Klimaatverantwoord
ruimtegebruik in een klimaatbestendig Nederland

Kees Floor, Het Waterschap, 4 maart 2005.
Het klimaat verandert, zoveel is zeker. Om de gevolgen daarvan te beperken en Nederland klaar te stomen voor de toekomstige situatie, zijn maatregelen nodig die ingrijpen in het gebruik van de ruimte. Wat ons precies te wachten staat en welke maatregelen doeltreffend en haalbaar zijn, is onvoldoende bekend. Daarvoor is nieuw onderzoek nodig. Dit onderzoek wordt opgezet onder de paraplu van het programma Klimaat voor Ruimte, Ruimte voor Klimaat (KvR). De aftrap voor dit programma vond 10 en 11 februari plaats in Zeist.
![]() |
![]() |
|
|
Klimaatverandering staat al geruime tijd in de belangstelling. De nadruk lag daarbij tot nog toe steeds op het terugdringen van uitstoot van broeikasgassen, maar dat is volgens Pavel Kabat onvoldoende. Kabat is wetenschappelijk directeur van het programma Klimaat voor Ruimte, Ruimte voor Klimaat (KvR), een ambitieus samenwerkingsverband tussen universiteiten, ministeries, onderzoeksinstituten, waterschappen, provincies, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. 'Ook in het onwaarschijnlijke geval dat we de uitstoot van broeikasgassen stabiliseren, blijft het klimaatprobleem bij ons', zegt de Wageningse hoogleraar tegen de meer dan vierhonderd deelnemers aan het Nationaal Congres Klimaat en Ruimte. 'Dat komt doordat de broeikasgassen in de atmosfeer een verblijftijd hebben van eeuwen of zelfs millennia. Het idee dat dergelijke ingrijpende maatregelen toereikend zijn berust op een misverstand; de opwarming van de aarde zal ook dan doorgaan.'
Urgentie
Het congres in Zeist is het formele startpunt van het KvR-onderzoeksprogramma,
dat voor een belangrijk deel uit de aardgasbaten wordt betaald. Kabat, tevens
voorzitter van de programmaraad van KvR, maakt van de gelegenheid gebruik nog
een tweede misverstand resoluut naar de prullenbak te verwijzen. 'Klimaatverandering
is geen probleem van de verre toekomst. Extremen in het weer, zoals de wateroverlast
van 2002 en de droogte van 2003, geven signalen af die passen in het beeld van
een veranderend klimaat. In 2050 is een zomer als 2003, die we nu nog extreem
droog noemen, normaal geworden', aldus Kabat. 'Dan is er dus bijna elk jaar te
weinig koelwater voor centrales en schade aan landbouw en natuur. Daarnaast loopt
de infrastructuur jaarlijks risico's en hebben we last van onstabiele dijken en
van beperkingen van vervoer over water.'
Ook Kabat's collega Wim van Vierssen
komt met aanwijzingen dat klimaatverandering al aan de gang is. 'Warmteminnende
plantensoorten nemen toe, het maarts viooltje bloeit in februari en vorig jaar
begon de plantengroei twee weken eerder dan normaal', aldus de algemeen directeur
Kenniseenheid Groene Ruimte. 'Verder groeit hier suikermaïs. Enkele decennia
geleden lag de noordgrens van dat gewas nog bij Parijs. En van de korstmossen
die we nu in Nederland aantreffen, kwam 5% vroeger alleen in de tropen voor.'
Van Vierssen, die tevens vice-voorzitter is van het bestuur van KvR, noemt de
klimaatverandering onomwonden een bedreiging voor de reeds bedreigde natuur.
Klimaatverandering laat Nederland ook in andere opzichten niet ongemoeid, blijkt
uit de woorden van Dirk Sijmons, verbonden aan H+K+N Landschaparchitectenbureau.
'Nederland bevindt zich samen met Vlaanderen en het Ruhrgebied in een van de veertig
grootste deltagebieden ter wereld', voert hij aan. 'Inmiddels zijn de meeste delta's
het terrein van ongebreidelde verstedelijking en allemaal zijn ze erg kwetsbaar
voor klimaatveranderingen. Onze delta vormt daarop geen uitzondering.' Ook hij
ziet de situatie als urgent: 'We hebben nog twintig tot dertig jaar de tijd om
Nederland klimaatbestendig te maken. Daarna is de ruimte zo volgebouwd en zo versnipperd
dat onvermijdelijke maatregelen voor ander ruimtegebruik onhaalbaar zijn geworden.'
