|
|
Iedereen kent de regenboog. Toch zijn er nog vaak verrassingen, zowel bij de manier waarop het verschijnsel zich voordoet, als bij de verklaring ervan.
'Als de zon schijnt op een "gordijn" van regen en we zelf met de rug naar de zon toe staan, zijn de omstandigheden geëigend voor het optreden van een kleurrijk natuurverschijnsel: de regenboog. De zeven spectrale kleuren laten niet na een verpletterende indruk achter te laten op degenen die dit meest bekende effect uit de meteorologische optica waarnemen, bewonderen en ervan genieten.' Ook al lijkt het opschrijven van beide voorgaande zinnen op het intrappen van een open deur, toch is de informatie deels onjuist en anders wel onvolledig. Er valt zeker het een en ander op af te dingen, zoals we hieronder zullen zien.
1. (muis naast beeld). Het regenboogverschijnsel omvat meer dan alleen maar de 'gewone' regenboog of hoofdregenboog. Vaak is ook de grotere, maar lichtzwakkere bijregenboog zichtbaar, evenwijdig aan de hoofdboog maar met een tegengestelde kleurenvolgorde. De hemel tussen de beide bogen is relatief donker; men noemt dit gebied de donkere band van Alexander. Binnen de hoofdregenboog is de lucht lichter; minder duidelijk is dat ook aan de buitenzijde van de bijregenboog het geval. In uitzonderlijke situaties zijn er meer dan twee regenbogen te zien. Dat is bijvoorbeeld het geval als een regenboog wordt weerspiegeld in water. Op deze foto is niet alleen de weerspiegeling van de hoofdboog in water te zien, maar ook die van de bijregenboog. Aan de voet van de hoofdregenboog ontspringt een vijfde regenboog: de regenboog bij weerspiegelde zon. De weerspiegeling van de zon in het spiegelgladde oppervlak van een meer achter de waarnemer of fotograaf, fungeert als lichtbron voor deze vijfde regenboog. Ook van deze regenboog bij weerspiegelde zon is een spiegelbeeld in het water zichtbaar, zodat het totaal aantal regenbogen op zes komt. Het maximaal haalbaar aantal regenbogen bedraagt acht; dan moeten ook de bijregenboog bij weerspiegelde zon en de weerspiegeling daarvan in water zichtbaar zijn. In dit geval waren deze bogen niet aanwezig of te lichtzwak om ze te kunnen waarnemen of op de foto vast te leggen. (Foto: Terje O. Nordvik). 6. (muis op beeld). De regenboog is niet alleen een kleureffect, maar ook een helderheidseffect. Dat is te zien op zwart-witopnamen van het kleurrijke natuurverschijnsel. Deze figuur toont met de muis op het beeld de zes regenbogen van figuur 1 in zwart-wit. Ook veel andere figuren op deze pagina zijn op dezelfde manier gekoppeld aan het bijbehorende zwartwitbeeld.(Foto: Terje O. Nordvik). |
|
|
Hoezo
regen?
De regenboog ontleent zijn naam aan de regen waarin we hem
zien. Maar bij de verklaring van het verschijnsel blijkt de regen niet van belang.
Wel zijn ronde, doorzichtige bolletjes nodig, zoals bijvoorbeeld waterdruppels.
Het zonlicht dat hierop invalt, plant zich na breking aan het druppeloppervlak
voort door de druppel, wordt weerkaatst tegen de achterzijde en komt tenslotte
aan de voorzijde weer naar buiten, waarbij opnieuw breking optreedt (figuur 2).
De
waterdruppels kunnen afkomstig zijn van regen of een bui, maar ook van watervallen
(figuur 3), fonteinen, planten- of tuinsproeiers en beregeningsinstallaties (zie
Zenit april 1992 en mei 2008). Het voorkomen van de term regen in de doorzichtige
samenstelling 'regenboog', maakt haar dus eigenlijk minder doorzichtig.
