscheiden: het individuele niveau, het niveau van een groep medewerkers en het niveau van de gehele organisatie.

Op basis van bovenstaande ontwikkelingen werd het leren op de werkplek van operationeel meteorologen van het KNMI onderzocht. Het gaat om beschrijvend en inventariserend onderzoek. Het gebruikte onderzoeksontwerp is de één-moment survey. Er wordt een case-aanpak gehanteerd. Onderzoeksvragen kunnen gaandeweg worden bijgesteld, zodat sprake is van ontwikkelend onderzoek.

De resultaten kunnen als volgt worden samengevat: De respondenten schetsen een helder beeld van de competenties van een operationeel meteoroloog, waarbij vooral vakkennis en communicatieve vaardigheden worden benadrukt. Verder geven ze aan welke elementen in het werk van operationeel meteoroloog zij als uitdagend ervaren. Vooral het 'bezig zijn met het weer en met atmosfeermodellen' schept veel voldoening; daarnaast worden meerwaarde leveren voor anderen, eigen verantwoordelijkheid, afwisseling in het werk, het leren van nieuwe dingen en overleg en discussies tijdens het werk meer dan eens genoemd. De antwoorden van de respondenten tonen grote overeenkomsten bij de vraag 'wat heb je geleerd', voor zover het vakinhoudelijke zaken betreft. Vooral de 'SATREP-methodiek' wordt veel genoemd; daarnaast hebben de onderwerpen kansverwachtingen en atmosfeermodellen veel leerervaringen opgeleverd. Verder pakt men nu de zaken anders aan dan een aantal jaren terug. Bij niet direct aan het vak gerelateerde kennis of vaardigheden wordt slechts een beperkt aantal punten genoemd en deze komen dan ook veelal niet vaker dan eenmaal voor. Ervaring opdoen speelt bij het leren een belangrijke rol; daarnaast zijn interactie met collegae en reguliere cursussen belangrijk. Op dezelfde manier wil men in de toekomst zijn vakkennis bijhouden of verbreden.

De respondenten kwamen met een groot aantal voor het leren op het werk relevante bevorderende en belemmerende factoren, met name op de terreinen van sociale werkomgeving en leidinggeven. Meer dan eens werd het belang aangestipt van goede werksfeer, goede organisatie en coördinatie, duidelijke structuur, voldoende tijd, voor het werk relevante cursussen en goede toegankelijkheid van niet-recente weerinformatie.

Uit de verzamelde onderzoeksgegevens kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

Belangstelling? Vraag het volledig rapport aan bij Kees Floor