Niet alleen de deskundigen benadrukken de urgentie. 'Veel Nederlanders ervaren
klimaat en klimaatsverandering als een belangrijk probleem', weet Hans van der
Vlist. 'Het gevoel voor urgentie is groot'. Van der Vlist baseert zich op onderzoek
dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VROM, waar hij directeur-generaal
Milieubeheer is. Uit de enquêtes blijkt ook bezorgdheid bij het publiek
over watertekorten en wateroverlast, nieuwe ziektes en plagen en het uitblijven
van Elfstedentochten.
Marges
Dat de Elfstedentocht ten dode is opgeschreven, zul je Frits Brouwer niet horen
beweren. De KNMI-directeur geeft wel aan dat het warmer wordt, maar uitschieters
van de temperatuur blijven er komen, zowel naar boven als naar beneden. Brouwer
spreek liever van verruwing van het klimaat. Zijn KNMI verzorgt tweejaarlijkse
klimaatrapportages met scenario's voor Nederland in 2050 en 2100. Zo wordt het
hier aan het eind van deze eeuw volgens de laagste schatting van de meest recente
scenario's gemiddeld 1 graad warmer, neemt de winterneerslag toe met 6% en stijgt
het zeeoppervlak met 20 cm. De hoge schattingen komen uit op 4 tot 6 graden warmer,
25% natter en een zeespiegelstijging van 110 cm.
Die ruime marges vallen niet
bij iedereen in goede aarde. Mark Dierikx, directeur-generaal Water van het ministerie
van Verkeer en Waterstaat, wil weten wat ons écht te wachten staat. Pas
dan kan hij laten uitzoeken welke ruimtebehoefte het veranderend klimaat genereert
en hoeveel geld het gaat kosten om kust en rivierengebied tegen overstromingen
te beschermen.
Ook Arjan ter Harmsel van Arcadis heeft behoefte aan duidelijkheid
over een algemeen aanvaard scenario. 'Zou ú investeren met zoveel onzekerheden?'
is zijn retorische vraag. Verder is hij bang voor overdimensionering van veiligheidssystemen.
'Bij onzekerheid is het meestal: better to be safe than sorry', waarschuwt hij.
Ter Harmsel verduidelijkt verder de kenmerken van een tailor made scenario: 'Het
moet specifiek zijn naar plaats, tijd en gebruiker.'
Dat is in het straatje
van Theo Claassen van Wetterskip Fryslân; die heeft aan getallen voor alleen
2050 of 2100 namelijk niet genoeg. 'We hebben een verwachting voor morgen en dan
pas voor 2050. Maar wat gebeurt er in de tussentijd?', roept hij wanhopig uit.
Bart van den Hurk, als KNMI-onderzoeker leverancier van klimaatscenario's,
oppert dat de gebruikers daarvan moeten leren omgaan met marges en onzekerheden.
Maar dat schiet Pieter Bouw in het verkeerde keelgat: 'De wetenschap moet de vragen
van de maatschappij serieus nemen', is het devies van de voorzitter van de Maatschappelijke
Adviesaad van KvR. Hij is naar eigen zeggen ingehuurd om de buitenwereld binnen
te brengen in de onderzoeksprogramma's. In de raad zitten verder onder anderen
V&W'er Dierikx en Sybe Schaap van de Unie van Waterschappen.
Nieuwe
kijk
Bouw, in het dagelijks leven voorzitter van de Raad van
Bestuur van Swiss Airlines, onderstreept de noodzaak van een nieuwe kijk op de
problematiek rond water en klimaat. 'Tot nog toe ging het om landaanwinning en
het in cultuur brengen van land; in de toekomst zullen we land moeten teruggeven
aan de natuur', aldus Bouw. Hij is niet de enige die pleit voor een ommezwaai
in denken en verwoorden. Zo constateert hoogleraar Pier Vellinga van de Vrije
Universiteit (VU) in Amsterdam dat de klimaatproblematiek aanvankelijk een atmosferisch
en ideologisch vraagstuk was. Nu ziet het programma KvR, waarvan hij de bestuursvoorzitter
is, het als een vraagstuk over ruimtelijke ordening. 'Bij de verdeling van de
schaarse ruimte over de natuur, de infrastructuur en voorzieningen die onze veiligheid
waarborgen, moeten we meer en meer rekening gaan houden met het klimaat; dat gebeurt
nu veel te weinig, aldus Vellinga.