Soms
is de regenboog ook te zien op verkeersborden die in de zon staan. In dit geval
wordt hij gevormd in de glazen bolletjes die gebruikt worden om verkeersborden
in het donker beter zichtbaar te doen zijn als het licht van koplampen erop schijnt.
| 4. Regenboog bij maanlicht. Net als de zon kan ook de maan fungeren als lichtbron. Doordat het maanlicht in feite indirect zonlicht is, zijn de kleuren dezelfde. Bij zwak licht is het menselijk oog minder gevoelig is voor kleur. Daardoor lijkt een maanregenboog vaak minder kleurrijk, al hoeft dat in werkelijkheid niet zo te zijn. Foto's van maanregenbogen zijn vaak te herkennen aan de aanwezigheid van sterren, straatverlichting of verlichte gebouwen. (Foto links: NN; rechts: Chris Walker). | |
Hoezo
zonlicht?
Meestal zien we een regenboog die gevormd is uit zonlicht.
Andere lichtbronnen kunnen echter ook regenbogen genereren. Af en toe fungeert
de volle maan als lichtbron (figuur 4). De kleuren van de maanregenboog zijn dezelfde
als die van een 'gewone' regenboog. Dat is niet verwonderlijk, want het maanlicht
is indirect afkomstig van de zon. Wel is het licht van de maan lichtzwakker. Onder
omstandigheden met weinig licht is ons oog minder gevoelig voor kleuren. Daardoor
is de maanregenboog voor het oog vaak minder kleurrijk. Op foto's is daarvan overigens
weinig te merken; de maanregenboog is daarop net zo goed zichtbaar en even kleurrijk
als de regenboog uit zonlicht. Dat een maanregenboog inderdaad bij maanlicht is
gefotografeerd, blijkt doorgaans uit de begeleidende tekst en uit de aanwezigheid
op de foto van sterren, planeten, straatverlichting of gebouwen waarin licht brandt.
Naast
zon en maan zijn ook andere lichtbronnen mogelijk. Zo zag ik ooit regenbogen in
de lichtbundels van de vuurtorens van Vlieland en Terschelling (zie Zenit juli/augustus
1978). Door het relatief weinige licht en de in de vergelijking met de zon rode
tint van de lichtbron, waren er weinig kleuren te zien; alleen het rood was duidelijk
te onderscheiden. Dat gold overigens alleen voor de gloeilamp van de Brandaris
op Terschelling; de kwiklamp van Vlieland liet geen roodkleuring toe en de regenboog
bleef er beperkt tot een lichte vlek.
Regenboog
bij maanlicht. Foto: Martin Mc Kenna | Regenboog
bij maanlicht. Tevens is Venus zichtbaar. Foto: NN. | Regenboog
bij maanlicht. Victoria watervallen, Zambia. Bron: Ask.com |
Hoezo
kleurrijk?
In het voorgaande zagen we reeds dat een regenboog 's
nachts bij het relatief zwakke licht van de maan of van een vuurtoren, voor het
oog weinig kleurrijk lijkt. Er zijn echter ook regenbogen van zonlicht die weinig
kleur tonen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij zeer lage zonnestanden. De zon
heeft dan een rode tint en het is net alsof hij alleen nog rood licht uitzendt.
De kleurschifting die bij hogere zonnestanden het zonlicht in de spectrale kleuren
uiteenrafelt, heeft dan geen zichtbaar effect meer. Er vormt zich een rode regenboog
(figuur 5).
Een regenboog is niet alleen een kleureffect, maar ook een helderheidseffect.
Dat is te zien op zwart-witbeelden (figuur 1/6 en overige beelden met muis op
beeld). Daarop is het verschijnsel gemakkelijk terug te vinden als een lichtgetinte
boog. De hemel aan de binnenzijde van de boog is helderder dan aan de buitenzijde,
iets wat in kleur overigens eveneens het geval is.