Kabat wil af van de term klimaatbeleid:
'Je moet het klimaat uit z'n isolement halen; het is een intersectorale driver.
Het moet dus gaan over de klimaatdimensie van waterbeleid, van energiebeleid,
van mobiliteitsbeleid enzovoort.'
Wouter Helmer van Stichting Ark wil niet
langer spreken over het klimaatprobleem. Hij ervaart, net als onder anderen Eric
Kuindersma van Waterschap Rivierenland, de huidige problematiek als kans om vernieuwende
dingen te doen en totaal nieuwe invalshoeken te kiezen. Onder de voorbeelden die
hij laat zien van hoe het anders kan, zit het doorsteken van de Pettemer zeewering.
De doorgestoken dijk dient dan als golfbreker, het achterland wordt natuurgebied
dat bij stormvloeden fungeert als waterberging. 'De oude dijken zijn goed genoeg
om het achterland te beschermen', meent Helmer.
Dergelijk dynamisch kustbeheer
spreekt ook Bart van Tooren van Natuurmonumenten erg aan. Het is bovendien koren
op de molen van Jeroen Aerts van de VU en net als Van Tooren lid van de |Programmaraad
van KvR; hij ziet ook meer heil in gecontroleerde overstromingen dan in dure,
technische beschermingsmaatregelen. Volgens Olivier Hoes van de Technische Universiteit
Delft, die de situatie in Hollands Noorderkwartier onderzocht, zijn overstromingen
zélf niet het probleem, maar de schade die ze veroorzaken. 'Je kunt daardoor
je energie beter steken in het voorkomen van schade dan in het voorkomen van overstromingen',
zegt Hoes.
![]() |
![]() |
![]() |
Programma
KvR
Het programma Klimaat voor Ruimte, Ruimte voor Klimaat
(KvR), kent vier componenten. Onderzoek van de eerste component taylor made klimaatscenario's
is gericht op het verkleinen van de onzekerheden in de prognoses voor klimaatverandering
en klimaatvariabiliteit. 'Dat gaan we regelen', belooft KNMI-directeur Brouwer.
'En als dat niet lukt, gaan we die onzekerheden kwantificeren', neemt onderzoeksmanager
Gerbrand Komen gas terug.
De tweede component mitigatie omvat onderzoek naar
duurzame energiedragers en naar maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen
te verminderen. Ook het meten van emissies en het monitoren van concentraties
broeikasgassen valt onder deze component.
Adaptatie is de derde component
van KvR en, gezien de geringe belangstelling die het onderwerp tot nog toe kreeg
in de media en in de politiek, misschien wel de belangrijkste. Het onderzoek is
gericht op wat er moet veranderen in het ruimtegebruik om voorbereid te zijn op
de gevolgen van klimaatverandering. Hierbij zijn onder andere de landbouw, het
waterbeheer, de verzekeringswereld en de energiesector betrokken. Met het adaptatie-onderzoek
wil KvR klimaatverantwoord ruimtegebruik bevorderen.
De vierde component omvat
integratie en communicatie. Vooral aan dat laatste is nog wel wat te verbeteren,
zegt Florrie de Pater van de Provincie Utrecht en bestuurslid van KvR. 'Ik wil
niet badinerend zijn hoor, maar hier zien we Peter Timofeeff in het bad. In het
buitenland heb ik wel betere voorbeelden van bewustmaking gezien.'
Het Nationaal
Congres Klimaat en Ruimte was ook bedoeld om na te gaan of de maatschappij nog
vragen heeft die niet door het geplande onderzoeksprogramma worden gedekt. Bij
Wetterskip Fryslân bleek dat volgens Claassen het geval. 'Ik ben bang dat
dertig jaar strijd voor een betere waterkwaliteit door de opwarming van Nederland
in korte tijd weer teniet wordt gedaan', zegt hij. 'Welke invloed hebben regenval
en temperatuur in de nieuwe situatie op eutrofiering? Wat verandert er in de samenstelling
van aquatische ecosystemen?' De vragen bleken nog onvoldoende opgepakt in het
voorlopige onderzoeksprogramma.