Vaak wordt de mistboog of
de wolkenboog opgevoerd als een regenboog (figuur 7). De gang van het zonlicht
is vergelijkbaar met die bij de vorming van een 'echte' regenboog. Doordat de
mist- en wolkendruppeltjes veel kleiner zijn dan de regendruppels, vervloeien
en vervagen de kleuren en overlappen ze elkaar, zodat er slechts een wat kleinere,
grijzige band overblijft.
| 5. (rechtsboven) Bij laagstaande zon neemt de doorgaans kleurrijke regenboog de gedaante aan van een rode regenboog. Op het rood na zijn dan alle kleuren door verstrooiing uit het oorspronkelijk witte zonlicht verdwenen tijdens de lange weg die het licht onder die omstandigheden door de atmosfeer aflegt. Links op de foto is ook een rode bijregenboog zichtbaar. (Foto: Kees Floor). | Hoofdregenboog vanuit een vliegtuig. We zien de onderste helft van een kleurencirkel. Buiten de boog is de hemel donkerder dan aan de binnenzijde. (Foto: Maaike Floor). (groter). |
Hoezo
boog?
De regendruppels die zich op de plek bevinden van waaruit
ze kunnen bijdragen aan de vorming van de regenboog door het zonlicht met de door
natuurwetten vastgelegde richtingverandering naar het oog van een waarnemer te
sturen, liggen op een cirkel. Als de zon boven de horizon staat, bevindt meer
dan de helft van die cirkel zich ónder de horizon. Regen achter de horizon
kunnen we meestal niet zien; daardoor kunnen we daar ook geen regenboog waarnemen
en blijft de boog beperkt tot slechts een deel van een cirkel. De volledige cirkel
of het gedeelte onder de horizon is alleen in zeldzame gevallen te zien vanaf
een bergtop, vanuit een vliegtuig of bij een andere gunstige waarnemingslocatie.
(figuren 3 en 8).
![]() | ![]() | ![]() |
|
|
|
De
overbekende boog is overigens slechts een deel van het volledige regenboogverschijnsel,
zij het wel het meest opvallende. Kenners spreken van de hoofdregenboog. Van tijd
tot tijd is naast deze hoofdboog een grotere, lichtzwakkere tweede regenboog te
zien. De kleurenvolgorde is bij deze zogeheten bijregenboog of secundaire boog
tegengesteld aan die van de hoofdboog. De rode binnenrand van de bijregenboog
is dus gekeerd naar de rode buitenrand van de hoofdboog. Tussen de beide bogen
in is de hemel relatief donker: de donkere band van Alexander. Binnen de hoofdboog
en buiten de bijregenboog is de hemel juist helderder dan normaal. Beide bogen,
de donkere band van Alexander en de lichte gebieden aan de hemel binnen de hoofdboog
en buiten de bijboog zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden; gezamenlijk vormen
ze het volledige regenboogverschijnsel.
Zeer incidenteel kunnen meer dan twee
bogen worden waargenomen. Het gaat dan om een in water weerspiegelde regenboog
of om een regenboog waarbij de weerspiegeling van de zon in een glad wateroppervlak
achter de waarnemer als lichtbron fungeert. De uiterst zeldzame combinatie van
al deze verschijnselen is te zien op figuur 1.
| 7. Een mistboog is verwant aan de regenboog, maar is iets kleiner en heeft geen kleur. De mistboog ontstaat in wolken- of mistdruppeltjes, die veel kleiner zijn dan regendruppels. Ook hierbij geldt dat het complete verschijnsel een volledige cirkel omvat. (Foto: Mila Zinkova). | In
water weerspiegelde regenboog, Molenpolder,
Tienhoven. (Foto: Kees Floor). | Regenbogen
bij weerspiegelde zon. De weerspiegeling van de zon in rustig water treedt op
als lichtbron voor de twee ongebruikelijke bogen. Locatie; Myvatn, IJsland. ©2001
Edwin Parée. |
Hoezo
zeven
Ook ik heb natuurlijk gehoord van 'de zeven kleuren van de
regenboog', maar als ik ze voor de vuist weg probeer op te noemen kom ik vaak
niet verder dan zes: rood, oranje, geel, groen, blauw en paars. Dat is overigens
al een stuk verder dan heel wat middeleeuwse religieuze schilders, die een regenboog
vaak met slechts drie kleuren neerzetten. Het heilige getal drie stond symbool
voor de gevoelens van pracht en volmaaktheid die de regenboog oproept. Zeven is
een ander heilig getal. De Engelse natuurkundige Newton - bekend van de uit een
boom vallende appel, die hem op het idee van de aantrekkingskracht tussen hemellichamen
bracht - stelde het aantal regenboogkleuren om die reden vast op zeven. Tussen
blauw en paars werd indigo gevoegd, om het aantal op zeven te brengen.
Als
je buiten in de vrije natuur of binnen op de foto regenbogen bekijkt, valt het
niet mee de kleuren te tellen of afzonderlijke kleurbanen te onderscheiden. De
kleuren verlopen geleidelijk en dat gaat niet altijd op dezelfde manier. Op kindertekeningen
zijn de kleurenbanden van de regenboog vaak van elkaar gescheiden door een zwarte
lijn. Dat maakt het tellen een stuk gemakkelijker, maar doet wel de werkelijkheid
geweld aan.
Sommige regenbogen vertonen - naast de zeven kleuren van Newton
- kleurherhalingen in roze, groene en violette tinten. Deze zijn in het hoogste
punt van de boog doorgaans beter zichtbaar dan in de rechtopstaande delen. Men
noemt die extra kleurenbanden de overtallige bogen (figuur 8).
Hoezo
spectraal?
De kleuren van de regenboog ontstaan doordat er
bij het invallen en uittreden van licht dat bij de vorming van de regenboog betrokken
is, kleurschifting optreedt. Daarbij wordt vaak de suggestie gewekt dat 'regenboogkleuren'
hetzelfde is als 'spectrale kleuren'. Wanneer we in de verklaring van het regenboogverschijnsel
slechts een lichtstraal betrekken, zoals in figuur 2, dan is dat inderdaad het
geval. In werkelijkheid vallen er talloze lichtstralen op de regenbundel in, met
elk een eigen invalshoek (figuur 9). De richtingverandering die optreedt, de zogeheten
deviatie, hangt af van die invalshoek op een manier zoals aangegeven in figuur
10. De deviatie toont een minimum van 138 graden voor rood licht. Doordat relatief
veel licht ongeveer volgens de minimumdeviatie afbuigt, kunnen de kleurenbanden
zichtbaar worden. Toch blijft er overal binnen de rode band rood licht aanwezig,
overal binnen het oranje zit nog wat oranje enzovoort. Gezamenlijk veroorzaakt
al het licht dat meer van richting verandert dan de minimumdeviatie, de heldere
tint van de hemel aan de binnenzijde van de boog.
![]() | |
|
|
Conclusies
Regenbogen
zijn niet alleen te zien in regen; ook bij onder andere watervallen, fonteinen
en beregeningsinstallaties zijn ze geregeld waar te nemen.
Meestal fungeert
de zon als lichtbron, maar noodzakelijk is dat niet. Ook de maan of een felle
lamp kan als lichtbron optreden.
Meestal zijn regenbogen kleurrijk, maar bij
laagstaande zon of in mist is dat niet langer het geval. Bij lage zonnestand is
de regenboog rood; een mistboog is wit.
De boog die we zien is een deel van
een cirkel; bij een gunstige waarneempositie is soms een volledige cirkel zichtbaar.
De regenboog omvat meer dan alleen de zogeheten hoofdboog; ook de bijregenboog,
de donkere band tussen de beide bogen en de lichtere gebieden binnen de hoofdboog
en buiten de bijboog zijn op te vatten als onlosmakelijk onderdeel van het complete
regenboogverschijnsel. In uitzonderlijke gevallen zijn er in waterrijke gebieden
meer bogen te zien.
De kleuren van de regenboog lopen in elkaar over; daardoor
is het 'juiste' aantal kleurenbanden niet te bepalen. De kleuren overlappen elkaar,
zodat we niet de zuivere spectrale kleuren zien, behalve misschien aan de rode
buitenrand.